Wetenschap - 1 januari 1970

‘We moeten meer risico nemen’

De raad van bestuur en de centrale medezeggenschap gaven samen opdracht voor een tevredenheidsonderzoek onder de medewerkers van Wageningen UR. Beide kwamen er niet goed van af. Bestuursvoorzitter prof. Aalt Dijkhuizen en de voorzitter van de centrale ondernemingsraad dr Gerrit Bruin geven tekst en uitleg.

Prof. Aalt Dijkhuizen (op foto rechts):
Wat viel u op in het rapport?
‘In de eerste plaats dat de meningen vrij breed leven. Er zijn geen grote verschillen tussen de universiteit en DLO. Aan de positieve kant valt de grote betrokkenheid op van mensen bij de organisatie en hun werk. Mensen zijn trots op wat ze doen en vinden het vervelend als iemand iets negatiefs zegt over Wageningen UR. Verder zijn de mensen ook goed te spreken over hun direct leidinggevenden. Aan de negatieve kant valt natuurlijk op dat de raad van bestuur en de directies van de kenniseenheden minder gunstig worden bezien.’

De raad van bestuur werd inderdaad slecht beoordeeld. De meeste respondenten zeggen dat u niet weet wat er op de werkvloer leeft. Verrast?
‘Nee, verrast niet, maar het raakt me wel. Het staat hier het wel erg absoluut. Ik probeer met werkbezoeken en ontbijtsessies met medewerkers de binding met de werkvloer te versterken. Pas heb ik mijn honderdste bezoek afgelegd. Dit jaar hebben we ook een rondje gemaakt langs alle kenniseenheden, daar hebben we 1500 medewerkers gezien. Dus het is niet zo dat we er niets aan doen, of dat het ons niet kan schelen wat er leeft. Integendeel, ik vind die bezoeken onontbeerlijk. Maar het is nooit genoeg. Misschien hoort het wel bij de positie van bestuurder van een grote organisatie, en is het in die zin mijn lot. Maar ik leg me er niet bij neer.’
Ik verwacht dat de recente veranderingen in het besturingsmodel goed zal uitpakken. Nu we één concernraad hebben, weet je als medewerker waar je probleem op tafel ligt. Ik denk ook dat de nieuwe wetenschappelijke adviesraad voor een grotere betrokkenheid kan zorgen. Wij willen dat die kleine groepjes samenstelt van mensen die normaal niet aan de vergadertafel zitten. Onderzoekers die op die manier hun expertise kwijt kunnen. De eerste ervaringen daarmee zijn positief.’

Zeventig procent van de medewerkers klaagt over bureaucratie. Wat gaat u daaraan doen?
‘Ons hele beleid is erop gericht om meer ruimte te krijgen voor onderwijs en onderzoek. Daarom snijden wij ook in de overheadkosten en proberen we onze organisatie eenvoudiger te maken. Onderzoekers zullen financiële administratie altijd zien als ballast. Wat we op dit moment onderzoeken is of we alle cijfers die we registreren ook echt nodig hebben. Het heeft geen zin om gegevens te verzamelen waar niemand wat mee doet. Het administratieve werk moet functioneel zijn.
Bedenk dat er ook veel bureaucratie op de werkvloer is. Je moet je als medewerker afvragen, is het zinnig om hier met zijn zevenen over te vergaderen, of is vier ook voldoende? We moeten individueel meer risico nemen. Vergaderen en overleggen met zijn allen is een vorm van risicomijdend gedrag.’

Komt er een vervolgonderzoek om te kijken of uw maatregelen werken?
‘Ja, ik denk dat we dit onderzoek over twee jaar gaan herhalen. Verder krijgen de verschillende onderdelen van Wageningen UR allemaal een deelrapport. Dat zal besproken worden door de directies en de decentrale ondernemingsraden. Die kunnen per eenheid maatregelen afspreken.’


Dr Gerrit Bruin (op foto links):
Wat viel u op in het rapport?
‘Ik was blij met de goede respons. Mensen willen zich dus best druk maken over organisatiebelangen. Waar wij natuurlijk niet blij mee waren was de slechte score voor de centrale medezeggenschap. Ik heb wel een dag in een dipje gezeten. Dit is iets waar wij echt iets aan moeten doen.’

De meeste respondenten zeggen dat de bestuurders niet weten wat er op de werkvloer leeft. Wat doen ze fout?
‘Je mag niet verwachten dat de raad van bestuur alles weet. Wat je wel mag verwachten is dat het bestuur een visie heeft en de horizon kan schetsen waar we naartoe gaan. Ik lees hierin dat het daarin onvoldoende geslaagd is. Wellicht is ons te verwijten dat wij er niet voldoende vasthoudend naar hebben gevraagd. Kijk bijvoorbeeld naar de samenwerking DLO en universiteit. Iedereen heeft altijd gezegd, dat moet meerwaarde opleveren. Wij zijn er met zijn allen niet in geslaagd dat ook werkelijk te laten zien. Het kan natuurlijk ook niet van één kant komen. Wij zullen als medewerkers ook uit ons hok moeten komen en laten zien dat we een mening hebben.’

Slechts een minderheid van de medewerkers weet wat de centrale medezeggenschap doet.
‘Ja, dat is erg vervelend. We hebben al eerder geconstateerd dat we een probleem hebben. Bij sommige verkiezingen hadden we bijvoorbeeld te weinig kandidaten. Dat kan natuurlijk aan verschillende dingen liggen. Misschien zijn de mensen apathisch. Wellicht functioneert de communicatie binnen Wageningen UR niet en weten de mensen daarom niet hoe goed wij zijn. Uit dit onderzoek blijkt dat die verklaringen wegvallen. Mensen reageren in groten getale. En de communicatie krijgt een dikke voldoende. Dus ligt het aan onszelf. Wij zullen meer contact moeten zoeken met de werkvloer. We moeten vertalen wat de onderwerpen waar wij het over hebben concreet betekenen voor de medewerkers.
Wij zullen de mensen op een nieuwe manier moeten betrekken bij ons werk. Bijvoorbeeld door ze te vragen eens met ons mee te denken over één specifiek onderwerp. Ik denk dat die mensen wel bereid zijn mee te denken, maar niet om jarenlang een of twee dagen per week mee te draaien in een vergadercircuit. Misschien moeten we de verschillen van mening tussen ons en de raad van bestuur ook beter voor het voetlicht brengen.
Volgend jaar zijn er verkiezingen. Dat is een ijkpunt. Wij hebben nog driekwart jaar om te laten zien dat het beter kan. Ik durf nog niet te zeggen dat we de oplossing hebben, maar we gaan op zoek.’

Wat moet er gebeuren met dit rapport?
‘Veel medewerkers hebben op hun formulier geschreven dat ze bang zijn dat er niets met het onderzoek zal gebeuren. Daar hoeven ze niet bang voor te zijn. Er zal wat mee gebeuren. Wij willen een concreet stappenplan afspreken met de raad van bestuur. Wat mij betreft doen we dit regelmatig om te kijken of onze acties resultaat hebben.’

Korné Versluis, foto Guy Ackermans

Re:ageer