Organisatie - 27 november 2012

‘Wantrouwen is dodelijk in een moderne organisatie’

Het bestuur wil de MR eerder betrekken bij beleidsplannen en de MR wil nieuwe vormen van inspraak uittesten. Dat moet de medezeggenschap van Wageningen UR efficiënter maken.

medezeggenschap.gif
De sfeer is goed tussen directeur Ernst van den Ende, trekker van het IP/OP-thema Efficiënte medezeggenschap, en Cees van Dijk, voorzitter van de WUR Council. Van den Ende vertelt over het constructieve overleg tussen de concernraad (de bestuurders) en het dagelijks bestuur van de 11 medezeggenschapsraden van Wageningen UR op 8 november. Daar lag de vraag voor: hoe moet het overleg tussen bestuurder en inspraakorgaan idealiter verlopen?
Wageningen UR kent de overkoepelende WUR Council, een Student Council en negen decentrale raden, van de vijf kenniseenheden, Rikilt, Imares, het Facilitair Bedrijf en de Concernstaf. ‘Binnen die 11 eenheden zie je grote verschillen hoe bestuurder en MR met elkaar omgaan', zegt Van den Ende. ‘Het mooie is dat je zo veel voorbeelden krijgt hoe het wel en niet moet lopen.' Zo leidde wantrouwen tussen bestuurder en MR tot juridische procedures bij enkele kenniseenheden in de afgelopen jaren.
‘Wantrouwen is dodelijk in een moderne organisatie', zegt Van den Ende, ‘want dan krijg je een formeel overleg waarbij iedereen in de loopgraven terecht komt. Hoe minder formeel het overleg, hoe meer je elkaar kunt beïnvloeden.' Dat doe je bijvoorbeeld door de MR eerder bij besluitvorming te betrekken, zegt Van Dijk. ‘Stel, de raad van bestuur komt met nieuwe gedragscode wetenschapsbeoefening. De plannen worden voorbereid, de juristen kijken naar de juridische aspecten, dan geeft de concernraad haar akkoord en pas daarna komt de MR in beeld. Die kan alleen nog maar ‘ja' of ‘nee' zeggen of wat punten en komma's wijzigen. Als de MR kritische opmerkingen maakt, zegt centraal: bah, wat vervelend, want zij waren al klaar. Als je de MR eerder bij de besluitvorming betrekt, voorkom je zo'n patstelling. Met samen optrekken hou je elkaar scherp.'
Ook de MR moet vernieuwen. Het doorsnee MR-lid is een grijze man van boven de vijftig, werkend bij DLO. ‘Dat is een groot manco', zegt Van Dijk. De jongeren, de vrouwen, de buitenlandse en de universiteitsmedewerkers ontbreken. ‘Hoe creëren we dat zij ook gaan deelnemen? We moeten naar nieuwe vormen van inspraak, bijvoorbeeld tijdelijke thema-gerichte adviesclubs of via Facebook.' En wat ook moet gebeuren, vervolgt Van Dijk, is het beperken van de zittingstermijn voor MR-leden tot bijvoorbeeld acht jaar. Hij kent vergadertijgers die al meer dan 20 jaar in een MR zitten. Vers bloed moet leiden tot een representatiever MR.
De nieuwe aanpak betekent niet dat directie en MR streven naar consensus. ‘Je hoeft het niet eens te zijn, directie en MR hebben nu eenmaal verschillende verantwoordelijkheden', zegt Van den Ende. ‘Maar als je elkaars visies snapt, scheelt dat rompslomp bij de besluitvorming.'
De bijeenkomst op 8 november heeft een aantal speerpunten voor verbetering opgeleverd, die Van den Ende en Van Dijk in kleiner comité gaan uitwerken. Van den Ende schat dat daar veel praktische verbeterpunten uit rollen. ‘Die willen we dan na 1 januari punt voor punt gaan invoeren.'

Re:ageer