Wetenschap - 23 maart 1995

Wageningse studenten onderzoeken Nederlands-Duitse verhoudingen

Wageningse studenten onderzoeken Nederlands-Duitse verhoudingen

Duitsland, een goede buur...? Gelet op de handelsverhoudingen moet de vraag, die Aiesec op een symposium stelde, zondermeer bevestigend worden beantwoord. Toch wordt de grote oosterbuur niet al te positief bejegend. Voor een deel is dat het gevolg van het Calimero-effect, maar toch ook van een gecultiveerd oorlogsverleden. Natuurlijk kregen de media weer de schuld. Er moet in ieder geval een einde aan komen aan het negatieve gezeur, vonden de deelnemers aan de debatten in het IAC op 15 maart. Duits terug in het VWO-vakkenpakket.


Nederland koesterde zich in de Atlantische zon en was kampioen Europese integratie, Duitsland ondertussen was verdeeld", kenschetst J.G. de Hoop Scheffer, Tweede kamerlid voor het CDA, het recente verleden. Hoewel een goede buur beter is dan een verre vriend, hield het Nederlands buitenlandbeleid zich vooral bezig met verre vrienden: Het kabinet hing aan een zijden draad vanwege Zuid-Afrika, we tartten China met duikboten, en kernwapens moesten de wereld uit. Na de hereniging van Oost- en West-Duitsland werd veel anders", aldus De CDA'er, er volgde een toename van het Duits politiek gewicht en de voorspelbare reactie Da sind sie wieder. Beter was geweest: Da sind sie auch."

Ondanks de verwevenheid van gulden en D-mark, intensieve handelsbetrekkingen en gemeenschappelijke inzetbaarheid van het legercorps klopt er iets niet aan de wederzijdse verstandhouding en niet alleen als die Manschaft tegen onze jongens speelt. De beeldvorming kan beter, betoogt De Hoop Scheffer. Je moet constateren dat de Duitser in het algemeen sympathieker denkt over ons, dan wij over hem."

De teneur is gezet: een goede relatie met onze oosterbuur is van evident nationaal, economisch, belang. Verbetering ervan gebeurt niet op topconferenties, vindt De Hoop Scheffer, maar in het onderwijs. Ik zie nog steeds dat Duitse geschiedenis daar is beperkt tot de periode 1933-1945. De huidige generatie wordt onrecht aangedaan, als onze kinderen niet over het huidige Duitsland leren." En passant pleit De Hoop Scheffer voor Duits als verplicht vak.

Forumvoorzitter W.A. Burgering, burgemeester van Rijnwaarden - een gemeente met meer Rijks- dan gemeentegrenzen - en voorzitter van de werkgroep Sociale aangelegenheden, Sport en Cultuur van de Euregio Rijn-Waal geeft twee voorbeelden. Enerzijds een bevrijdingsshow, waar met mensen uit Duitse buurgemeenten de bevrijding van Nederland en de Duitsers werd gevierd. Anderzijds de jongetjes uit Rijnwaarden die de grens overgaan om Duitse leeftijdsgenootjes te pesten, hetgeen naar hij vermoedt door de oudere generatie wordt gecultiveerd. Burgering wil uitwisselingen stimuleren op tal van gebieden, om vooroordelen weg te nemen, om beter te oordelen. Kennen en herkennen en daardoor te erkennen."

Wij hebben graag het heroische beeld van Nederland in de oorlog. Veel Nederlanders waren echter lid van de Waffen-SS. En na de oorlog kwamen er de verzetshelden, die onder de dekens wel 's een verzetskrantje hebben gelezen." En de Duitsers? Die hebben meer begrip dan wij denken."

Bloemkolen

De Duitse ambassadeur dr W. Haas, spreekt het publiek aan met geachte proefkonijnen; het is zijn eerste speech in het Nederlands. Woorden zijn mooi, maar kippen leggen eieren.... Er wordt veel belang gehecht aan atmosferische storingen, hetgeen ertoe leidt dat soms aan de betrekkingen in totaliteit getwijfeld wordt; we moeten ons niet concentreren op woorden, maar op de kippen." Want hoe zien de naakte feiten van Haas er uit? Nederland en Duitsland behoren tot de oprichters van de EG en tot de steunpilaren van de Europese Unie; De samenwerking binnen de Navo is goed; De goederenstroom tussen de twee landen is de op drie na grootste in de wereld; een op de vijf Nederlanders gaat naar Duitsland op vakantie en de samenwerkingen in grensgebieden fungeren als voorbeeld voor andere Europese grensregio's. Haas concludeert: Onze landen hebben veel gemeenschappelijke kippen, die grote eieren leggen."

Toch laat hij irritaties niet onbesproken: zoals de Clingendaelenquete en de helaas mislukte kandidatuur van Lubbers, die de bilaterale betrekkingen tot een dieptepunt brachten, juist op het moment dat hij naar Den Haag kwam. Ik ben geen mooi-weer ambassadeur; regen en hagel zijn bij mijn salaris inbegrepen."

Hij schetst oorzaken van irritaties: de nooit helemaal goede verhouding van een kleine en een grote buur. En natuurlijk de herinneringen aan de bezettingstijd. Duitsland moet duidelijk maken - en doet dat ook - dat ze geleerd heeft en dat ze de verantwoordelijkheid voor de gevolgen van de nazitijd op zich neemt. Anderzijds bestaat de Duitse democratie bijna vijftig jaar."

De stelling waarmee Haas afsluit luidt dan ook dat de Nederlandse-Duitse betrekkingen veel beter zijn dan verhitte publieke discussies soms doen vermoeden.

Verlepte junk

Na de pauze vraagt voorzitter Burgering langzamer te spreken, zodat onze Duitse vrienden acht van de tien woorden kunnen verstaan.

Prof. dr J.F.E. Blasing, hoogleraar Nederlands-Duitse economische betrekkingen in Tilburg gaat verder in op de Clingendaelenquete. Slechts vijftien procent van de jongeren van 15 tot 19 jaar kwam tot een positief oordeel over de oosterburen. Duitsers zijn overheersend, arrogant en niet gezellig. Bovendien zijn ze niet gemakkelijk in de omgang en onvriendelijk.

Maar Blasing wijst ook op een artikel in Der Spiegel - Frau Antje in den Wechseljahren - dat Nederland te kijk zet als land van fietsendieven, drugsgebruikers en genetische knutselaars, die leven van de handel in geknakte tulpen en naar niets smakende tomaten. Frau Antje, het ooit frisse kaasmeisje, was in de Duitse boutade een verlepte junk, een diva in de menopauze."

Zowel in Der Spiegel als in het rapport Clingendael springt volgens Blasing de platheid van geventileerde opvattingen in het oog. Alhoewel meer gronden zijn te vinden die het Duitse oordeel rechtvaardigen dan vice versa. Het houden en veredelen van batterijdieren werd door een Nederlander in Europa geintroduceerd... en van de andere kant is Justitie, volgens ondermeer Elseviers, een slons zonder tanden: te weinig agenten en cellen plus een haperend vervolgingsbeleid."

Met de waardeoordelen van de Nederlandse jeugd is het daarentegen heel anders gesteld. Bijna de helft vond Duitsland uitgesproken oorlogszuchtig.....Een dergelijke gefixeerdheid op een niet recent verleden lijkt op vergeelde foto's op een dressoir." Anachronismen, karikaturen van zichzelf. Dit duidt, vindt Blasing, op ernstige lacunes in het educatieve systeem. Het rapport had in plaats van Bekend, maar onbemind, beter kunnen heten Onbemind, want onbekend.

Blasing spreekt van een paradox: enerzijds is Duitsland in economisch en politiek opzicht de belangrijkste partner van Nederland, anderzijds weet de modale Nederlander weinig af van Duitsland en haar economie.

Ook Nederlandse studenten, hetgeen Blasing illustreert met een eigen mini-enquete, waaruit bleek dat: 31 procent Bonn de hoofdstad noemde, 31 procent Kohl Bundespraesident maakte en alleen Franz Beckenbauer hoog scoorde op de vraag naar vooraanstaande Duitse managers. Tegelijkertijd vond vijftig procent Duitsers arrogant, intolerant en nationalistisch. Gelukkig bleek uit een vergelijkbare enquete over het Verenigd Koninkrijk dat de kennis van onze overburen nog minder was.

Duitsland is onze grootste klant en normaliter legt men zo'n klant in de watten, vindt Blasing. De Nederlandse aandacht richt zich evenwel bijna uitsluitend op Angelsaksische managements- en marketingconcepten. Ondanks de evidente kracht van de Duitse economie, lijkt het strategisch gedrag van Duitse ondernemingen niet de moeite waard." Deze eenzijdige benadering doet op termijn afbreuk aan onze concurrentiepositie, concludeert Blasing, wiens slotstelling dan ook luidt: Gebrek aan gedifferentieerdere kennis van Duitsland kost Nederland marktkansen en dus geld."

Burgering vraagt aan de zaal of Duits een verplicht vak moet zijn op school. Een enkeling steekt z'n hand op.

Haat en nijd

In zaal A wordt na het avondeten gediscussieerd over de stelling van Burgering, dat men niet moet spreken van een Duitse en een Nederlandse cultuur, maar van een cultuur. Wout - student van de Landbouwuniversiteit: Nederlandse en Duitse hiphoppers staan dichter bij elkaar dan Friezen en Zeeuwen." En Markus - student uit Duisburg: Op abstract niveau is er niet zo veel verschil. Beide hebben een kapitalistische economie en een democratie. Meer naar beneden zijn er verschillen. Spannender vind ik de vraag wat die verschillen betekenen voor de onderlinge betrekkingen." Hoewel het begrip cultuur niet eenduidig blijkt, concludeert de groep dat verschillen daarin een goede verstandhouding niet in de weg hoeven te staan.

Tina - Duitse ouders, woonachtig in Nederland - vindt desalniettemin de haat-en-nijd-verhouding frappant, waarop iemand anders zich afvraagt of dat door de Tweede Wereldoorlog komt. Wout ziet het als massagedrag; opzwepen en overdrijven, zoals bij Feyenoord - Ajax. Ik ben het met de ambassadeur eens dat overdreven wordt, hoe slecht de verhoudingen zijn."

Duitse student Arnd komt terug op de Ik ben woedend actie: Ik vond dat een goede actie. Dat Nederlanders betrokken zijn bij wat in Duitsland gebeurt, vind ik niet overdreven." Wout beaamt dat de actie gericht was tegen racisme en niet tegen Duitsers, maar denkt dat, als het om Belgie ging, de actie niet zo succesvol was geweest. Die hebben geen holocaust bedreven, dat blijft toch kleven." Tina mompelt: Da sind sie wieder."

Oorlogsverleden

Tot slot worden plenair de stellingen doorgenomen. De stelling van De Hoop Scheffer - een evenwichtiger meningsvorming over Duitsland en de Duitsers is beter via au-pair programma's en onderwijsuitwisselingen dan via topconferenties tot stand te brengen - wordt onderschreven: Nederlanders hebben een underdog-gevoel, dat een scherpe onderstroom krijgt door het oorlogsverleden." Oplossingen liggen in het mediabeleid, het onderwijs, het bieden van een tegenwicht voor de meidagen en samenwerking bij gezamenlijke problemen als het milieu en de watersnood.

Ook de groep die de stelling van Blasing onder de loupe heeft genomen is het daarmee eens en wil Duits als verplichte taal in het onderwijs, ook al vanwege het toenemende belang van de dienstensector. Niemand protesteert.

Naar aanleiding van ambassadeur Haas wordt gesteld dat het negatieve gevoel ten aanzien van de Duitsers vooral wordt gevoed door de media, die gelezen worden door Nederlanders die nog nooit Duitsers hebben ontmoet. De groep erkent dat het probleem vooral bij de Nederlanders ligt, al kan de Duitse politiek nog meer rekening houden met ons Calimero-gevoel.

Nederland kan maar beter rekening houden met Duitsland als een groot land, dan zich bezighouden met het cultiveren van een oorlogsverleden, zo lijkt het pragmatisch gevoel aan het einde van Aiesecdag.

Re:ageer