Wetenschap - 1 januari 1970

Waterrichtlijn EU nekt landbouw

Waterrichtlijn EU nekt landbouw

Waterrichtlijn EU nekt landbouw

De agrarische belangenorganisatie LTO is in rep en roer vanwege de Europese
Kaderrichtlijn Water die strenge eisen stelt aan de waterkwaliteit. In het
ergste geval moet tweederde van het landbouwareaal uit productie worden
genomen, om de minimale ecologische normen te halen. Er zit gewoonweg
teveel stikstof en fosfaat in het oppervlaktewater. Onderzoek door LEI en
Alterra laat zien dat het reduceren van het gebruik van mest in veel
gevallen onvoldoende effect zal hebben. Wat kunnen de boeren verwachten, en
wat kunnen ze doen om hun hachje te redden?

Ir Oscar Schoumans, water-bodemspecialist bij Alterra:

,,Voor de landbouw zijn in bepaalde gebieden zeker problemen te verwachten.
Nederlandse boeren hebben nu nog niet rechtstreeks te maken met strikte
normen voor fosfaat en stikstof in het oppervlaktewater op en rond hun
akkers. Er wordt hen tot nu toe niets opgelegd door provincies of
waterschappen, hoewel er bijvoorbeeld een mestbeleid is dat erop is gericht
in algemene zin de verliezen van nutriënten naar het milieu te verminderen.
Dit verandert door de nieuwe Europese richtlijn. Er komen specifieke
ecologische en chemische normen voor alle type wateren, ook in
landbouwgebieden. Alle sloten, beekjes, meren en kanalen in het landelijk
gebied moeten aan de normen voldoen.
Op sommige plekken is het een optie om sterk te extensiveren; minder koeien
per hectare en bufferstroken langs waterlopen aanlegen. Wat boeren ook
kunnen doen, is ondiepe sloten en greppels dempen om de uitspoeling van
fosfaat tegen te gaan. Maar we lopen wel tegen het feit aan dat het voor
fosfaat erg lastig is om binnen de normen te blijven. Er zitten in veel
gebieden reeds grote voorraden fosfaat in de bodem, als gevolg van
jarenlange bemesting. Hier kunnen boeren zelf weinig meer aan doen.
Het probleem is erg gebiedsafhankelijk en de effectiviteit van de
maatregelen is nog niet onder alle omstandigheden duidelijk. In West-
Nederland is het probleem urgenter dan in de rest van het land: de
stagnante wateren hier zijn gevoeliger voor de toevoer van nutriënten dan
de stromende beeksystemen in de hogere delen van het land. Er moeten goede
stroomgebiedsplannen komen om de problemen te lijf te gaan.
Of boeren drastische maatregelen in hun regio kunnen verwachten, is verder
afhankelijk van de waterschappen. De EU heeft weliswaar ecologische normen
aangegeven voor verschillende watertypen, belangrijk is hoe de
waterschappen het Europese beleid gaan toepassen. Waterschappen gaan straks
bepalen welk water tot welke categorie hoort en hoe groot de gebieden
zullen zijn waaraan een bepaalde maatgevend watertype wordt toegekend. Niet
voor elk watertype gelden even strenge ecologische normen. Verder is het
nog maar de vraag of men kijkt naar elk perceelsslootje of naar veel
grotere gebieden.
Als naar grotere gebieden wordt gekeken, is het mogelijk dat men in
bepaalde gebieden wel aan de strenge normen kan voldoen, bijvoorbeeld in
landbouwgebieden die grenzen aan natuurgebieden. Het nutriëntrijke water in
het landbouwgebied kan verdund worden door water uit het natuurgebied. Er
zijn in dit soort gebieden dan wellicht geen drastische maatregelen nodig
zoals het uit productie nemen van landbouwgrond.'' |
H.B.

Re:ageer