Organisatie - 12 april 2016

Waterschap met Wageningen in zee

tekst:
Roelof Kleis

Waterschap Vallei en Veluwe gaat samen met Wageningen UR en Deltares proeftuinen voor waterkennis ontwikkelen. De ‘tuinen’ zijn bedoeld om nieuwe kennis en methoden uit te testen.

‘Wij willen graag gebruik maken van de kennis van Wageningen. En de universiteit wil graag proefvelden waar ze nieuwe kennis kan ontwikkelen en toepassen’, legt Maarten Veldhuis van het waterschap uit. Die voor beiden nuttige samenwerking wordt deze week beklonken in een overeenkomst. Naast Wageningen UR maakt ook Deltares, kennisinstituut op gebied van water en bodem, deel uit van de samenwerking.

Wat er met een proeftuin wordt bedoeld is te zien op de Veluwe bij de Hierdense Beek. Daar is de eerste van drie proeftuinen al operationeel. Op diverse plekken langs de acht kilometer lange beek zijn de afgelopen jaren overstromingsvlaktes gecreëerd. Op het oog nogal simpel: door bomen in de beek te leggen. In totaal 70 ‘houtpakketten’ liggen dwars in het water. Op zeven plekken is een zogeheten zandmotor gemaakt van elk 200 kuub zand.

Hierdense Beek1.jpg

Het snelstromende water neemt het zand mee, dat vervolgens wordt ingevangen door de neergelegde bomen. Het resultaat is dat de beek ondieper wordt en buiten zijn oevers treedt. En het werkt. ‘Bij piekafvoeren staat nu al zestig hectare grond rondom de beek onder water’, zegt projectleider Veldhuis. En dat is goed voor de natuur en de biodiversiteit van de beek. ‘Juist die gradiënt van nat naar droog is belangrijk’, legt ecoloog Ralf Verdonschot van Alterra uit. ‘In zo’n groene, moerassige strook rond de beek groeien grassen, zegges, gele lissen. Dat zijn hele voedzame planten voor zoogdieren. In de zomer is het hier één grote bloemenzee.
Met zo’n overstromingsvlakte creëer je een hotspot voor biodiversiteit.’

Building with nature heet de gevolgde methode. De juiste voorwaarden creëren en dan de natuur het werk laten doen. In de Hierdense Beek was dat hard nodig, legt Veldhuis uit. De beek stroomde namelijk veel te hard. ‘Vroeger had de beek een gedempte afvoer. Er was veel heide, moeras, veen en bos in de omgeving. Regenwater bereikte daardoor maar langzaam de beek.’ De omgeving werkte als een soort spons, vult Verdonschot aan.

De beek groef zich daardoor steeds dieper in het landschap
Ralf Verdonschot

Maar dat veranderde door de intensivering van de landbouw. Door ontginningen kwamen er veel sloten bij. Water verdween daardoor sneller uit het gebied. ‘Het denderde via de beek naar het Veluwemeer’, drukt Verdonschot het beeldend uit. ‘De beek groef zich daardoor steeds dieper in het landschap. En het water nam onderweg alles mee, substraat, blad, grint,
waardoor een kale zandbak ontstond.’ En juist dat substraat is volgens Verdonschot essentieel voor allerlei soorten. ‘Voor waterinsecten als kokerjuffers en eendagsvliegen, voor vissen als de beekprik en ’t bermpje en voor vogels als de ijsvogel. Om dat substraat op zijn plek te houden, heeft de bodem rust nodig. Overstroming zorgt voor die rust in de beek.’

Hierdense Beek4.jpg

Die ‘rust’ is inmiddels terug. Met hulp van Wageningse kennis is de beek in oude luister hersteld. Want zo makkelijk als het lijkt, is het niet, legt buitengewoon hoogleraar Piet Verdonschot (vader van) uit. ‘Die houtpakketten moet je wel zo leggen dat de beek niet verstopt raakt. Het heeft ons twee jaar gekost om dat uit te dokteren. Het ziet er misschien lukraak uit zoals die bomen liggen, maar dat is schijn.’

Het werk is overigens nog niet af. De onderzoekers gebruiken volgens de hoogleraar de komende jaren om de effecten te bestuderen. ‘Hoe hoog wordt het waterpeil, hoeveel zand stroomt benedenstrooms weg. En wat gebeurt er allemaal in die nat-droog gradiënt. Je hebt een aantal jaren nodig om dat allemaal in beeld te krijgen. Wil je deze pilot elders operationeel maken, dan moet je precies weten wat de effecten zijn.’

Naast de proeftuin Hierdense Beek is het volgens Veldhuis de bedoeling dat er nog twee proeftuinen komen. Eentje in stedelijk gebied en eentje in agrarisch gebied. Voor de eerste is Apeldoorn in beeld, de tweede is nog niet bekend. De samenwerking moet naast proeftuinen ook stageplekken opleveren voor Wageningse studenten bij het waterschap. Daarnaast wil het waterschap het eigen personeel bijscholen door bachelor- en mastervakken te volgen in Wageningen.


Re:ageer