Wetenschap - 4 maart 2010

We zijn Darwin voorbij

De mens wordt genetisch zwakker doordat natuurlijke selectie weinig vat op ons heeft. Dat toont geneticus Rolf Hoekstra overtuigend aan. Een remedie heeft hij niet. Het is inhumaan mensen te veredelen of ze te verbieden kinderen te krijgen.

Zijn hele academische leven bestudeerde hij de evolutie van bacteriën en schimmels. Maar in de koffiepauzes liet genetica-hoogleraar Rolf Hoekstra zich graag uit over de mens. Onconventionele uitspraken leken dat, behalve door de bril van een evolutiebioloog. Voor zijn afscheidsrede - twee weken geleden - ploos hij de literatuur na en dat bevestigde zijn stelling: de mens onttrekt zich aan natuurlijke selectie en dat maakt ons genetisch zwakker.
Zo komen steeds meer kinderen via de buik ter wereld, in de VS al bij een op de drie geboortes. Een keizersnee is onder meer nodig als het babyhoofd groter is dan het geboortekanaal. Dat is een evolutionaire erfenis: bij chimpansees passen de babyhoofdjes keurig door de bekkenopening, maar onze hersenen zijn groter en de bekkenopening is kleiner geworden toen de mens rechtop is gaan lopen.
Maar met de keizersnee onttrekt de westerse mens zich aan natuurlijke selectie op  bijvoorbeeld  kleine kinderhoofden of grote bekkenopeningen.
Hetzelfde geldt voor onvruchtbaarheid: dankzij IVF, kunstmatige inseminatie en hormoonbehandelingen kan onvruchtbaarheid doorgaan naar volgende generaties. Reproductief succes is niet meer direct gekoppeld aan biologisch functioneren.
Hoekstra noemt nog een voorbeeld. Medicijnen verhinderen dat we resistentie ontwikkelen. Het is aannemelijk dat we in het verleden resistent zijn geworden tegen ziektes als de pest. Wie dat niet was, ging eerder dood en had dus een kleinere kans zijn pestgevoelige genen door te geven. Maar we zullen niet resistent worden tegen bijvoorbeeld hiv. Een klein deel van de Europeanen is resistent. Zonder aidsremmers zou over een paar duizend jaar een groot deel van de bevolking hiv-resistentie in zijn genen meedragen. Dat gebeurt nu  niet, doordat mensen die zijn besmet dankzij medicijnen de infectie overleven.
Mensen veredelen
Rolf Hoekstra signaleert het probleem van de falende selectie , maar ziet er geen oplossing voor. Ja, er zijn wel mogelijkheden, maar die vindt hij inhumaan. Je kunt niet genetisch zwakke mensen selecteren om ze vervolgens medische zorg te onthouden of hun kinderwens te frustreren.
Genetische verrijking dan? De mens veredelen, dus ingrijpen in de partnerkeus, is natuurlijk geen optie. Hooguit kan gentherapie of embryoselectie een oplossing zijn bij mutaties die een zware handicap veroorzaken - denk aan de pre-implantatiediagnostiek in Maastricht, waarmee vrouwen met erfelijke baarmoederhalskanker wilden voorkomen dat ze dochters kregen met dezelfde aanleg.
Maar dat zal de mensheid niet helpen. Want mutaties met een klein nadelig effect komen veel vaker voor, weet Hoekstra uit zijn eigen experimenten bij schimmels en bacteriën. Die kleine afwijkingen zijn moeilijk op te sporen - vaak zit het hem in de interactie van die genen - ne hopen zich juist op bij een zwakke natuurlijke selectie. Op de lange termijn zal ons nageslacht meer medische problemen krijgen en ook steeds meer zorg nodig hebben.
Sterilisatie
In de Westerse samenleving vinden we voortplanting een verantwoordelijkheid van het individu en niet van de staat. Die ethiek danken we voornamelijk aan de jaren dertig van de vorige eeuw. Eugenetica is taboe sinds de nazi-gruwelen en sterilisatie van zwakkeren in de VS en Scandinavië.
Toch erkent Hoekstra dat ethiek flexibel is, misschien denken we over tweehonderd jaar anders. Hij citeert de Griekse denker Plato, die vond dat de staat zou moeten kunnen bepalen wie wel en wie geen kinderen mag krijgen. En een voorbeeld uit de moderne tijd is China, haar communistische partij hanteerde jarenlang de één-kindpolitiek.
En ook hier is het individu niet helemaal vrij. In Nederland krijgen extreem zwakbegaafde ouders een prikpil. Wij vinden dat ze geen kinderen mogen krijgen. Om het kind te beschermen overigens, niet om de soort te beschermen.
Gezag staat onder druk
Het gezag van deze universiteit neemt af omdat veel onderzoek door het bedrijfsleven of door de politiek wordt betaald.
Dat vindt Rolf Hoekstra. van 1989 tot aan 2010 was hij hoogleraar in Wageningen. Hij benadrukt dat hij hier met heel veel plezier heeft gewerkt, maar laat wel een waarschuwing achter.
'Ik zie een tendens, van allerlei koninkrijkjes naar een organisatie die steeds meer strak van boven is georganiseerd. De universiteit is bedrijfsmatiger geworden, winst maken is belangrijk geworden. Ik vind dat niet altijd even prettig.'
Die bedrijfsmatige opzet kan het gezag ondermijnen, denkt Hoekstra. 'Je ziet dat goed bij de klimaatdiscussie. De samenleving wordt wantrouwig jegens geleerden, want "die heeft connecties met die". Maar connecties met de industrie worden sterk gestimuleerd; er wordt van ons verlangd dat we onderzoeksprojecten bij bedrijven binnenhalen.'
Bovendien beïnvloedt die bedrijfsmatige aanpak de onderzoeksagenda. 'Ik heb altijd kunnen doen wat ik wilde, maar in toenemende mate wordt de richting van het onderzoek bepaald door de onderzoeksscholen en de kenniseenheden. De universiteit wil zich helder positioneren, met een missie en een strategisch plan. Want als je zou zeggen dat we wat leerstoelgroepen hebben die doen waar ze zin in hebben, gaat de maatschappij zich afvragen of ze daar nog wel geld in moet stoppen.'
'Puur nieuwsgierig onderzoek past daar moeilijk in. Mensen als Martin Kropff zien dat gelukkig wel, dat moet ook, want anders is vernieuwing niet mogelijk.'
Opvolger
De benoemingscommissie heeft dr. Bas Zwaan voorgedragen als opvolger van Hoekstra. Zwaan is momenteel evolutiebioloog aan de Universiteit Leiden, waar hij de evolutie van veroudering en natuurlijke selectie van lichaamsvormen bij vlinders bestudeert.

Re:ageer