Wetenschap - 1 januari 1970

Waterlanders

Waterlanders

Waterlanders


,,In Wageningen blijven allemaal van die vage gasten hangen. Dat is een
grappig bijeffect van zo'n kleine universiteit.'' Erik Woltmeijer glimlacht
terwijl hij zichzelf typeert als 'vage gast'. Wat hij precies doet en wat
hij daar uiteindelijk mee wil is dan ook nog niet duidelijk. Theater,
beeldende kunst, muziek; het zijn drie van zijn grootste passies en hij kan
ze samenbrengen bij Waterlanders. Dit kunstenaarscollectief ontstond vijf
jaar geleden als een voortvloeisel uit enkele theaterproducties, die onder
andere in het oude Sportfondsenbad werden opgevoerd. Van dat gebouw konden
ze gebruik blijven maken, niet alleen voor theater, maar ook als thuishaven
en expositieruimte. Binnenkort moeten ze het zwembad uit, want de
sloophamer nadert, maar een nieuwe tijdelijke 'broedplaats' voor de
creatieve geesten is gelukkig al gevonden.
Ondertussen leggen ze in Veenendaal de laatste hand aan een grote opdracht
voor het 25-jarig jubileum van verpleegtehuis De Meent. Op een regenachtige
dag plaatsen de Waterlanders in de tuin van het tehuis vier objecten die
dienst doen als bankjes. In het centrum van een houten kubus ligt een zware
bal. Via de zijkanten kan je hem aanraken en bewegen, maar hij kan er niet
uit. Het stelt het geheugen voor; voor oude mensen zo belangrijk en
moeilijk om vat op te houden
Een tweede kubus in de tuin van het verpleegtehuis oogt luguber; de zwart
marmeren platen doen denken aan een kille grafsteen. In verschillende
muziekschriften is op de zijkanten de negende symfonie van Beethoven
gegraveerd. ,,Het verbeeldt de drang van mensen om dingen vast te leggen.
Zelfs dingen die eigenlijk heel vluchtig zijn, zoals muziek'', verklaart
Woltmeijer het beeld.
Als je de kunstenaars in Veenendaal aan het werk ziet lijkt het alsof ze al
eeuwen met elkaar bezig zijn. Dat ze alle vier nog niet zo gek lang geleden
als toekomstige wetenschappers in het lab en de collegebanken zaten is
moeilijk te geloven. Remco de Kluizenaar, Bart Heijnemans en Eric
Langendoen haakten na enkele jaren af: kunst trok harder dan wetenschap.
Langendoen was al twee jaar bezig met zijn propedeuse Bioprocestechnologie,
maar stak zijn energie voornamelijk in theater en theatervormgeving. ,,Ik
was altijd al met theater bezig op Unitas’’, zegt hij. ,,En ik had nog
zoveel plannen dat ik me niet kon voorstellen dat allemaal naast een baan
voor elkaar te kunnen krijgen.’’ Het besluit om met zijn studie te stoppen
was een eye-opener. ,,Ik dacht: waarom kan ik van mijn hobby niet mijn werk
maken. Toen het kwartje viel was dat zo bevrijdend.''
Ook De Kluizenaar kwam naar Wageningen om bioprocestechnoloog te worden.
Waarom? ,,Ik wilde naar Wageningen en ik had op de middelbare school een B-
pakket. Het was een logische stap.'' Dat klinkt alsof hij geen vrije wil
had, maar zo zit het ook niet helemaal vertelt De Kluizenaar dan. Wat hem
aantrekt en wat hij kwijt kan in de kunst was ook wat hem boeide in
wetenschap. ,,De verwondering over het leven. Dat is de grootste
inspiratiebron.''
Woltmeijer is de enige die zijn studie in Wageningen afmaakte. Dat hij het
wetenschappelijke wereldje uiteindelijk de rug toekeerde, betekent volgens
hem niet dat zijn opleiding niet nuttig was. In alles wat hij aanpakt
ervaart hij het belang van de academische vaardigheden die hij meekreeg,
bijvoorbeeld bij het plannen van werk en het kunnen verwoorden van ideeën.
Volgens Woltmeijer zijn het wezenlijke onderdelen van het kunstenaarsschap.
Het was een harde les die Woltmeijer uiteindelijk overtuigde van de
noodzaak om zijn toekomstplannen drastisch te wijzigen. Bijna twee jaar
lang was hij overspannen, deels omdat hij na zijn studie zo in zijn werk
opging dat hij niet meer toekwam aan de hobby's die altijd belangrijk
waren. In die moeilijke periode groeide de behoefte om de dingen te gaan
doen waar hij stiekem van droomde. Bij de Waterlanders komt een deel van
die dromen tot leven.
In november houdt het Wageningse kunstenaarsplatform een expositie met
Wageningen UR als thema. Langendoen, De Kluizenaar en Heijnemans zijn van
plan daar iets voor te maken. Ze kunnen dan weer even proeven aan de
universiteit die toch een grote rol heeft gespeeld bij de oprichting van
het kunstenaarscollectief, al was het alleen maar omdat de vier leden
elkaar dankzij die universiteit leerden kennen.

Leonie Mossink, foto Guy Ackermans

Re:ageer