Wetenschap - 1 september 2017

Weidevogels zijn nog te redden

tekst:
Roelof Kleis

Alleen een betere inrichting en een dito beheer kan de grutto nog redden voor het Nederlandse landschap. Dat betoogde Wageningse ecoloog Dick Melman.

© Public Domain Pictures

Weidevogels die het moeten hebben van vochtig grasland doen het slecht in ons land. De aantallen broedparen grutto’s, kieviten, tureluurs en scholeksters hollen  al decennia achteruit. Ons land telt nu nog zo’n 32.000 tot 36.000 broedparen grutto’s. Enkele decennia terug waren er dat vier keer zoveel. Zonder drastische ingrepen is het volgens Dick Melman (Wageningen Environmental Research) binnen afzienbare tijd gedaan met de grutto.

Modelvogel
In opdracht van het ministerie van Economische Zaken brachten Melman en collega Henk Sierdsema (Sovon) een aantal scenario’s in kaart van maatregelen en te verwachten effecten daarvan op de weidevogelstand. De grutto is daarbij als modelvogel gehanteerd. De conclusie is duidelijk: het is nog steeds niet te laat om de grutto te behouden, maar dan moet hun leefgebied wel aanzienlijk worden verbeterd. De gebieden moeten natter, de vegetatie moet anders en de verstoring minder.

rapportWeidevogelsomslag.jpg

De onderzoekers richtten zich vooral op reservaten en gebieden waar al beheer plaatsvindt in de vorm van agrarisch natuurbeheer. ‘Je moet dit gaan doen in gebieden die de grootste potentie hebben, dus waar totnutoe de hoogste dichtheden aan vogesl zijn en die op dit moment al beheerd worden. Daar zijn het effect en het draagvlak het grootst.’ In totaal gaat het dan om 146.000 hectare grond, waarvan de helft agrarisch gebied is. Op dit moment is
maar 1200 hectare grond grutto-proof.

Met goede inrichting en goed beheer is volgens Melman een duurzame populatie van 40.000 broedparen grutto’s mogelijk. Ook andere weidevogels profiteren daarvan. Het aantal broedparen kieviten (nu 24.000) verdubbelt bijna en hetzelfde geldt voor de tureluur (nu 10.500 broedparen). Daar hangt wel een prijskaartje aan van om en nabij de 100 miljoen euro aan inrichtingskosten. Voor beter beheer is jaarlijks dan 20 miljoen extra nodig boven op de huidige uitgaven.

In boerengebied is op veel plekken het gewas te zwaar om doorheen te lopen
Dick Melman

Een flink deel van het geld is nodig om gebieden natter te maken. Daarnaast moet volgens Melman op veel plekken de begroeiing worden aangepakt. ‘De terreinen moeten opener. Weidevogels houden van open gebieden. Maar omdat hout minder wordt gebruikt, groeien houtwallen tegenwoordig hoger uit dan voorheen. Daarnaast moet de vegetatie aangepast: er is meer variatie nodig in de structuur en de vegetatie moet minder ‘zwaar’.’

Weidevogels gebruiken vegetatie om hun kostje bij elkaar te scharrelen en om zich te verbergen voor predatoren. Melman: ‘Maar in boerengebied is op veel plekken het gewas te zwaar om doorheen te lopen en na vroege maaibeurten zijn kuikens een gemakkelijke prooi. Met het juiste maairegiem en door het aanleggen van plas-drassen is hier veel te winnen.’ Hij
wijst bovendien op de reservaten, waar door voortdurende verschraling soms sprake is van een te gering voedselaanbod en door achterstallig maaibeheer de vegetatie te ruig aan het worden is.

Verstoring
Verstoring en predatie maken het de weidevogels ook lastig. Verstoring door mensen met honden bijvoorbeeld zijn fnuikend voor het broedsucces. En als er kuikens zijn, liggen vossen, buizerds en kraaien op de loer om het jonge grut op te vreten. Jacht op predatoren is volgens Melman een noodoplossing. ‘In de eerste plaats moet je goed kijken waardoor het aanbod
aan predatoren zo hoog is. Kraaien bijvoorbeeld overleven in de winter door te eten uit open silo’s bij boeren. Daar is eenvoudig wat tegen te doen.’


Re:ageer