Wetenschap - 1 januari 1970

‘We zitten in een dipje, misschien zelfs in een dip’

Het zit tegen bij Alterra. Was de afgelopen jaren de huisvesting van het groeiend aantal medewerkers de grootste zorg, nu staat een heuse hersteloperatie voor de deur. De Nederlandse overheid bezuinigt en Alterra voelt de pijn.

Op dinsdag 15 juni heeft Alterra-directeur prof. Wim van Vierssen zijn personeel ingelicht over de plannen. In totaal zal Alterra over twee jaar ongeveer tachtig voltijdbanen schrappen. Het instituut stopt geheel of gedeeltelijk met verliesgevende activiteiten (zie kader). Van Vierssen wil niet weten van een crisis. ,,Jullie kwamen hier toch niet in de veronderstelling dat Alterra ten onder gaat? Welnee, je moet de zaken wel in perspectief zien. De afgelopen jaren zijn we stevig gegroeid, daarmee hebben we bewezen dat we echt wat te bieden hebben. Nu hebben we te maken met een dipje, misschien een dip, maar het is een stap terug na jaren van groei.’’


De belangrijkste oorzaak voor de financiële problemen zijn bezuinigingen door de belangrijkste klant, het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV). Van Vierssen rekent er niet op dat de oplossing voor zijn problemen in Den Haag ligt. ,,Om Den Uyl te parafraseren, het wordt nooit meer zoals het was. Wij gaan ervan uit dat we van LNV niet meer te verwachten hebben dan we nu krijgen. Wij zullen veel aandacht blijven besteden aan onze belangrijkste klant LNV, nog meer letten op de klanttevredenheid, maar ondertussen moeten we als de donder de Europese markt op.’’
In de Europese Unie liggen volgens van Vierssen de kansen voor Alterra. ,,Net als Wageningen UR is Alterra eigenlijk te groot voor Nederland'', stelt hij. ,,Nu halen we een á twee procent van onze omzet uit Europa, het zesde kaderprogramma van de EU even buiten beschouwing gelaten. Dat moet toch veel beter kunnen.’’

Uniek
Daarvoor is wel Europese samenwerking nodig, want een Duitse deelstaat zal bijvoorbeeld niet snel geneigd zijn opdrachten te gunnen aan het Nederlandse Alterra als een Duits instituut het onderzoek ook kan doen. Van Vierssen is al op zoek naar partners in Europa. Maar voor niets gaat de zon op. Op de vraag of die partners niet ook een deel van de markt van Alterra willen, reageert Van Vierssen: ,,Dat is waar, maar wij hebben maar een kleine thuismarkt, daar is niet zo veel te halen. We hebben veel meer te winnen dan te verliezen.’’
Van Vierssen verwacht in Europa vooral opdrachten binnen te halen met datgene waarmee Alterra de laatste jaren in Nederland groot is geworden, namelijk grote, complexe en integrale herstructureringsplannen op het gebied van ruimtelijke planvorming en waterbeheer. Alterra is volgens hem wat dat betreft uniek in Europa. ,,Wij begrijpen goed welke veranderingen er spelen en hebben state-of-the-artkennis en weten hoe je dit soort processen kunt begeleiden. Wij zijn redelijk uniek in Europa in het samenspel dat wij kunnen bieden. Zeker bij grote onderwerpen is het een voordeel dat wij ons als Wageningen UR kunnen profileren.’’

Elftal
Naast het veroveren van nieuwe markten in Europa wil Van Vierssen de kennis van Alterra beter gaan verkopen. Commercialisering heet dat, in het herstelplan. ,,Wij hebben ons afgevraagd, wat verkopen we nu eigenlijk. Nu is dat bijna uitsluitend onderzoekscapaciteit. Je vraagt bijvoorbeeld in Brussel geld voor onderzoek en levert de ideeën er zelf bij. Eigenlijk kun je dat niet commercieel noemen.’’
Het gaat daarbij vooral om het uitbaten van bestaande modellen, databestanden en de kennis om daarvan de kwaliteit te bewaken en de gegevens te analyseren. ,,Wij zijn goed in onderzoek, we hebben fantastische producten, maar ze zijn slecht verpakt. Wij hebben goede onderzoekers en consultants, maar geen business developers, daar willen we iets aan doen.’’ Van Vierssen wil met die hernieuwde nadruk op de vele kennis die het instituut in huis heeft op het gebied van monitoring ook de discussie richting overheid openen over de vraag wie de langetermijnverzameling van monitoringgegevens en de kwaliteitsbewaking daarvan financiert. ,,Alleen uit de markt valt dat niet te betalen.''
Alterra wil daarom niet alleen banen schrappen, maar zal ook elf voltijdbanen voor ‘commercialisering’ scheppen. Het nieuwe elftal zal gaan proberen de bestaande producten van Alterra beter af te stemmen op de markt, maar ook door de vruchten van het onderzoek te verkopen aan nieuwe startende ondernemers. ,,Denk bijvoorbeeld aan een voorspellingsmodel voor oogsten. Daar is misschien wel iemand voor te vinden om het commercieel uit te baten.’’ In het herstelplan staan naast dit oogstvoorspellingsmodel onder andere een golfbanenmanagementsysteem en de verzamelde bodemgegevens van Nederland in bodemdata.nl.

Bezuiniging
Van Vierssen komt met zijn herstelplan een jaar nadat de terugloop bij Alterra duidelijk werd. De financiële cijfers zagen er gedurende 2003 steeds slechter uit. Aan het begin van het jaar stond nog een winst van 1,5 miljoen euro geboekt, maar stap voor stap moest die verwachting naar beneden worden bijgesteld. De vraag rijst daarbij of de directie niet eerder had moeten zien dat de markt over zijn hoogtepunt heen was. Op de vraag of hij de zaak wel onder controle had, reageert Van Vierssen verbaasd lachend: ,,Denk je dat dat niet zo was? Nee hoor, we worden geconfronteerd met een markt die erg snel is teruggelopen, net zo snel als het economisch tij keerde. Dat hadden wij niet kunnen voorzien. De mededeling dat Den Haag extra ging bezuinigen kwam van de ene op de andere dag. Wij konden ook niet voorspellen waar het geld voor kennisbasis naartoe zou gaan. Nee, ik denk ook achteraf niet dat we eerder hadden kunnen voorzien wat er ging gebeuren.
De directeur hoopt gedwongen ontslagen te vermijden, maar hard verzekeren dat niemand zijn baan gedwongen zal moeten opgeven, kan hij niet. ,,Voorlopig vertrouw ik erop dat dit het is. Als dit niet helpt komen we in een nieuwe fase. Maar vooralsnog hebben we afgesproken dat we ons plan met natuurlijk verloop en actieve sturing van mobiliteit kunnen uitvoeren.’’

Korné Versluis en Martin Woestenburg.

Re:ageer