Wetenschap - 21 maart 2014

Welzijnsstal bleek geen prototype

tekst:
Albert Sikkema

LTO, Dierenbescherming en Wageningen UR ontwikkelden samen de welzijnsvriendelijke Comfort Class stal voor vleesvarkens. Dit staltype heeft nooit de praktijk gehaald, evalueert onderzoeker Herman Vermeer, maar leverde wel puzzelstukjes voor diergerichte stalontwerpen.

Het was een zeer vernieuwende aanpak in 2005. Landbouworganisatie LTO, de Dierenbescherming en Wageningen UR gingen samen de welzijnsbehoeften van het varken opstellen en aan de hand daarvan een stalconcept ontwikkelen. Dat werd de Comfort Class  stal op het praktijkcentrum van Wageningen UR in Raalte. De varkens kregen veel ruimte, veel stro en speeltjes, natuurlijk licht en buitenlucht in een verder simpele stal. Veel media en bussen met scholieren kwamen langs in Raalte tussen april 2006 en november 2009, terwijl de vleesvarkens op welzijnsvriendelijke wijze werden afgemest.

De dieronderzoekers Herman Vermeer en Karel de Greef van Livestock Research deden metingen aan de varkens gedurende deze drieënhalf jaar. Ze plaatsten de varkens in grote en kleine groepen, met 2,4, 1,6 en 1,2 vierkante meter ruimte per varken, en schrijven in Livestock Science dat de varkens met de meeste ruimte het beste groeiden en de minste verwondingen hadden. Maar ze constateren ook dat dit betere welzijn en de extra groei niet opwegen tegen de extra kosten van dit staltype. Mede daarom heeft deze welzijnsvriendelijke stal, die nog steeds biologische varkens huisvest in Raalte, nooit navolging gevonden in de praktijk.

Toch stond deze Comfort Class stal aan de wieg van grootschalige veranderingen in de varkenshouderij, stelt Vermeer. ‘De Dierenbescherming dacht toen al na over een welzijnskeurmerk. Dat is uiteindelijk uitgemond in het Beter Leven kenmerk. De wettelijke norm voor vleesvarkens is minimaal 0,8 vierkante meter per dier, een Beter Leven varken krijgt 1 vierkante meter, een biologisch varken 2,3 m2. Die normen zijn afgeleid van ons onderzoek in Raalte. Daarbij keken we ook naar het welzijnseffect van een wroetbak, afleidingsmateriaal en warme afgescheiden slaapplekken in de groepshokken.’ Bovendien deed de stal in Raalte als eerste ervaring op met het houden van ongecastreerde varkens met een krulstaart.

Die kennis werd ook gebruikt door vijf varkenshouders die aan het project deelnamen. Die gingen de top-10 aan varkensbehoeften vertalen naar hun bedrijf en kwamen zo op verschillende stalaanpassingen uit, waaronder uiteenlopende groepsgroottes, ander speelgoed en een nieuw type zaagselvloer. Juist deze variatie aan toepassingen heeft de ontwikkeling van welzijnsvriendelijke stallen versterkt, vindt Vermeer.

Met een groot oppervlak per dier hoef je jezelf niet uit de markt te prijzen, zegt Vermeer, want de Comfort Class stal was een relatief goedkope open stal. Voordeel daarvan was de natuurlijke ventilatie en frisheid van de stal, maar nadeel was de ammoniakuitstoot. ‘Je zou er niet snel een milieuvergunning voor krijgen van een gemeente.’ Nog een reden waarom de Comfort Class stal niet aansloeg. Vanwege de milieuvoorschriften zijn de meeste varkensstallen tegenwoordig gesloten, met een luchtwasser.


Foto: Guy Ackermans


Re:ageer