Organisatie - 12 juni 2008

Wat maakt voedsel zo duur?

De voedsel- en landbouworganisatie FAO hield vorige week in Rome een topconferentie over de hoge voedselprijzen. Heet hangijzer zijn de biobrandstoffen en de vraag of die nu wel of niet de armen van deze wereld het brood uit de mond stoten. Landbouwminister Gerda Verburg presenteerde op 4 juni in Rome een LEI-rapport(zie ook 'DROOGTE EN DOLLARKOERS BEÏNVLOEDEN VOEDSELPRIJZEN OOK’) met de strekking dat de invloed van biobrandstoffen meevalt. Maar de meningen blijven verdeeld.

opinie_0_568.jpg
Dr. Hans van Meijl, onderzoeker bij het Landbouw Economisch Instituut
‘De vraag naar biobrandstoffen heeft invloed, maar die moeten we niet overdrijven. Andere factoren hebben net zo veel invloed. En omdat ze tegelijkertijd optreden, zijn ze moeilijk uit elkaar te halen. Sommige landen die voedsel produceren, zoals Argentinië, Maleisië en China, leggen exportbeperkingen op om het voedsel dat ze produceren goedkoop te houden voor hun eigen bevolking. Maar dat is onverstandig vanuit wereldoogpunt, want het drijft de wereldmarktprijzen op.
Het is wel goed om stil te staan bij de voedselprijzen. Decennialang was er een dalende trend, en daar zijn we van uit blijven gaan. Dat kan niet meer. We moeten nu meer gaan investeren in landbouw en landbouwkennis.
Het armoedeprobleem hangt hier trouwens maar deels mee samen. Dat ligt vooral aan slecht functionerende markten, slechte overheden en niet-functionerende grond- en arbeidsmarkten. Het armoedeprobleem was enkele jaren terug even groot met lage wereldmarktprijzen en zonder biobrandstoffen. Wat verschilt is dat nu consumenten in de problemen komen, waar bij lage prijzen de armoede vooral producenten trof.’

Dr. Prem Bindraban, onderzoeker bij Plant Research International[img]
‘Wat zou jij doen als je geen eten had? Ik vind het een heel begrijpelijke maatregel van voedselproducerende landen om hun export te beperken, om zo het voedsel voor hun inwoners beschikbaar te houden. Landen met sociale onrust door voedseltekorten moeten zich niet nog afhankelijker maken van de grillen van de internationale markt.
Je moet dus niet te hard van stapel lopen met die liberalisering. Want het gaat hier wel om voedsel. Als ik geen fiets heb ga ik lopen. Maar als ik geen eten heb ga ik dood. Dat is wel wat anders.
Wat me tegenvalt van het rapport van het LEI, is dat het niet ingaat op specifieke gevallen. Hoe zit het bijvoorbeeld in Mexico? Tien jaar geleden is daar de vrijhandelszone ingesteld met de Verenigde Staten en Canada. De Mexicaanse markt is overspoeld met goedkope maïs uit de VS, waar de Mexicaanse maïsboeren niet mee konden concurreren. Die verdwenen dus. Nu stoppen Amerikanen hun mais in hun tank, waardoor er minder mais naar Mexico gaat. Het zou goed zijn als er onderzoek komt naar de vraag of dat inderdaad de Tortillacrisis veroorzaakte, en of er daardoor nu honger is in Mexico.
De productie wordt nu wel weer hervat in Mexico, maar veelal door rijke herenboeren. Zo zal het ook elders gaan. Als de markt al goed reageert, zoals de LEI-economen hopen, dan zal dat zelden ten gunste zijn van de kleine boeren en geen brede rurale ontwikkeling opleveren.’

Prof. Johan Sanders, hoogleraar Valorisatie van plantaardige productieketens[img]
‘De directe invloed van biobrandstoffen is niet groot. Maar anderhalf procent van het landbouwareaal ter wereld wordt gebruikt voor de productie van biobrandstoffen. Andere invloeden op de prijs zijn minstens zo belangrijk, zoals exportbeperkingen voor voedsel, de kleine voedselvoorraden, of de hoge olieprijs waardoor boeren hun oogstmachines niet kunnen gebruiken en hun oogst verloren zien gaan.
De honger in de wereld heeft niet zoveel te maken met een gebrek aan landbouwareaal. Er is genoeg areaal om voedsel én non-food te produceren. En biobrandstoffen kunnen ook juist kansen bieden aan boeren in ontwikkelingslanden. Honger houdt meer verband met gebrekkige infrastructuur, en leiders die het niet goed met hun eigen mensen voor hebben. Landen zouden moeten investeren in hun landbouw. Ook Wageningen UR heeft een rol in het goed laten landen van kennis die bijdraagt aan ontwikkeling van de landbouweconomie van ontwikkelingslanden.’

Gerda Verburg, minister van LNV, in een toespraak over Bio-energie en voedselzekerheid tijdens de FAO-conferentie[img]
‘Wat betreft de biobrandstoffen wil Nederland een duidelijke balans tussen het produceren van biomassa voor de mond (voedselzekerheid) en voor de motor (opwekken van energie). Als er strijdige claims zijn kiest Nederland voor het produceren van biomassa voor voedsel. (…) De ontwikkeling van bio-energie kan ook een kans bieden voor ontwikkelingslanden. (…) Vooral als het om biobrandstoffen gaat, moeten we het gebruik van biomassa voor energie alleen ondersteunen als het geproduceerd wordt op een duurzame manier.’

Dr. Niek Koning, onderzoeker agrarische economie en plattelandsbeleid[img]
‘De invloed van biobrandstoffen op de voedselprijzen wordt in het rapport van het LEI ten onrechte gebagatelliseerd. En in het persbericht van de woordvoerder van Wageningen UR zelfs overdreven sterk. Uit verschillende studies blijkt dat een kwart tot een derde van de prijsstijging van voedsel direct is toe te schrijven aan de verhoogde vraag naar biobrandstoffen. Tel je daar de indirecte effecten van speculatie bij op, dan kom je op een derde tot de helft van de prijsstijging. Biobrandstoffen zijn dus één van de grote factoren in de huidige hoge voedselprijs.
De reden om die invloed te bagatelliseren is het eigen commerciële belang dat Wageningen UR heeft bij de biobased economy. En het rapport spaart ook LNV, in wiens opdracht dit rapport gemaakt werd. Want het LEI durft niet te zeggen dat de liberale hervormingen die LNV de afgelopen tien, twintig jaar heeft gesteund een grondoorzaak zijn van de hoge voedselprijzen. Vroeger werden de landbouwprijzen zowel in Europa als Amerika gestabiliseerd. Daardoor was er minder ruimte voor varkenscyclusachtige schommelingen. Door afbouw van dit beleid is er meer prijsinstabiliteit op de landbouwmarkten. Ook heeft liberalisatie aan beide kanten van de oceaan geleid tot het afbouwen van buffervoorraden. Daardoor leidt een tijdelijk tekort nu veel eerder tot prijsstijgingen.
Wil je echt iets doen aan hoge prijzen, dan moet er weer een mondiaal systeem van prijsstabilisatie komen. En in plaats van subsidies moet er een belasting komen op biobrandstoffen zodra de internationale graanprijzen boven een bepaald maximum stijgen.’

Re:ageer