Student - 6 oktober 2016

‘We hadden ons doel steeds voor ogen’

tekst:
Gastredacteur

Wie? Femke Jansen and Lisanne van Beek, masterstudenten Earth and environment
Wat? Thesisonderzoek naar waterbeschikbaarheid in natuurreservaat Samboja Lestari
Waar? Borneo, Indonesië

‘In Samboja Lestari worden getraumatiseerde en zieke orang-oetans opgevangen uit gebieden die door bosbranden zijn vernietigd. De ngo Bos foundation geeft deze orang-oetans onderdak op kunstmatige eilanden die omgeven zijn door kanaaltjes. Wij hebben onderzocht hoe je het waterpeil in deze kanalen tijdens het droge seizoen op een hoog niveau kan houden. Bovendien moesten we uitzoeken of er voldoende water beschikbaar is om nog meer eilanden aan te leggen. Wij waren heel gemotiveerd om het onderzoek te doen, omdat enkele van de opgevangen orang-oetans nu in kooien leven wegens gebrek aan ruimte. We zagen deze orang-oetans elke dag en hadden ons doel dus steeds voor de ogen.

29-HEW foto 1.JPG

Lekke band

Onze Indonesische collega’s op kantoor waren in het begin heel verlegen. Deze barrière werd gelukkig doorbroken toen we ontdekten dat we allemaal graag naar de muziek van Dido luisteren. We waren verbaasd hoe behulpzaam en gastvrij de mensen op Borneo waren. Toen onze scooter een lekke band had, ging een man hem meteen repareren en nodigde hij ons uit om met zijn familie te eten. Mensen nemen zich daar gewoon tijd om elkaar te helpen. Dit zou je in Nederland niet zo snel meemaken. Wij merkten ook op dat de mensen in Indonesië heel erg beleefd zijn. Het is uitdagend om kritiek te uiten in een sociale omgeving waar iedereen zo beleefd tegen elkaar is.

29-HEW foto 2.JPG

Bosbrand

Tijdens de eerste maand van ons onderzoek waren er regelmatig bosbranden in het gebied die we vanuit ons huisje goed konden zien. Het vuur kwam dicht bij de orang-oetans en werd daarom goed in de gaten gehouden. We gingen een keer naar het resultaat van een bosbrand kijken. De hitte zat nog steeds in de lucht en waar vroeger een groen bos stond, vonden we nu een kaal en zwart landschap. Het zag er heel triest uit.

Na anderhalve maand droogte werd het natter en werden de dieren in het gebied actiever. Ineens kwamen we tijdens ons veldwerk apen, slangen en zwijnen tegen. Een hoogtepunt van onze tijd op Borneo was een ontmoeting met een wilde orang-oetan. Hij zat maar twee meter bij ons vandaan en keek ons heel rustig aan. Hij leek op een jongetje van 6 jaar, maar dan met veel haar.’


Re:ageer