Wetenschap - 1 januari 1970

Weg op palen voor de dieren

Om de moerasgebieden de Weerribben en de Wieden ecologisch op elkaar aan te sluiten zijn maatregelen nodig die tussen de 8,4 en 19,3 miljoen euro kosten. Dat concludeert dr. Edgar van der Grift van Alterra in een onderzoek in opdracht van de provincie Overijssel.

De Weerribben en de Wieden zijn de grootste laagveenmoerassen van Nederland, tegenwoordig vooral bekend als leefgebied van uitgezette otters. De N333 is een harde grens tussen beide natuurgebieden. Zowel de rijksoverheid als de provincie hebben in hun natuurbeleid de wens uitgesproken een ecologische verbinding te leggen tussen de gebieden.
Van der Grift ontwikkelde drie varianten van te nemen maatregelen, die vervolgens technisch en financieel werden doorgerekend door ingenieursbureau DHV. De maatregelen betreffen faunapassages, waarbij de weg op palen wordt gezet, en tunnels. Voor 8,4 miljoen euro krijgt de N333 bij Roomsloot een faunapassage van 75 meter en drie faunatunnels. Voor 12,2 miljoen een passage van tweehonderd meter en drie tunnels, en voor 19,3 miljoen euro wordt de weg op twee plekken op palen gezet over een lengte van tweehonderd meter, en krijgt de weg één tunnel.
Volgens Van der Grift levert de ecologische verbinding tussen beide natuurgebieden vooral verbetering op van de leefgebieden van kleinere, minder mobiele zoogdieren, amfibieën en ongewervelden. Voor kleinere knaagdieren, zoals de noordse woelmuis, betekent de duurste variant dat hun leefgebied van ‘duurzaam’ verandert in ‘sterk duurzaam’. Voor weinig mobiele amfibieën, zoals de poelkikker, leidt een verbinding tot een stabiel leefgebied. De provincie zal met dit rapport in de hand moeten besluiten welke variant wordt gekozen, om daarna financiering te zoeken voor de bouw ervan. / MW

Re:ageer