Wetenschap - 1 januari 1970

Wegduiken in eigen wereld

In de wetenschap moet alles exact kloppen. Maar in een roman mag je dingen verzinnen. Dat maakt schrijven van een thriller leuk, vindt Marelle Boersma. Ze schreef ‘Nephila’s netwerk’ naast haar werk als analist bij Toxicologie.

Analiste en schrijfster Marelle Boersma. / foto Guy Ackermans

‘Een thriller is een puzzel. Je moet veel lijntjes uitzetten die uiteindelijk bij elkaar moeten komen. Ik had me nooit gerealiseerd hoe moeilijk dat is. Want af en toe moeten er wel problemen opgelost worden,’ vertelt Marelle Boersma. ‘Maar het is heel leuk. Onderzoeken hoort bij me.’
Boersma werkt sinds het afronden van haar analistenopleiding in 1982 bij de universiteit. Ze werkte op Virologie, Plantencytologie en morfologie en Biochemie, voordat ze met Ivonne Rietjens meeverhuisde naar Toxicologie. Met schrijven is ze begonnen nadat er vijf jaar geleden een folder over een cursus schrijven bij haar in de bus viel. ‘Taal is altijd een hobby geweest. Ik heb altijd veel geschreven en het zit ook in de familie. Mijn vader heeft na zijn pensionering een boek geschreven dat is uitgegeven. Daar ben ik heel trots op. Maar ik wilde niet wachten tot ik met pensioen was.’
Hoofdpersoon in haar boek is de roodharige Irene, die in haar eentje voor een duikvakantie naar het Franse eiland Corsica gaat. Ze hoort daar bij toeval over een duiker die glanzende vreemde schimmen in een onderwaterreservaat heeft gezien. Irene, die nieuwsgierig is geworden, betrekt een interessante duikinstructeur bij haar speurtocht naar de wezens. Tegelijkertijd wordt in het westen van Frankrijk in een laboratorium gewerkt aan een nieuwe, revolutionaire vinding.
Boersma koos voor een thriller omdat ze zelf van het genre houdt. ‘In een boek moet iets gebeuren. Een boek is goed als je als lezer wilt weten hoe het verder gaat.’ Ze bladert met haar handen fictief door een boek. ‘Dat je aan het eind van het hoofdstuk, als je eigenlijk moet stoppen met lezen, toch alvast even de eerste regels van het volgende leest om te zien hoe het verder gaat.’

Harde kritiek
Binnen een jaar was de eerste versie van het boek af. ‘Ik werkte toen nog drie dagen en schreef als de kinderen naar school waren.’ Ze stuurde het boek naar een bureau dat manuscripten beoordeelt, Bureau Script in Noordwijk, en kreeg een hoop kritische opmerkingen. ‘De kritiek was hard: er zat een sterk plot in, maar het klopte niet. Gelukkig vind ik kritiek niet erg. Maar ik heb toen wel een jaar nagedacht over hoe het anders moest.’ Ze bedacht een nieuwe verhaallijn waardoor het verhaal complexer werd en gaf de personen in haar boek andere karaktereigenschappen. ‘Eigenlijk ben ik weer opnieuw begonnen met de proloog.’

‘Ik wil niet voor de oud-papierbak schrijven’
Het duurde nog een jaar voordat ze zover was dat ze het boek naar uitgevers kon opsturen. Na drie maanden kwam de eerste afwijzing. ‘Het wachten op reacties kostte een hoop energie, maar was wel de moeite waard. Ik wil niet voor de oud-papierbak schrijven.’ Uiteindelijk reageerde uitgeverij Ellessy uit Arnhem. Die zagen er wel wat in en ze maakten een eerste afspraak. Toen het definitieve besluit kwam dat haar boek werd uitgegeven heeft Boersma een feestje gevierd. ‘Ik was heel erg blij. Ik weet dat maar erg weinig mensen uit de stapel manuscripten worden gehaald die uitgevers ongevraagd krijgen opgestuurd.’
Toen de kogel definitief door de kerk was durfde de analist pas op haar werk te vertellen waar ze mee bezig was geweest. ‘Het schrijven van een thriller staat ver van de wetenschap af. Wetenschap moet exact kloppen, dan is het leuk om daarnaast dingen op te kunnen schrijven die je zelf verzint. De enige gemeenschappelijke factor is onderzoek. Het schrijven van een wetenschappelijk artikel is ook totaal anders dan van een boek. Een artikel moet je zo compact mogelijk houden. In fictie kun je helemaal je eigen gang gaan en wegduiken in een wereld die je zelf schept.’

Waterrat
Het moeilijkst vond Boersma het om vanuit een persoon te schrijven waar ze ver vandaan staat, zoals de kettingrokende man die de baas speelt over het geheime laboratorium. Belangrijke onderwerpen in het boek, wetenschappelijke experimenten en duiken, staan dichterbij. ‘Het is makkelijker om te schrijven over dingen waar je denkt verstand van te hebben, waarvan je weet hoe die dingen in het dagelijkse leven in elkaar zitten.’
Ze noemt zichzelf een waterrat. ‘Mijn moeder nam me altijd mee naar het zwembad. Ik heb alle diploma’s, ook voor reddingszwemmen, heb aan waterpolo en wedstrijdzwemmen gedaan. Op vakantie gingen spullen mee om te snorkelen.’ Later is ze gaan duiken. ‘Duiken is heel rustgevend. Onder water ben je al het geluid kwijt. Je hoort alleen de bubbels uit de ademautomaat. Je kunt ook niet anders dan langzaam bewegen. Je bent in een andere wereld, je ziet andere wezens. Op plekken waar gejaagd wordt, schieten vissen weg als ze mensen zien, maar in reservaten komen ze nieuwsgierig naar je toe. Dan kun je zo’n grote vis recht aankijken’, vertelt Boersma vol ontzag. Met haar handen doet ze zwiepende staartbewegingen na.
Hoewel hoofdpersoon Irene in haar boek op duikvakantie gaat op Corsica, is het geen duikboek geworden. ‘De rust en het onderwaterleven zijn mooi, maar je moet je daar niet in verliezen want dan raak je mensen kwijt.’ Ze koos voor Corsica omdat ze het eiland prachtig vindt. ‘Ik houd veel van natuur en wilde dat ook in mijn boek verwerken, net als de wetenschap. Corsica kende ik omdat ik er met mijn ouders gekampeerd heb en later ook met mijn eigen gezin.’

Tweede boek
Na de acceptatie van het manuscript ging het nog door een hele molen van redactie, fondsenlijst en drukken, vertelt Boersma. Ze werkt inmiddels vier dagen per week, maar schreef in de tussentijd toch een tweede boek. Sinds september ligt het bij de uitgever. ‘Die wacht met uitgeven tot duidelijk is wat het eerste boek doet.’ Het probleem zit volgens Boersma ook in het thrillerklimaat in Nederland, waarin het voor een debutant moeilijk is om binnen te komen. ‘Je komt niet als vanzelfsprekend in de winkels te liggen.’ Toch ziet ze uit naar de presentatie van haar eerste boek, vrijdagavond 8 april om half acht in de Bblthk in Wageningen. ‘Dat is mijn feestje.’

Yvonne de Hilster

Nephila’s netwerk, door Marelle Boersma, uitg. Ellessy, Arnhem, isbn 90-76968-47-0

Re:ageer