Wetenschap - 6 april 2016

Wat wil het vrouwtje?

tekst:
Roelof Kleis

Gaan koolmeesvrouwtjes vreemd? En hoe doen ze dat: zoeken vrouwtjes de mannetjes op of gaat het andersom? Een nieuw koolmezenonderzoek van de leerstoelgroep Gedragsecologie moet daar antwoord op geven.

Promovenda Nina Bircher en masterstudente Hongye Zhang doen metingen aan een koolmees. Foto Marc Naguib

Het grootste project met gezenderde vogels ooit, zegt hoogleraar Marc Naguib met gepaste trots. Afgelopen week vond de aftrap plaats: het zenderen van de vogels. Naguib bestudeert, samen met collega’s van het NIOO, al jaren het gedrag van koolmezen. Meestal staan de mannetjes daarbij in het brandpunt van de aandacht. ‘Bijna alles wat wij over het gedrag van koolmezen in de vrije natuur weten betreft de mannetjes’, legt Naguib uit. De reden ligt voor de hand. ‘Ze zijn makkelijker te traceren vanwege hun zang en hun territorium. Tijdens het broedseizoen kun je vrouwtjes eigenlijk alleen maar bestuderen in verband met het broedgedrag als ze op het nest zitten. Wij weten bijna niets van wat daarvoor gebeurt.’

De nieuwe proef richt zich uitdrukkelijk op de vrouwen. En dan met name op het seksuele keuzegedrag van de vrouwelijke koolmezen. Daar is bij vogels op zich best veel onderzoek naar gedaan. Naguib: ‘Maar dat is allemaal kennis uit het lab. Welke zang vinden vrouwtjes mooi, op wat voor kleuren vallen ze en welke rol speelt de breedte van de borststreep. Maar we weten helemaal niks over het gedrag tijdens de keuzes in het veld.’

Die keuzes buiten kunnen heel anders uitpakken. ‘De omstandigheden in het veld zijn anders’, legt Naguib uit. ‘In het lab zijn de keuzes beperkt. Het droommannetje kan er gewoon niet bij zitten. Blijven vrouwtjes bij de eerste de beste partner hangen of gaan ze op zoek? En wat is de rol van zang daarbij? Wat is de rol van persoonlijkheid, et cetera.’

In het lab zijn de keuzes beperkt. Het droommannetje kan er gewoon niet bij zitten.
Marc Naguib

Koolmeesvrouwtjes shoppen graag buiten de echtelijke sponde. Volgens Naguib is in zo’n 25 procent van de nesten minimaal één jong van een andere vader dan de vaste partner van
de moeder. Dat is bekend uit genetische analyse van de jongen door Kees van Oers van het NIOO. Hoe die keuze van het vrouwtje tot stand komt, moet het nieuwe koolmezenonderzoek aan het licht brengen. Met geld van het NWO gaat de Zwitserse Nina Bircher dit uitzoeken.

Ze maakt daarbij gebruik van gezenderde koolmezen. In het Westerheidbos bij Arnhem, de vaste onderzoekslocatie van Naguib en het NIOO, zijn afgelopen week 80 koolmezen (40 mannetjes, 40 vrouwtjes) gezenderd uitgezet. In het bos hangen meer dan 130 nestkasten die zijn voorzien van een ontvanger die het ruimtelijk gedrag van de vogels registreert. De zang van het mannetje wordt door geprogrammeerde zangrecorders opgenomen.

De ontvangers zorgen er dus voor dat precies bekend is bij welke territoria -en dus bij welke mannetjes- de vrouwtjes uithangen. Uit genetische analyse van de jongen kan vervolgens worden afgeleid of dat hanggedrag wat heeft opgeleverd. Koppeling van die data aan persoonlijkheidstesten van de koolmezen, die worden uitgevoerd bij het NIOO, kan interessante conclusies opleveren over de seksuele voorkeuren van vrouwelijke koolmezen en het functioneren van dierpopulaties.


Re:ageer