Wetenschap - 1 november 2001

Wageningse studies passen niet in een hokje

Wageningse studies passen niet in een hokje

Keuzegids vindt onderwijs modern maar lesruimte ondermaats

Wageningen Universiteit is op de hitlijst van de Keuzegids hoger onderwijs gezakt van de derde plaats vorig jaar naar de zesde plaats. Wageningen schaart zich weliswaar onder de universiteiten met het modernste onderwijsklimaat, maar studenten zijn er relatief ontevreden. Ondermaatse lesruimte lijkt daarvoor de enige plausibele reden.

Wageningen doet het met zijn zesde plaats op de hitlijst niet slecht. Vooral de inhoud, de roostering en tentamens en de studeerbaarheid van de Wageningse opleidingen scoren hoog. Wageningen loopt qua onderwijs voorop. De universiteit biedt volgens de Keuzegids samen met Nijmegen en Maastricht het modernste onderwijsklimaat. 'Studenten hoeven niet alleen passief te luisteren, maar kunnen vaak zelfstandig en met werkgroepjes problemen aanpakken. Ook de studiebegeleiding was hier goed.' Ook qua voorzieningen scoort Wageningen goed. Qua kameraanbod staat Wageningen op eenzame hoogte, en wat sportvoorzieningen betreft ziet Wageningen alleen Enschede voor zich.

Het enige waar Wageningse studenten echt ontevreden over zijn, zijn de lesruimtes. Waarschijnlijk is die dagelijks terugkerende irritatie de reden waarom Wageningse studenten over het algemeen relatief ontevreden zijn.

Toch is relativering van de cijfers in de hitlijst op zijn plaats. De totaalscores van universiteiten lopen uiteen van 7,26 voor UT Enschede tot 6,92 voor de Universiteit Amsterdam. De tevredenheid van studenten loopt van 7,38 bij Wageningen Universiteit tot 7,84 bij de Katholieke Universiteit Brabant. Dat is nauwelijks een verschil te noemen.

Wat opvallender is, is dat Wageningen Universiteit ook in de nieuwe Keuzegids een speciaal geval blijft. De Wageningse studierichtingen laten zich niet in de hokjes duwen van erkende wetenschappelijke opleidingen als bedrijfskunde, culturele antropologie, biologie of planologie. Daarom worden ze vaak opgevoerd als een alternatief voor die opleidingen.

Het is door die bijzondere positie wel even zoeken naar Wageningse opleidingen in de Keuzegids. Bedrijfs- en consumentenwetenschappen vinden we bijvoorbeeld bij bedrijfskunde. 'Een speciaal geval' noemen de auteurs de studie, want die heeft ook een poot huishoudkunde. De studie eindigt in de middenmoot, en scoort vooral goed op studeerbaarheid, maar het laagst op zelfstandig leren denken.

Internationale ontwikkelingsstudies wordt als praktisch alternatief genoemd voor de minder theoretisch ingestelde mensen met interesse voor culturele antropologie. In vergelijking met studies Culturele antropologie haalt Internationale ontwikkelingsstudies de hoogste totaalscore. Vooral de keuzemogelijkheden in het studieprogramma en de voorbereiding op de arbeidsmarkt krijgen veel lof.

De Wageningse dierwetenschappers vinden we terug als het bekende alternatief voor uitgelote diergeneeskundestudenten van Universiteit Utrecht. Wageningen scoort bij studenten wel hoger dan Utrecht, en studenten studeren er eerder af. Maar er is natuurlijk maar ??n opleiding tot dierenarts.

Bos- en natuurbeheer en Landinrichting vinden we in de Keuzegids terug bij de studies sociale geografie en planologie. Bos- en natuurbeheer wordt aangeprezen als het groene alternatief. 'Je leert er alles over bossen, uiterwaarden, toendra's en savannen.' Over Landinrichting vermeldt de gids alleen dat er veel aandacht is voor de relatie tussen stad en groene ruimte. Vervolgens is onduidelijk welke Wageningse studie nu eigenlijk in de scorelijst is opgenomen, maar van Bos- en natuurbeheer wordt wel vermeld dat het onderwijsprogramma 'prima' is, maar dat de werkplekken, de pieken in de roosters en de begeleiding van docenten wel klachten opleverden.

De auteurs van de keuzegids vinden het Wageningse onderscheid tussen de studies Bodem, water, atmosfeer en Technologie en milieumanagement verwarrend, omdat ook in BWA milieuthema's aan bod komen. De typisch Wageningse studie Plant- en gewaswetenschappen wordt in de Keuzegids samengevat als biologie. De Wageningse biologie komt er overigens wel goed uit, als tweede op de ranglijst.

Het grootst is de verwarring bij wat de Keuzegids noemt 'biotechnologische' opleidingen. Maar liefst drie Wageningse opleidingen vinden hier onderdak: Levensmiddelentechnologie, Biotechnologie en Moleculaire wetenschappen. Wel wat veel verscheidenheid in ??n hokje. De auteurs laten een advies over de beste studie onder dit kopje toegepaste biowetenschappen dan ook maar achterwege.

De enige Wageningse studie die past bij een wetenschappelijke discipline, die van de gezondheidswetenschap, is Voeding en gezondheid. De studie springt positief uit boven de collega's. Dat heeft wellicht te maken heeft met het feit dat het de enige studie is die een relatie legt tussen voeding en gezondheid. Daarmee onderscheidt de studie zich toch weer als typisch Wagenings: niet in een hokje te duwen. | M.W.

Keuzegids hoger onderwijs - Editie 2001-2002 kwaliteitstest universiteiten hogescholen, Balans, ISBN 9050185479, 29,97 gulden.

Re:ageer