Wetenschap - 1 januari 1970

We eten steeds slimmer, maar zonder gevoel

We eten steeds slimmer, maar zonder gevoel

We eten steeds slimmer, maar zonder gevoel


De meest efficiënte manier om de Westerse mens gezonder te maken is zijn
inname van calorieën verminderen. Dat zei prof. Gert Jan Schaafsma in zijn
inaugurele rede op 13 maart. Een kleine inperking kan op termijn al een
belangrijk effect hebben. Iemand die elke dag een kopje koffie met suiker,
melk en een koekje aan calorieën meer binnenkrijgt dan hij verbrandt, wordt
jaarlijks twee kilo zwaarder.

Schaafsma’s rede ging over de richting die het onderzoek naar functional
foods is ingeslagen. De TNO-man, die de bijzondere leerstoel Voeding en
levensmiddelen bekleedt, denkt dat vooral producten die de energie-inname
verminderen de collectieve gezondheid zullen verbeteren.
Daarom moeten onderzoekers meer kennis krijgen over de manier waarop
gevoelens van honger en verzadiging ontstaan, zegt Schaafsma. Die kennis
kan fabrikanten helpen levensmiddelen te ontwerpen die gebruikers een
verzadigd gevoel geven, maar weinig calorieën bevatten. Die kennis
ontbreekt, maar Wageningen UR, TNO en Utrecht werken samen in projecten die
in de leemte moeten voorzien.
Schaafsma zegt dat de markt voor functional foods nog steeds groeit met 25
tot 40 procent per jaar. Het belangrijkste segment is dat van de 55-
plussers, die merken dat de jaren gaan tellen maar zich daar niet bij
willen neerleggen. Steeds meer producten in de supermarkt helpen hen
daarbij, zoals melk met extra vitamine D en K voor de botten,
visoliecapsules voor hart en bloedvaten, en margarines met fytosterolen die
het cholesterolgehalte verlagen.
Lang niet alle functional foods hebben effect, aldus Schaafsma. Fabrikanten
prijzen bijvoorbeeld al jaren producten met ginkgo en lecithine aan als
brainboosters, zonder dat daarvoor overtuigende bewijzen zijn. Brussel
werkt aan wetten die daaraan een einde moeten maken.
Schaafsma denkt dat ontwerpers van levensmiddelen in de toekomst veel
zullen hebben aan genomicsonderzoek zoals dat van de Wageningers prof.
Michael Müller en dr. Sander Kersten. Uit dat onderzoek zullen uiteindelijk
methoden komen waarmee onderzoekers snel kunnen bepalen welke stoffen in de
voeding gezond zijn en welke niet.
In weerwil van de vorderingen en de perspectieven van het onderzoeksgebied
is de aandacht voor de emotionele kant van eten teleurstellend, vindt de
hoogleraar. Juist de Westerse jachtige eetcultuur maakt dat mensen zich
overeten. ,,Wetenschappelijke kringen besteden weinig aandacht aan het
belang voor onze spijsvertering, ons welzijn en onze gezondheid van
sensorische sensaties in de neus, op de tong en in de mondholte,
bewerkstelligd door een kostelijke maaltijd, genoten in stimulerend
gezelschap in rust bij een goed glas wijn.’’ |
W.K.

Re:ageer