Organisatie - 9 oktober 2014

Wageningse voedselvisie gevraagd na WRR-rapport

tekst:
Albert Sikkema

Nederland moet omschakelen van een landbouwbeleid, met de nadruk op productiviteit en export, naar een voedselbeleid. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een rapport dat afgelopen week verscheen.

De Tostifabriek

Die omschakeling vergt niet alleen een actieve overheid die paal en perk moet stellen aan ongezonde voedingspatronen, maar ook een kenniscluster dat meer aandacht besteedt aan duurzaamheid, veerkracht en lerend vermogen. Dat moet Wageningen UR zich aantrekken, vindt Tiny van Boekel, hoogleraar levensmiddelentechnologie.

Van Boekel vindt niet dat Wageningen UR medeverantwoordelijk gesteld kan worden voor de problemen bij de hedendaagse voedselvoorziening, zoals obesitas, antibioticaresistentie, watertekorten en afname van biodiversiteit. ‘In het verleden besteedden universiteit en DLO inderdaad veel aandacht aan productieverhoging. Die tijd ligt ver achter ons, de laatste twintig jaar is er in toenemende mate aandacht voor voedsel en voeding, consumentengedrag, duurzaamheid, biologische gewasbescherming, biodiversiteit en klimaat, en sociale innovaties. Alle aspecten die de WRR aanstipt voor een nieuw voedselbeleid, zijn onderwerp van studie in Wageningen. Maar de WRR geeft er een beeld mee aan hoe Wageningen nog wordt gezien door een deel van de buitenwereld.’

En dus moet Wageningen UR het WRR-rapport aangrijpen om verdere kennis aan te dragen voor die aanpassing naar voedselbeleid, vindt Van Boekel. Maar hoe? ‘Ik denk dat duurzaamheid nog meer leidend moet zijn in onze strategie. Voedselsystemen zijn complex, maar ook fragiel. Ik denk dat we met meer coherentie naar voedselsystemen moeten gaan kijken, in interdisciplinaire teams, met meer aandacht voor de veerkracht en robuustheid van onze voedselvoorziening. We zijn gewend geraakt dat er voedsel in overvloed is, tegen een lage prijs. Het oude landbouwbeleid is gigantisch gelukt, maar gaat nu aan zijn eigen succes ten onder. Ik mag hopen dat er meer besef komt van hoe kwetsbaar onze voedselsystemen eigenlijk zijn.’

Wageningen moet meer verbinden
Tiny van Boekel

‘Dus Wageningen moet meer verbinden. Ik geef veel lezingen in het land over voedsel. Dan merk ik dat de mensen erg betrokken zijn bij de voedselvoorziening, maar ook ongerust. Ze kunnen het niet meer volgen hoe ons voedsel tot stand komt en zoeken houvast. Ik vind het hele stimulerende discussies, maar je moet met integrale antwoorden komen. Dat hoeven geen moeilijke systeemverhalen te zijn, dat kunnen ook creatieve initiatieven zijn.’

‘Ik ben een grote fan van de Tostifabriek – een stel Amsterdamse kunstenaars die alles zelf gingen produceren voor hun tosti ham-kaas. Ze gingen twee koeien leasen voor de melk om kaas te maken, twee biggetjes houden voor de ham en tarwe verbouwen in Amsterdam. Dat leverde een enorm gedoe op met vergunningen, buren die klaagden over loeiende koeien, biggetjes die de lieveling van de buurt werden en die niet meer mochten worden geslacht van de buurt en acties tegen de BBQ. Het was een fantastische actie omdat het mensen terugbrengt naar de basis van onze voedselvoorziening. Dat besef wil ik graag terug. Nu hoor ik vooral van mensen uit de stad: de voedselindustrie bedot ons. De vraag is: waarom hebben we voedselfabrieken? En als we die niet willen, wat dan? De Tostifabriek maakt dat mooi duidelijk. Ik vind die vervreemding van ons voedsel een cruciaal probleem en denk dat we het bewustzijn van de consumenten moeten vergroten. Om te beginnen moeten onze politici in debat met hun kiezers over de voedselvoorziening. Ik vind dat de politiek het voortouw moet nemen.’


Re:ageer