Wetenschap - 31 januari 2002

Wat een leven:

Na de brand

"Ik heb heel lang geen kaarsen meer aan durven steken", zegt Noor van der Hoeven, vierdejaarsstudent Bos- en natuurbeheer, als ze vertelt over de periode na de brand in het studentenhuis waar ze woonde. Het huis aan de Beuningstraat werd vorig jaar met oud en nieuw door brand verwoest. Van der Hoeven zit met opgetrokken benen op de bank in haar kamer; haar vriend Martijn Vos zit op haar bureaustoel. Oud-huisgenoot Erik de Badts komt wat later binnen.

Van der Hoeven was op het moment van de brand niet in het huis. Vos en De Badts wel. Vos lag te slapen, werd wakker en ontdekte de brand. Als door een wonder is iedereen er uitgekomen; ??n persoon werd net op tijd door de brandweer gered. Vos: "Ik heb de eerste maanden daarna slecht geslapen. Ik wilde 's nachts niet alleen zijn, was angstig. En je ruikt alles. Ik rook thuis ineens vanaf zes uur 's ochtends de uitlaatgassen binnenwaaien."

Van der Hoeven sliep eerst twee maanden bij haar vriend. "Ik had ook helemaal niks meer, geen kleren, niks." Bij de zoektocht naar een nieuwe kamer liet ze de staat van het huis meewegen. "Ik had geen zin om weer in een wrak huis te gaan wonen, helemaal niet ergens bovenin. Waar ik nu woon, is de situatie best goed. Bovendien kan ik hier uit het raam springen als het moet. Daar heb ik echt op gelet."

Vos, eigenaar van een internetbedrijf, kijkt sinds de brand overal waar hij komt hoe hij er in geval van nood weg kan. Zeker op plekken waar veel mensen zijn die veel drank tot zich nemen. "Mensen kunnen dan heel onverantwoordelijk bezig zijn", aldus Vos. Hij durft ook niet ergens te gaan slapen voordat hij weet hoe hij er weg kan komen. "Maar als ik zie dat ik weg kan, heb ik er geen last meer van."

Vierdejaars student Erik de Badts zegt dat hij zich na de brand 'nog nooit zo klote heeft gevoeld'. "Het enige wat ik nog had, was een auto zonder sleutels, want die waren gesmolten." Hij is net terug van een jaar Spanje. De Badts: "Mijn stage was al gepland en ik wou hier wel weg." Hij let ook op de plek waar hij slaapt. "In Spanje had ik gelukkig een goed appartement. Maar ik ben langer weggebleven omdat ik weinig zin had om naar Nederland terug te komen. Nu ben ik weer aan het hospiteren. Maar ik let wel op de brandveiligheid van een huis. In het huis waar ik nu woon, heb ik ook meteen gevraagd naar de brandblussers."

De oorzaak van de brand in hun huis aan de Beuningstraat is nooit achterhaald. "Er wordt niet aan opzet gedacht. Het zou een kaars, een sigaret of kortsluiting geweest kunnen zijn, maar een onderzoek hiernaar zou te veel tijd en geld kosten", vertelt Van der Hoeven. Ze vertellen over de steun die ze hebben gehad aan de politiemensen die vlak na de brand aanwezig waren en over hun twee katten die bij de brand zijn omgekomen.

De drie vinden het een goede zaak dat nu ook kleinere studentenhuizen op brandveiligheid gecontroleerd gaan worden. Vos: "Maar ze moeten wel de bestaande situatie bekijken, niet alleen die op papier." De veiligheid is niet alleen een verantwoordelijkheid van de bewoners. "Het huis moet in ieder geval goed onderhouden worden", zegt Van der Hoeven. Ze verhalen over de slechte onderhoudssituatie van hun oude huis, waarover ze probeerden te praten met de huisbaas. "De elektriciteitsdraden hingen los, het dak lekte en er zaten overal oude kranten tussen het dakbeschot gepropt tegen de tocht. Door gaten in de vloer keken we ook zo naar de verbouwing van de juwelier die toen bezig was", vertelt Van der Hoeven.

Vos is wel bang dat veel van de studentenhuizen die aangepast moeten worden, opgeheven worden. "Het mag niet gebeuren dat daar dan dure appartementen of bedrijfsruimten voor terug komen." De Badts: "Huisbazen zouden verplicht moeten worden om na het opknappen van het pand weer studenten te huisvesten."

Het pand aan de Beuningstraat is inmiddels gesloopt. "Het is wel fijn dat alles nu weg is, nu is er niks meer van mij", zegt Van der Hoeven. "Maar het was er wel supergezellig. Pas als je zo'n brand meemaakt, ga je op brandveiligheid letten."

Yvonne de Hilster, foto Guy Ackermans

Re:ageer