Wetenschap - 28 juni 2001

Wel eten maar niet willen weten

Wel eten maar niet willen weten

De schizofrenie van de burger-consument

Hoewel burgers best een duurzame veehouderij willen, kiezen ze in de supermarkt niet voor diervriendelijk vlees. Noelle Aarts en Cees van Woerkum verklaren de discrepantie tussen mening en gedrag.

De commissie Wijffels ziet - naast de primaire verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven - een belangrijke rol weggelegd voor de consument in het ontwikkelen van een meer duurzame veehouderij. "Als de burger een andere veehouderij wil, maar daar als consument geen consequenties aan verbindt, is hervorming van de sector kansloos" aldus het rapport. Toch daalde de vleesconsumptie in het eerste kwartaal van dit jaar niet, maar steeg juist. Het voorlichtingsbureau vlees meldt een toename van een procent in de vleesverkoop. Omdat het vlees wel duurder werd gaf de consument elf procent meer uit aan vlees dan in hetzelfde kwartaal vorig jaar. Vooral panklare producten verkochten goed. Na de eerste uitbraak van mond- en klauwzeer kocht de Nederlandse consument massaal vlees in uit angst voor schaarste. Daarna liep de verkoop terug, per saldo heeft de hamsterwoede weinig invloed gehad. Albert Heijn, die in 75 winkels biologisch vlees verkoopt, meldt een lichte groei in de verkoop daarvan over de afgelopen periode. Maar vooral de verkoop van kip en vegetarische vleesvervangers steeg exponentieel naar aanleiding van de uitbraak van MKZ. Maar ook de verkoop van gewoon vlees groeide licht. "Mensen hebben vertrouwen in ons vlees", verklaart een woordvoerder.

Functionele onwetendheid

Veel burgers willen een meer duurzame veehouderij, maar kiezen in de supermarkt niet voor producten die daarvoor kunnen zorgen. Dr. ir. Noelle Aarts en prof. dr. Cees van Woerkum, onderzoekers bij de leerstoelgroep Communicatie en innovatiestudies van Wageningen Universiteit, deden onderzoek naar die discrepantie tussen gedrag en mening van consumenten. In het onderzoek dat 'wel eten maar niet willen weten' heet, zochten ze naar de manier waarop consumenten hun gedrag rechtvaardigen. Een onderdeel daarvan is functionele onwetendheid. Mensen kopen bijvoorbeeld het liefst kipfilet verpakt in cellofaan, waarvan de herkomst niet duidelijk is. Slagers zien er clean uit, er is geen bloed te zien. Verwerkers en producenten helpen daarbij een handje mee. Op verpakkingen van eieren staat een lachende boer, op vlees foto's met koetjes in de wei.

Aarts zegt dat de consument in de loop van de tijd vervreemd is van de dieren waar het lapje vlees vandaan komt: "De hele veehouderij is achter de coulissen verdwenen." Ook het rapport van Wijffels erkent dat: "Burgers lijken zich nauwelijks meer te realiseren dat landbouwhuisdieren gehouden worden voor productiedoelstellingen." Volgens het rapport leven consumenten veelal nog met een romantisch beeld van de landbouw dat niet overeenkomt met de 'doorgeschoten werkelijkheid.'

Informatie

De Consumentenbond vindt het niet terecht dat de consument de zwarte piet toegeschoven krijgt. "De consument heeft helemaal niet de informatie om goed te kunnen oordelen", zegt drs. C?cile Nijkamp van de bond. Om dat aan te tonen, voerde de consumentenbond een onderzoek uit onder supermarkten en slagerijen, waaruit bleek dat zij nauwelijks kennis hebben van de herkomst, veiligheid of diervriendelijkheid van het vlees dat ze verkopen. Alleen de biologische slagers wisten het naadje van de kous. Nijkamp: "Als supermarkten het al niet weten, dan kan de consument het al helemaal niet weten. Wij pleiten voor een nieuwe wet, waarin de openbaarheid van informatie in de productieketen wordt verplicht. Supermarkten moeten zich dan verantwoorder gaan gedragen."

Maar Aarts zet vraagtekens bij het nut van meer informatie over producten. "De overheid mag best wat strakker onderhandelen met supermarkten over de verplichte etikettering. En dat is geen stalinistische stemmingmakerij, zoals Brinkhorst laatst nog zei." Maar alleen etiketteren of voorlichting werkt niet volgens Aarts. "Consumenten bagatelliseren de informatie die ze niet willen horen. Mensen houden niet van problemen." Die Oost-Indische doofheid is niets minder dan een overlevingsstrategie om problemen waar mensen geen invloed op hebben het hoofd te kunnen bieden. Consumenten moeten volgens Aarts dan ook meer handelingsperspectief krijgen. "Je kunt scharreleieren kopen, maar in mayonaise zit nog gewoon het legbatterij-ei." Volgens Aarts moeten mensen makkelijker voor het duurzame product kunnen kiezen, zonder de hoge drempel naar de natuurvoedingswinkel te hoeven nemen. Want daar komt, in de woorden van Van Woerkum, toch vooral nog de 'Pieterpad-loper.'

Collectieve onverantwoordelijkheid

Een ander punt is het afschuiven van verantwoordelijkheid. Niet alleen Wijffels, ook boeren wijzen met de vinger naar consumenten. Omgekeerd wijst het onderzoek van Aarts en Van Woerkum uit dat consumenten denken dat wat in de supermarkt ligt in orde is, 'want daar zal de overheid toch wel voor zorgen.' Die impasse, collectieve onverantwoordelijkheid noemen de onderzoekers het, kan volgens Aarts alleen doorbroken worden door een helderder debat. Daarin moet het verschil tussen de werkelijkheid en het romantische beeld dat de consument nog heeft van de landbouw zichtbaar worden. "De Consumentenbond moet daarin meer dan voorheen de consument vertegenwoordigen en partijen weten te confronteren." Aarts twijfelt echter aan de slagvaardigheid van de Consumentenbond.

Joris Tielens

Re:ageer