Wetenschap - 11 januari 2001

Wat een leven

Inspringtheater

Kriskras lopen de zes deelnemers van het inspringtheater door het kleine zaaltje. "Je komt een oud vrouwtje tegen," roept een van de leden en prompt loopt iedereen met kromme rug steunend rond. Daarna bewegen ze zich op commando als moeders, belast met zware boodschappen en lastige kinderen. "Nu zijn we die kinderen," klinkt het en het zaaltje vult zich met gekrijs en gejoel. Na dit opwarmertje gaan ze aan de slag met hun opdracht. Ze moeten dit weekend sketches verzinnen over de problemen van Nederlandse boeren.

Het zijn niet allemaal gewone stukjes toneel: wanneer een toeschouwer zich geroepen voelt of het niet eens is met de gang van zaken in de sketch, mag hij inspringen. Hij neemt dan de rol over van een speler en het geheel verandert in improvisatietoneel. "Op deze manier willen we een discussie op gang brengen tussen boeren onderling en de samenleving", vertelt Margreet van Vilsteren, studente Veeteelt. "We doorbreken taboes of vernieuwen discussies met het inspringtheater. Veelbesproken thema's worden in een ander daglicht geplaatst omdat mensen zich in allerlei rollen mogen inleven. Ze kunnen zelfs iemand spelen die ze in het echte leven nooit zouden willen zijn."

De opzet is succesvol: het is leuk om te doen en het slaat goed aan bij de boerengemeenschap. "Vooral door mond-tot-mond-reclame is dit inspringtheater van de Boerengroep steeds bekender geworden", legt Sigrid Verhaegh, co?rdinator bij de studentenorganisatie de Boerengroep, uit. "Laatst stonden we zelfs met een artikel in het weekblad Oogst. Nu komt de ene na de andere aanvraag binnen voor een voorstelling. Dit weekend zetten we een avondvullend discussietheater in elkaar voor de vereniging van biologische boeren."

Om idee?n te krijgen voor een eerste sketch sommen de deelnemers allerlei termen op die te maken hebben met het ruimtegebrek voor de Nederlandse landbouw: stedelingen, vakantiehuizen, Ecologische Hoofdstructuur. Om het creatieve proces te bevorderen, oefenen de deelnemers vervolgens met 'bevroren beelden'. Enkelen nemen een pose aan. De anderen moeten bedenken wie of wat uitgebeeld wordt en de plaats overnemen, voortbordurend op de uitgebeelde actie met een andere pose. Het blijkt niet gemakkelijk. Wat eerst een persoon was die een denkbeeldig keukenkastje opentrekt, gaat over in iemand die iets oppakt van de grond en daarna in iemand met een loep in de hand. Op het eind is de pose uitgegroeid tot een golfer. Hoe onzinnig de oefening ook leek, al gauw is iedereen enthousiast over een sketch met golfers en boeren. De golfers zullen daarbij nogal na?ef uit de verf komen, voornamelijk klagend over stankoverlast en de naburige landbouwpercelen. De verdistelde graslanden van de biologische boer moeten namelijk wel een doorn in het oog zijn van deze liefhebbers van onberispelijke grasmatten.

De spelers gaan met het idee aan de slag in een eerste try-out. De dialogen vloeien er onbekommerd uit en al spoedig praten ze druk door elkaar heen. Soms reageren ze niet eens meer op elkaar. Herhaaldelijk repeteren zal de discussies echter afspitsen tot enkele krachtige, scherpe stellingen die het publiek moeten prikkelen om in te springen.

Op dezelfde manier ontstaan de andere sketches. Erg prikkelend is die over vrijgezelle jonge boeren: op het podium zitten er twee onderuitgezakt in een plattelandsdisco. Een van hen vertelt over zijn cursus 'vrouwversieren'. De ander zweert dat hij zoiets niet nodig heeft. Om dat te laten zien, stapt hij op de dichtstbijzijnde dame af. Deze zit een beetje eenzaam voor zich uit te staren. Haar gedachten worden verwoord door een verteller achter haar rug. "Wat een plattelandssfeer hier zeg. Kijk, daar in de hoek zitten twee van die echte boeren, met van die vieze klauwen. Daar zou ik nu echt niet mee willen eindigen. Ik zie me al de rest van mijn leven werken op zijn stinkende bedrijf. Oh nee he, nu komt d'r zo een op me af!" De lomperik introduceert zichzelf met een stevige klap op haar rug. De schoonheid ziet het aangeboden biertje daarna niet meer zo zitten en de jonge boer druipt al snel af. Zijn vriend waagt ook een poging. Hoewel houterig, brengt hij het er een stuk beter vanaf dan zijn voorganger. Aan de biologische boeren van Drenthe nu de taak om hier wat meer realiteit in aan te brengen. | Marc Zitzen

Foto Guy Ackermans

Re:ageer