Wetenschap - 1 januari 1970

Weg met de doemscenario’s

Doemscenario's helpen niet het klimaat te verbeteren, meent klimaatonderzoeker dr Ronald Hutjes. De wereld moet gewoon met praktische oplossingen komen, en zelfs een klein land als Nederland kan daarbij een rol spelen. 'Dat kan makkelijk, want de kosten zijn marginaal.'

Dr. Ronald Hutjes waarschuwt voor doemsscenario’s. ‘Of mensen geloven je niet, of ze denken dat het zo erg is dat ze er toch niets meer aan kunnen doen.' / foto Guy Ackermans

In de film 'The Day After Tomorrow' zorgt een abrupte klimaatverandering ervoor dat in New York het vrijheidsbeeld alleen nog met kop en schouders boven het water uitsteekt en dat San Fransisco Bay dichtvriest. Maar het laatste waaraan klimaatonderzoeker dr Ronald Hutjes behoefte heeft, zijn zulke doemscenario's. 'In de discussie over klimaatverandering moet je heel erg oppassen dat je geen doemscenario's schets. Als je dat wel doet, kunnen er twee dingen gebeuren: Of mensen geloven je niet, of ze denken dat het zo erg is dat ze er toch niets meer aan kunnen doen.'
Hutjes schreef onlangs met collega's van Alterra, de leerstoelgroep Milieueconomie, het KNMI en het Delftse onderzoeksbureau CE op verzoek van de Tweede Kamer een overzichtsrapport over het klimaatbeleid. Daaruit bleek dat er nog enorme opgaven liggen. Om te voorkomen dat de temperatuur wereldwijd met meer dan twee graden Celsius stijgt, moet de emissie aan broeikasgassen in 2100 met zestig tot tachtig procent worden verlaagd. De huidige kabinetsplannen voorzien in een verlaging van zes procent in 2012, terwijl staatssecretaris Pieter van Geel het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie gebruikt om dat percentage te verhogen naar dertig procent.
Maar hebben de inspanningen van een klein land als Nederland wel zin? Als je internationaal kijkt, lijkt het er in eerste instantie op dat het klimaatbeleid weinig zoden aan de dijk zet. 's Werelds grootste vervuiler, de Verenigde Staten, legt de wereldwijde afspraken over emissiereductie van broeikasgassen in het Verdrag van Kyoto vooralsnog naast zich neer. Een andere grootmacht, Rusland, neemt in navolging van de Amerikanen een weifelachtige houding aan ten aanzien van klimaatbeleid. En de snelst groeiende economie van de wereld, China, kampt met enorme milieuproblemen die waarschijnlijk ook hun weerslag zullen hebben op het klimaat.

Adaptatie
Het grote probleem zit hem in wereldwijd nagejaagde groei van economie en bevolking. 'Het grote probleem van vooruitgang is dat die op fossiele brandstoffen gebaseerd is', erkent Hutjes. 'Allereerst moeten we het energieverbruik terugdringen. Dat steeds meer auto's een airco hebben is wat dat betreft een slechte zaak. De nieuwe auto's zijn qua verbruik wel efficiënter, maar dat wordt compleet teniet gedaan doordat ze zwaarder zijn en luxueuzer.'
Naast het verminderen van de oorzaken van de klimaatverandering - in wetenschappelijke termen mitigatie genoemd - is er tegenwoordig steeds meer aandacht voor het omgaan met de effecten van de klimaatverandering - mooi gezegd de adaptatie. 'Een paar jaar geleden ging de discussie vooral over Kyoto en de emissiereductie', vertelt Hutjes. 'Nu is het meer: hoe passen we ons aan. Want zelfs als we de zestig tot tachtig procent emissiereductie die we in ons rapport voorstellen, dan nog zullen we met klimaatverandering van doen hebben.'
Volgens Hutjes moeten we echter oppassen dat we niet verzanden in een discussie over de vraag of we nu de aandacht richten op het aanpakken van de oorzaken of het omgaan met de gevolgen van de klimaatverandering. 'Je hebt geen keuze tussen adaptatie en mitigatie. Het is niet of-of maar en-en. Mitigatie blijft noodzaak om het probleem beheersbaar te houden. Hoe verder we van het bestaande evenwicht komen, hoe groter de kans op grote omslagen, zoals het afslaan van de warme Golfstroom. Of neem het ontdooien van de permafrost in Siberische toendra's. Daar liggen metersdikke veenpakketten die zullen gaan oxideren en enorme hoeveelheden CO2 de atmosfeer in brengen.'
Ook een klein land als Nederland kan in het internationale speelveld van het klimaatbeleid een rol spelen, vindt Hutjes. 'Je ontkomt er niet aan dat een land als Nederland of een groep landen als koploper fungeren. Dat kan makkelijk, want de kosten zijn marginaal. Uit onze studie blijkt dat het om tienden van procenten gaat van het bruto binnenlands product. Het kost niet meer dan dat wat we nu bijvoorbeeld uitgeven aan natuurbeleid of verzuringsbeleid.'

‘De omslag van kolen naar gas nam ook maar tien jaar in beslag’

Aanjager
Nederland zou bijvoorbeeld als aanjager kunnen dienen om minder rijke landen te bewegen om aan klimaatbeleid te doen. 'Je ziet dat de Europese landbouwpolitiek omgevormd wordt tot minder protectionistisch en meer marktgericht. Je kunt dat als een motivatie gebruiken om bijvoorbeeld ontwikkelingslanden over de streep te halen om iets te doen aan klimaatbeleid. Juist in die landen valt met relatief weinig middelen veel klimaatwinst te behalen. Dan zul je zien dat de OPEC-landen dwarsliggen, maar die kun je vervolgens weer helpen om hun economie te diversifiëren.'
Bovendien zou Nederland kunnen streven naar Europese samenwerking. 'Er is een kader, dat van Kyoto', vertelt Hutjes. 'Maar wat daar buiten valt zijn de emissies van de lucht- en scheepvaart. Die emissies zijn ook niet in kaart gebracht, maar die zullen net zo groot zijn als die van het transport over land. Nu wordt over vliegtickets geen BTW geheven en betaalt men op kerosine geen accijns. Je zou als Europa kunnen voorstellen om wel belasting te heffen.'
Nederland zou dus het voortouw kunnen nemen in klimaatbeleid elders. Zo kan met nieuwe technologieën veel klimaatwinst gehaald worden in China, als bijvoorbeeld de door de sterk groeiende economie aangejaagde vraag naar energie daar wordt opgevangen met meer duurzame middelen dan kolengestookte elektriciteitscentrales.
En tegelijkertijd moet er aandacht zijn voor de gevolgen van de klimaatverandering in arme en kwetsbare gebieden, zoals de delta van Bangladesh. 'In Nederland kun je de gevolgen van de klimaatverandering makkelijk opvangen. Ontwikkelingslanden zijn vaak niet rijk genoeg om de klap op te vangen. Voor een kleine boer in de Sahel is eens op de vijf jaar droogte in plaats van eens op de tien jaar een veel grotere klap dan voor een Nederlandse boer. En neem de toekomstige zeespiegelstijging. Het kost Nederland maar een paar procent van wat we nu aan kustverdediging uitgeven om dat op te vangen.'

Duimschroeven
Voor de klimaatonderzoekers zal er weinig veranderen, behalve dat er meer onderzoek komt naar de gevolgen van het klimaat op het landgebruik. 'Meten blijft nodig. Iedereen geeft nu zelf aan hoeveel ze uitstoten. Eigenlijk moet je naar een onafhankelijke verificatie van die gegevens, want als de duimschroeven dadelijk worden aangedraaid wordt het heel verleidelijk om die gegevens te saboteren.'
Geen doemscenario's dus, maar wel het momentum gebruiken als rijk land dat het zich makkelijk kan veroorloven. 'Belangrijk is het feit dat we wel degelijk een keus hebben', stelt Hutjes. 'De kosten zijn te overzien, en technologische vernieuwing is zeker mogelijk. De omslag van kolen naar gas in de vorige eeuw heeft ook maar tien jaar in beslag genomen.'

Martin Woestenburg

Re:ageer