Wetenschap - 12 november 2015

Wereldhandel snakt naar uniforme gm-regels

tekst:
Albert Sikkema

De Europese Unie en de Verenigde Staten willen vrij met elkaar handelen. Groot vraagstuk daarbij is hoe je voorkomt dat genetisch gemodificeerd voedsel en veevoer in aanraking komen met gm-vrije handelswaar. Uniforme regels zouden helpen, maar die lijken voorlopig nog ver weg.

Net nu de onderhandelingen over vrijhandelsverdrag TTIP tussen de EU en de VS in volle gang zijn, organiseert Wageningen UR een congres over een potentiële splijtzwam in die onderhandelingen: het naast elkaar bestaan van voedselketens met en zonder genetische modificatie (gm). Centrale vraag is hoe economische grootmachten hun voedselbeleid binnen het handelsverdrag op dit punt op elkaar kunnen afstemmen. Een netelige kwestie, want op gm-gebied lopen de meningen uiteen. Niet alleen tussen de VS en Europa, ook binnen de EU.

Twee weken geleden wees het Europees parlement nog een voorstel af van de Europese Commissie om EU-landen voortaan zelf te laten bepalen of ze import van gm-voedsel en -veevoer toelaten. Ruud Tijssens, directeur bij Agrifirm Group en voorzitter van de Europese federatie van veevoerproducenten FEFAC, is blij met die afwijzing. Agrifirm heeft diverse veevoerfabrieken in Nederland, Duitsland en België en moet er niet aan denken dat er per land weer verschillende regels komen voor de import van diervoeders. Door de afwijzing is de gemeenschappelijke Europese markt bovendien voorlopig gered.

Marktverstoring

Tijssens is echter niet gerust op de afloop, want de EU-landen blijven tot op het bot verdeeld over de acceptatie van gm-gewassen. De politieke discussie over genetische modificatie zit al jaren op slot. Als gevolg slaagt de EU er bijvoorbeeld niet in om de toelatingsprocedure van allerlei nieuwe genetische variëteiten af te ronden en ontstaan er stuwmeren aan aanvragen en verstoringen op de wereldmarkt.

Europese veevoerproducten hebben daar last van. Dat bleek enkele jaren geleden, toen de Europese veevoersector interesse toonde in de grondstof DDGS, een eiwitrijk restproduct van de productie van bio-ethanol uit voornamelijk gm-maïs. Die maïs was nog niet toegelaten door de EU. Het gm-voer werd al wel verscheept naar andere delen van de wereld, maar in de EU gold een zerotolerancebeleid. Dat speelde de handelaren parten, omdat er altijd wel een beetje veevoer in de vrachtschepen achterblijft. Toen een partij DDGS om die reden werd afgekeurd, vonden de handelaren de invoer van DDGS in Europa een te groot risico. Ze moesten in plaats daarvan dure tarwe aankopen. Tijssens: ‘De fabrikanten hebben die meerkosten verrekend in een hogere voerprijs voor veehouders.’

Even voor de goede orde: FEFAC is niet voor of tegen genetische modificatie. Tijssens: ‘Wij bedienen de markt. Er zijn in de EU consumenten die tegen gm zijn en er zijn consumenten die gm geen probleem vinden. Voor beide consumentengroepen zijn er commerciële voerketens beschikbaar. Die marktsegmenten bestaan.’

Labels

Het naast elkaar bestaan van deze gm- en traditionele voedselketens staat centraal tijdens de internationale conferentie ‘Coexistence in International Trade’, die tussen 17 en 20 november plaatsvindt in Amsterdam. Internationale wetenschappers en bedrijfsmanagers bespreken daar hoe je de regelgeving in voedselketens kunt stroomlijnen. En dan gaat het niet zozeer om vermindering van het aantal regels, zegt de Wageningse econoom Justus Wesseler, medeorganisator van het congres, maar om harmonisatie. Want als iets de internationale handel belemmert, dan zijn het de verschillen in regelgeving per land.

Die verschillen zie je mooi bij gm-voedsel. In de EU moeten voedselfabrikanten met labels op de verpakking aangeven of er gm-voedsel in hun producten zit, in de VS niet. Maar de Europese bedrijven hoeven het niet te melden als melk, kaas en vlees van gm-komaf zijn. Onder druk van actiegroepen begint dit nu een kwestie te worden en zie je Europese voedselproducenten kleur bekennen, signaleert Wesseler. Zo verkochten de Britse supermarkten Tesco en Sainsbury enige tijd alleen kippenvlees zonder gm-soja. Ze kwamen daar echter van terug toen ze de hogere kosten van het niet-gm-voer niet terug konden verdienen.

Dit demonstreert dat de Europese supermarkten in de praktijk vaak het aanbod aan gm-producten bepalen. In de VS is dat niet anders. Hoewel het algemene beeld is dat de VS pro-gm is, is de werkelijkheid genuanceerd. Bijna alle veevoer is gm en er zit veel gm-maïs in het voedsel, maar er wordt geen gm-tarwe verbouwd. Er is een gm-aardappel ontwikkeld, maar die wordt ook nog niet verbouwd, mede omdat marktleider McDonald’s bezorgd is dat de consument geen gm-frietjes wil. Bovendien zijn de Amerikaanse regels voor het testen van de veiligheid van gm-gewassen voor mens en milieu, al even uitgebreid als in Europa.

Welvaartswinst

De TTIP-overeenkomst met de VS zal dan ook niet snel leiden tot lagere eisen aan de voedselveiligheid, vermoedt Wesseler. Vergelijkbare eisen, dat zou heel mooi zijn. Wesseler: ‘Als we met de VS afspreken dat we de veiligheid van gm-voedsel op dezelfde manier controleren en bijvoorbeeld de CO2-emissies van auto’s op dezelfde manier meten, dan levert dat welvaartswinst op, ook als je kiest voor de strengste test. Uit Duits onderzoek kwam dat harmonisatie van de regelgeving met de VS de Duitse bevolking 5 procent welvaartsgroei oplevert.’

Ook Europese veevoerfabrikanten snakken naar eenduidige regelgeving. Tijssens: ‘Als we nu een nieuwe premix op de Amerikaanse markt willen brengen, moeten we in elke Amerikaanse staat met een andere regionale distributeur in zee. Van dat soort transactiekosten willen we af.’

International conference ‘Coexistence in International Trade’, 17-20 november in Amsterdam. Zie www.wur.nl/gmcc2015.


Re:ageer