Wetenschap - 1 januari 1970

‘Werken is nodig om onze vijfsterrenhuishoudens te handhaven’

‘Werken is nodig om onze vijfsterrenhuishoudens te handhaven’

‘Werken is nodig om onze vijfsterrenhuishoudens te handhaven’


Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, was een
van de sprekers op de studiedag over vijftig jaar huishoudkunde aan
Wageningen Universiteit op 21 maart. Hij schetste de ontwikkeling van de
Nederlandse huishoudens. In 1965 kon niemand bedenken dat in 2003 eenderde
van het aantal huishoudens uit één persoon zou bestaan.

,,Voorspellen is erg moeilijk, vooral als het de toekomst betreft.''
Hiermee wil Schnabel aangeven dat zijn bureau SCP eigenlijk een verkeerde
naam heeft. Plannen zit niet echt in het takenpakket van het bureau, want
voor plannen moet je weten wat er gaat gebeuren en het alledaagse leven
blijkt niet zo voorspelbaar te zijn.
Een zaal vol vrouwen, hier en daar een man, luistert tijdens de studiedag
naar Schnabel. Hij verschaft de aanwezigen een kijkje op de belangrijkste
maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren en probeert
voorzichtig de toekomsttrends te schetsen. Zo dacht men in 1965 nog dat
Nederland aan het begin van de twintigste eeuw 21miljoenen inwoners zou
hebben en dat die in totaal over 5.8 miljoen huishoudens zouden zijn
verdeeld. Maar de bevolkingsgroei werd behoorlijk overschat, omdat men
uitging van toenmalige geboortecijfers. Maar het aantal huishoudens blijkt
met bijna zeven miljoen juist hoger te zijn dan verwacht, want men hield
rekening met de gezinssituatie uit die tijd. Schnabel: ,,We redeneren vaak
te snel vanuit onze eigen kaders.''
In 1965 kon niemand bedenken dat in 2003 eenderde van het aantal
huishoudens uit één persoon zou bestaan en dat gezinnen zoveel kleiner
zouden zijn. Schnabel ziet hierin een van de belangrijkste trends van deze
tijd.
De maatschappij individualiseert en daarmee ook het beeld en de functie van
het huishouden. Een direct gevolg hiervan is dat het huishouden een stuk
meer geld vraagt, want alleen wonen of met slechts een paar mensen is een
dure vorm van leven. Dat wordt nog eens versterkt door de komst van de
'vijfsterrenhuishoudens': huishoudens die alles hebben op het gebied van
huishoudelijke apparaten, elektronica, sport en vrijetijdsartikelen,
voertuigen en voorzieningen als centrale verwarming en sanitair. ,,Iedereen
heeft alles'', zegt Schnabel, en noemt daarmee nog een groot verschil met
vijftig jaar geleden. ,,Het enige huishoudelijke apparaat dat minder
populair wordt is de naaimachine.''
Dat dit apparaat uit het huishouden verdwijnt is een logische ontwikkeling,
want vrouwen zijn steeds meer gaan werken en bemoeien zich minder met het
huishouden. De totale arbeidsparticipatie is enorm gegroeid, ook van
mannen. ,, En dit leidt tot welvaart, maar het is ook noodzakelijk om de
vijfsterrenhuishoudens te handhaven.''
Door de groeiende arbeidsparticipatie en de toegenomen welvaart moeten en
kunnen huishoudens steeds meer 'uitbesteden'. Dit is niet verrassend, maar
de manier waarop dat gebeurt is wel interessant. ,,Huishoudens doen 'niets
meer de deur uit', maar steeds meer 'de deur in''', vertelt Schnabel:
anders dan gedacht hebben mensen weinig zin om gebruik te maken van
gemeenschappelijke faciliteiten voor huishoudelijke hulp. In plaats daarvan
halen ze hulp binnenshuis; bezorgdiensten, kant-en-klaarmaaltijden,
werksters en klusjesmannen zijn hier voorbeelden van.
Wel buitenshuis ondergebracht wordt bijvoorbeeld de kinderopvang en opvang
van gehandicapten. Voor die laatste groep zijn de voorzieningen voor het
voeren van een eigen huishouden steeds beter. Dit beeld past in de
individualistische maatschappij waarin iedereen een eigen huishouden wil en
moet kunnen bestieren.
,,In de grote steden bestaat meer dan vijftig procent van de huishoudens
uit eenpersoonshuishouden.'' Volgens Schnabel komt dit niet door het
groeiend aantal singles, zoals vaak wordt gedacht. ,,De meeste van die
eenpersoonshuishoudens bestaan uit alleen overgebleven vrouwen. Dat komt
voor een deel door de vreemde gewoonte in dit land dat mannen in een
relatie meestal ouder zijn. En tegenwoordig verlaten jongeren tussen de 18
en 22 het huis en beginnen zelfstandig een huishouden.''
De individualisering van huishoudens is dus een belangrijke trend, maar ook
binnen gezinnen is dit fenomeen te zien. Zo heeft iedereen een eigen kamer,
vaak met eigen tv, videorecorder en radio, en ook het hebben van meerdere
badkamers in huis is niet meer ongewoon.
De individualisering heeft wel wat consequenties, vertelt Schnabel. Het is
niet alleen kostbaar, maar ook bewerkelijk. Daarnaast is het sterke
individualisme vanuit psychisch oogpunt niet zonder risico's. En tekenend
voor de individualisering van het dagelijks leven is de enorme
intensiviteit waarmee het gepaard gaat. Want niet alleen wil iedereen alles
hebben, iedereen wil ook alles doen: carrière maken, sociaal en cultureel
actief zijn, sporten en tegelijk ook nog maatschappelijke betrokkenheid
tonen. Mensen staan dus onder spanning, vooral tussen het dertigste en
vijftigste levensjaar. Schnabel: ,,Dat is het 'spitsuur van het leven',
waarin alles moet gebeuren.'' |
L.M.

Re:ageer