Organisatie - 1 januari 1970

Wat te doen met ‘feeststudent’?

Wageningse studiebegeleiders zoeken naar een nieuwe stok achter de deur, nu studenten niet langer toestemming hoeven te vragen om met tweedejaars vakken aan de slag te mogen. Ze willen meer mogelijkheden om ‘niet zo serieus studerende’ studenten aan te kunnen pakken.

In het overleg van opleidingscoördinatoren en studiebegeleiders zijn hiervoor al meerdere ideeën gelanceerd. Eén daarvan was het bindend studieadvies dat begin dit jaar voortijdig naar buiten kwam en door de raad van bestuur direct werd afgeschoten. De studiebegeleiders zoeken naar een alternatief nu met het afschaffen van de propedeuse ook de regeling voor de doctoraaltoestemming verdwenen is.
Opleidingscoördinator Biologie ir Peter de Vrijer vindt dat er iets moet gebeuren. 'De kern van de huidige discussie is dat er momenteel geen regeling meer is. En dat terwijl we in toenemende mate signalen krijgen van studenten dat er in groepswerk individuen zijn die niet functioneren. Het is zorgelijk dat we daar nu niets aan kunnen doen.'
De Vrijer onderstreept dat het niet gaat over studenten die buiten hun schuld vertraging hebben opgelopen. 'Het betreft hier een vrij beperkte groep van niet zo serieus studerende studenten, mensen die zwaar verzaken in hun studie. Iedere student mag een tijdje niets of weinig aan zijn studie doen, maar dat betekent wat mij betreft niet dat die studenten daarmee dezelfde rechten behouden als anderen. Ze frustreren ondertussen namelijk wel de inspanningen van docenten.'
Een oplossing ligt echter niet voor de hand. De Vrijer: 'Iedereen herkent wel het probleem, maar gaat daar verschillend mee om. Sommigen houden bijvoorbeeld vast aan het principe dat de student zijn vrijheid moet behouden.' Ook ir Rolf Marteijn, opleidingscoördinator Voeding en Gezondheid, ziet nog vele obstakels. 'Het blijkt lastig om zo'n regeling juridisch rond te krijgen. Daarnaast verschillen de reacties op de voorstellen die nu zijn gelanceerd sterk. Voor iedere studierichting liggen de problemen net weer wat anders.'
Prof Pim Brascamp, directeur van het Onderwijsinstituut, laat weten dat het probleem besproken is, maar houdt zich verder op de vlakte. 'Ons algemene idee is dat de studiebegeleiding goed moet zijn en ook tot zijn recht moet kunnen komen. Daar zijn inderdaad al ideeën over ontwikkeld. Maar dit soort zaken moeten eerst gewoon goed besproken worden. En alle onderwijszaken behoeven goedkeuring van de raad van bestuur.'
In het nieuwe onderwijs- en examenreglement, dat binnenkort aan de studentenraad wordt voorgelegd, staat dan ook geen nieuwe regeling voor het studieadvies. Brascamp: 'Voor mezelf heb ik de inrichting van de studiebegeleiding voor deze herfst op de rol staan. Dan willen we kijken naar het hele systeem van opvang, begeleiding en loopbaanadvisering.' / JH

Re:ageer