Wetenschap - 24 oktober 2002

Wat een leven: Paddestoelen

Wat een leven: Paddestoelen

"Het is geen rijke herfst, want het was eerst te droog en toen te koud. Maar ook onervaren speurders kunnen makkelijk veel verschillende soorten paddestoelen vinden", spreekt Aad Termorshuizen de deelnemers aan het begin van zijn paddestoelenexcursie moed in. De studenten staan aan de rand van het bos op de Wageningse berg, bij het oude ziekenhuis. Na nog geen twintig stappen over het dikke bladerdek wordt de eerste paddestoel geplukt om hem beter te kunnen bekijken. "Let er op dat je ook de stengelbasis meeneemt", onderwijst Termorshuizen, die bij de leerstoelgroep Biologische bedrijfssystemen werkt. De deelnemers lopen in clubjes pratend en naar de grond turend rond. E?n van de studenten brengt een tak waarop wat wittigs groeit naar de excursieleider. De groep, vijf vrouwen, acht jonge mannen en een oudere universiteitsmedewerker staan in een kring om Termorshuizen heen als hij uitlegt wat voor paddestoel is gevonden. "Dit is een Kaaszwammetje. Hij wordt wat blauwig, net als blauwe kaas", en hij neemt een hapje. De groep kijkt hem wat vreemd aan. Kan dat wel zomaar? "Je kunt alles proeven, mits je het weer uitspuugt. Bij deze soort kom je zo ook te weten of je te maken hebt met de Bittere of de Gewone kaaszwam", zegt hij nadat hij het weer heeft uitgespuugd. Kim Weijtmans heeft een tak met grijze schimmel gevonden. Termorshuizen ruikt eraan en spoort Kim aan hetzelfde te doen. "Een ziekenhuislucht", zegt ze. Hoe toepasselijk op deze plek. Na enige aarzeling houden ook anderen de vochtige tak met de Ziekenhuisboomkorst onder hun neus.

Dan waaieren de biologiestudenten wat meer uit. Zo gauw iemand wat vindt loopt hij of zij er mee naar Termorshuizen, die allereerst vraagt op welke ondergrond de paddestoel gevonden is. De eerste honderd meter leveren al gauw vijftien verschillende paddestoelen op. Een paddestoel die naar rauwe aardappel ruikt blijkt een Gele knolamaniet te zijn. "Ik ruik niks", zegt Arjen Breur. "Nou, het ruikt anders echt naar aardappels die lang in een wat vochtige zak hebben gelegen", werpt Kim hem tegen. Ze heeft zich voor de excursie opgegeven om de leerstof van een practicum over schimmels van een paar weken geleden wat te herhalen voor het examen. "Vorige week heb ik een paddestoel met een hoed van tien centimeter doorsnee klaargemaakt. Ik weet niet meer hoe hij heet, maar hij gaf wat blauw af. Ik heb er samen met een huisgenoot die ook biologie studeert van gegeten. De rest van mijn afdelingsgenoten durfden er niet van te proeven", vertelt ze. Arjan vindt de excursie leuk omdat hij met vrienden door het bos loopt. "Ik trek zelf nooit het bos in. Ik ben wel bioloog maar ik weet niet zoveel hoor. Je hebt daarentegen ook mensen die ergens teveel van af weten." Hij heeft wel een zakmes aan een touwtje in zijn zak. "Dat hebben alle biologen, ja", lacht hij en duikt weer diep in zijn jas vanwege de vochtige kou. Dan ontdekt iemand een Sponszwam, die er inderdaad uitziet als een natte spons. Een paar studenten plukken een stukje van de eetbare paddestoel en stoppen het in hun mond. "Het smaakt gewoon naar champignon", meldt Isabel van Geloof. Termorshuizen vertelt dat je er soep van kunt maken. "Maar hij is niet erg lekker hoor." Later waarschuwt hij dat je van eetbare paddestoelen ook alleen de echt gave kunt eten. "Half verrotte zijn sowieso giftig. Je krijgt dan last van Durchfall, zoals de Duitsers buikloop zo mooi noemen." Sonja Vernooij kent de smaak van de Sponszwam van een eerdere excursie. Ze is doorstromer en vindt het vooral heerlijk om buiten te zijn. "Daarom doe ik ook biologie. Er zijn zoveel dingen waar ik niks van weet. Als ik op zondag door het bos loop heb ik echt geen boekje bij me. Ik weet toch niet waar ik op moet letten." Even later herkent ze de Krulzwam, die pas in tweede instantie dodelijk is omdat je na de eerste keer antistoffen vormt.

Een uur later heeft iedereen een koude neus, maar er wordt vrolijk keuvelend naast de bospaden verder gestruind. Op de achtergrond is steeds het verkeer dat over de berg rijdt hoorbaar. Jochem 't Hoen zegt tegen het eind van de wandeling zeker vijf soorten te kennen. "De excursie is infotainment", oordeelt hij. Voor de laatste roddels hoefde hij hier niet te komen. "Die stonden allemaal al op de biologensite", grijnst Jochem. | Yvonne de Hilster

Re:ageer