Wetenschap - 6 september 2001

Wageningse sociologie is te klein om echt mee te tellen

Wageningse sociologie is te klein om echt mee te tellen

De Wageningse sociologie heeft het zwaar te verduren gehad door bezuinigingen in het verleden. Desondanks, zo stelt de visitatiecommissie sociaal-culturele wetenschappen van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), scoort het onderzoek een voldoende. Toch is dat de laagste score vergeleken met de lof die sociologen van andere universiteiten toegezwaaid kregen.

De VSNU beoordeelt eens in de vijf jaar de kwaliteit van onderzoek aan Nederlandse universiteiten op verschillende vakgebieden. De conclusies van deze visitatie gaan over de periode 1995-1999. In heel Nederland is de kwaliteit verbeterd. Het aantal publicaties per onderzoeker verdubbelde. De Wageningse sociologen zijn ook productiever geworden, maar over de kwaliteit is de commissie minder enthousiast. De commissie suggereert dat het onderzoeksprogramma ontwikkelingssociologie van prof. dr. Norman Long zou moeten fuseren met dat van prof. dr. ir. Jan Douwe van der Ploeg over westerse rurale sociologie. Dat zou de continu?teit verhogen en de relatief kleine Wageningse programma's meer kritische massa geven, wat volgens de commissie de kwaliteit ten goede komt.

De integratie met b?ta-wetenschappen juicht de visitatiecommissie toe, maar onderzoeksprogramma's als die van prof. dr. Anke Niehof zouden zich daarnaast meer moeten richten op de fundamentele sociologie. Niehof: "De commissie heeft gelijk dat we meer oog zouden moeten hebben voor pure sociologie. Maar binnen de Wageningse interdisciplinaire omgeving is dat lastig. We zijn een kleine groep en moeten voortdurend knokken voor ons bestaan. In de reorganisatie werd de sociologie als dienstverlenend gezien ten opzichte van b?ta-wetenschappen. Dan heb je niet de kritische massa om excellent te zijn." | J.T.

Re:ageer