Organisatie - 3 april 2008

‘We kunnen meer creëren’

Peter van den Elzen, sinds een jaar directeur van de Agrotechnology & Food Sciences Group, wil zijn kenniseenheid beter profileren op het gebied van duurzame voedselketens en biobased economy. Daarvoor moeten de onderzoekers thematisch gaan samenwerken. Daarnaast wil de oud-Unileverman meer ondernemerschap en samenwerking met het bedrijfsleven.

achtergrond_0_127.jpg
Toen dr. Peter van den Elzen onlangs op bezoek was bij de directeur R&D van Cargill, had deze de strategie van Wageningen UR op tafel liggen. ‘Die snapt waar we mee bezig zijn in Wageningen. We werken aan mooie, maatschappelijk relevante thema’s en worden daardoor serieus genomen.’ Maar hij stelt ook: ‘Als ik nu wil samenwerken met een externe partij op het gebied van biobased economy, weet ik niet met welke hoogleraar ik moet overleggen. Binnen de kenniseenheid rapporteren 28 mensen nu aan mij. Dat zijn er teveel. Ik wil toe naar één aanspreekpunt per thema.’
Van den Elzen is sinds vorig jaar maart algemeen directeur van de Agrotechnology & Food Sciences Group (AFSG). Daarvoor was hij tien jaar lang werkzaam in de leiding van R&D bij Unilever, en in 1986 was hij oprichter en daarna tien jaar directeur van het Leidse biotech-bedrijf Mogen. Met die staat van dienst ligt zijn strategie voor de hand: ‘Ik wil meer ondernemerschap in de wetenschap. Dat betekent focus en keuzes maken. Nederland innoveert niet genoeg en daarbij speelt onderzoek een belangrijke rol. Om te kunnen innoveren moet je een leidende researchinstelling willen zijn. Zo kon Google alleen op Stanford University ontstaan, is mijn overtuiging. Ik zit nu ook in het bestuur van Food Valley en het topinstituut Food & Nutrition, met het idee: we kunnen meer creëren.’

Geen goede naam
De naam AFSG valt één keer. ‘Geen goede naam, maar laat hem nog maar even bestaan voor intern gebruik. Ik heb er geen last van, ik kan extern prima uit de voeten met Wageningen UR.’ Van den Elzen heeft het vooral over de drie onderzoeksthema’s waarmee hij de boer op wil: gezond en heerlijk voedsel, duurzame voedselketens en biobased economy. ‘Neem biobased economy. Als Wageningen UR hebben we alles in huis, van economen die de perspectieven van verschillende soorten energieopwekking kunnen doorrekenen tot technologen die een biologische energiecel kunnen maken. Maar of we al die invalshoeken goed op een rijtje hebben, is een andere vraag. Er is daarom binnen AFSG meer programmatische samenwerking nodig, met duidelijke lijnen, maar zonder al te veel centrale sturing.’
‘Op het gebied van duurzame voedselketens moeten we ook toe naar een gedeelde visie. Ik geloof in een wetenschap waar visie uit spreekt. Misschien kunnen we wel een voedselketen maken die energie produceert. En ik wil kijken of onze milieutechnologie kan aansluiten bij het thema duurzame voedselketens. De hoogleraren moeten bedenken hoe die ontwikkeling moet worden vormgegeven, niet ik. Ik wil dat ze hoofdlijnen uitzetten om synergie te krijgen met anderen. Binnen het departement wil ik daarom graag clusters van hoogleraren die samenwerken rond een van de drie strategische thema’s .’
Bij voeding en gezondheid is dat al ontwikkeld, zegt Van den Elzen. ‘Daar zit een cluster van hoogleraren die een gezamenlijke visie hebben ontwikkeld en die complementair aan elkaar werken. Vanuit die visie kun je je beter naar buiten toe positioneren, samen kiezen voor onderzoeksmodellen en dure apparatuur delen. Met clustering kun je elkaar bovendien verantwoordelijk houden voor de financiën en elkaar helpen in het onderwijs en onderzoek. Kortom: ik wil visie en leiderschap van de hoogleraren ook gebruiken om effectiever te werken binnen het departement.’

Bedrijfsleven
Dat is volgens Van den Elzen nodig om het financiële resultaat van zijn kenniseenheid te verbeteren. Die sloot 2007 af met een kleiner verlies dan het jaar daarvoor. ‘Maar het is zeker nog niet goed genoeg. Samen met de hoogleraren en leiders van de business units moeten we het financiële resultaat structureel beter onder controle brengen.’ Van den Elzen heeft met alle leerstoelgroepen afgesproken dat ze in 2009 boven de nul eindigen, en met de business units dat ze in dat jaar winst maken. Zijn remedie: eigen verantwoordelijkheid, meer en winstgevender samenwerken met het bedrijfsleven, een betere mix van subsidiefondsen en beter onderhandelen.
Vaak draaien onderzoekers in zijn kenniseenheid nu projecten die niet volledig kostendekkend zijn, stelt Van den Elzen. Hij doelt op onderzoekssubsidies van NWO, de EU en soms collectebusfondsen. ‘NWO is een uiterst belangrijke speler, maar samenwerking met bedrijven via Senter Novem kan het totale rendement van een leerstoelgroep sterk opkrikken. Voor toegepast onderzoek hebben we de neiging om eerst met subsidiegevers te gaan praten, in plaats van met bedrijven. Als je eerst toezeggingen krijgt van bedrijven voor het programma en daarna subsidie zoekt – er zijn heel veel subsidiebronnen – dan zijn je kosten wel volledig gedekt. Dus denk bij toegepast onderzoek niet dat de EU je klant is, want dan heb je nog steeds een tekort. Ik wil op dit punt de acquisitie van onderzoek verbeteren. Wij moeten er beter van worden, zodat we kunnen investeren en onze positie in Europa versterken.’

Onderwijsaanbod
Bij versterking van de marktpositie denkt Van den Elzen ook aan het onderwijs. Hij wil de drie thema’s binnen zijn domein terugzien in het onderwijsaanbod, zodat er naast Voedingswetenschappen studies komen op het gebied van duurzame voedselketens en biobased economy. ‘Met dit aanbod verwacht ik een verdere groei van het aantal studenten, waarbij we de werving sterker op andere Europese landen kunnen richten.’
Ook de onderzoekschool VLAG moet in zijn filosofie aansluiten bij de drie hoofdthema’s van AFSG. Nu staat VLAG voor Voeding, Levensmiddelen- en Agrotechnologie en Gezondheid. ‘Ik vind dat alle drie de thema’s in de onderzoekschool aan bod moeten komen, dus ook biobased economy.’
Om de samenwerking verder te bevorderen werkt AFSG ook aan de realisatie van één onderkomen voor de gehele kenniseenheid, de zogenoemde unilocatie op Wageningen Campus. ‘Daar werken we nu samen aan met de raad van bestuur. In de begroting van 2008 wordt een deel van de gebouwen op De Dreijen versneld afgeschreven. Dat geeft aan dat de raad van bestuur voorbereidingen treft voor de unilocatie. Zonder garanties te geven, want medebepalend is dat wij goed blijven presteren. En de hoogleraren op de Dreijen willen nu bijdragen aan de kosten voor versnelde huisvesting op de campus. Dat tekent een groeiende wil om samen te werken.’

Re:ageer