Wetenschap - 1 januari 1970

Wageningse hormoonjagers vinden een middel dat officieel niet bestaat

Wageningse hormoonjagers vinden een middel dat officieel niet bestaat

Wageningse hormoonjagers vinden een middel dat officieel niet bestaat


De voorsprong van de hormoonmaffia slinkt

,,In dit werk heb je per definitie een achterstand’’, zegt dr Michel Nielen
van onderzoeksinstituut Rikilt. ,,De mensen die illegale groeibevorderaars
in dieren spuiten of door hun voer mengen zijn ons altijd een paar stappen
voor. Dat is ook logisch. Als zij met een nieuwe stof beginnen te rommelen
duurt het even voordat wij er achterkomen. Maar die achterstand slinkt. We
lopen in.’’

Binnen Rikilt is Nielen verantwoordelijk voor het programma dat speurt naar
verboden hormonen en andere groeibevorderaars, waarmee de hormoonmaffia
dieren versneld – en soms op het eerste gezicht verbeterd – slachtrijp
maakt. ,,Je hebt androgenen, de anabole steroïden die je ook wel vindt in
de sport’’, zegt Nielen. ,,Daarnaast heb je oestrogenen en progestagenen,
die je bijvoorbeeld vindt in de anticonceptiemiddelen. En je hebt middelen
als clenbuterol.’’

Ondergronds
Binnenkort verschijnt een publicatie van Nielen en zijn medewerkers in het
vakblad Rapid Communications in Mass Spectrometry over een nieuwe variant
van clenbuterol, die de hormoonjagers in een partij veevoer hebben ontdekt.
,,Met nieuw bedoel ik ook nieuw’’, zegt Nielen. ,,Het gaat om een stof die
nergens staat beschreven. In geen enkele databank. Hij heeft geen naam,
zelfs geen nummer. Als we zouden willen, zouden we hem zelf een naam kunnen
geven.’’
Ergens in een ondergronds laboratorium is die nieuwe stof gemaakt. Chemici
met kennis van zaken hebben het bekende clenbuterol versleuteld tot een
nieuw molecuul. ,,Dat versleutelen is ook nog gebeurd op een manier die we
niet eerder hebben gezien’’, zegt Nielen. ,,Je kunt de chemische structuur
van clenbuterol zien als een moer met twee slierten eraan. De meeste
modificaties die we kennen zijn ontstaan door die slierten te verknutselen.
Maar in dit geval hebben ze een nieuwe plek op de moer gevonden om atomen
aan te plakken.’’
Daardoor is misschien een stof ontstaan die beter werkt, filosofeert
Nielens collega ir Toine Bovee. ,,Clenbuterol lost op in water en vet.
Verhoog je de oplosbaarheid in vet, dan heb je waarschijnlijk een stof die
makkelijker zijn weg vindt naar vetcellen en spiercellen, en minder snel
via de bloedbaan in het hart terechtkomt.’’ Clenbuterol werkt in op het
zenuwstelsel. Het dwingt vetcellen om vet af te breken en prikkelt spieren
om te groeien. Een belangrijke bijwerking van clenbuterol is dat de stof
het hart sneller laat slaan, en bij overdosering hartaanvallen kan
veroorzaken.
,,Misschien was de modificatie ook bedoeld om de testers te misleiden’’,
zegt Nielen. Dat is in dit geval niet gelukt, al geeft hij toe dat de
nieuwe clenbuterolvariant hem voor hetzelfde geld was ontglipt. Toen zijn
groep verdacht veevoer onderzocht met antilichamen die gevoelig waren voor
clenbuterol, vermoedden ze dat er iets in het voer zat wat op clenbuterol
leek. Maar hoe goed de mensen van Rikilt ook zochten, clenbuterol vonden ze
niet, laat staan een andere bekende variant.

Bioassay
,,In België kampte de inspectie met hetzelfde probleem’’, zegt Nielen.
,,Ook daar was een clenbuterolachtige stof in veevoer gevonden. Het was dus
geen incident.’’ Om wat voor stof het precies ging, werd pas duidelijk toen
Nielen de stof onderzocht met nieuwe apparatuur waarover Rikilt pas sinds
kort beschikt: een QTOF-massaspectrometer. ,,Gewone massaspectrometers
bepalen alleen het molecuulgewicht van een stof’’, zegt Nielen. ,,Dat is
een belangrijke aanwijzing als je wilt weten met welke stof je te maken
hebt, maar ook niet meer. Deze machine vertelt ook de samenstelling van het
molecuul, hoeveel van welke atomen er in het molecuul zitten.’’
,,Dit was geluk hebben’’, zegt dr Ron Hoogenboom, collega van Michel Nielen
en Toine Bovee. ,,We gebruikten toevallig antilichamen die bedoeld waren om
clenbuterol op te speuren, maar ook de nieuwe variant oppikten. Er zijn
waarschijnlijk nog veel meer versleutelde groeibevorderaars in omloop, en
die zien we niet. Nog niet. We slaan nu een richting in waardoor dat gaat
veranderen.’’
Hoogenboom doelt op de ontwikkeling van bioassays. Een bioassay zoekt niet
naar een chemische stof met een bepaalde structuur, zoals antilichamen,
maar kijkt of er in een monster stoffen zitten die werken als clenbuterol.
Of als oestrogeen, of als een androgeen. ,,Het maakt niet uit hoe je een
stof chemisch verandert’’, zegt Bovee. ,,Als hij op de cellen inwerkt zoals
clenbuterol dat doet, dan merkt het bioassay hem op.’’
Aan de opsporing van de nieuwe clenbuterolvariant kwam al een assay te pas:
een test die onderzoekers uit Ierland voor alle clenbuterolachtige stoffen
hadden ontworpen. Op Rikilt is sinds kort een ander bioassay in gebruik:
een door Bovee genetisch veranderde gistcel, die alle oestrogeenachtige
stoffen opspoort. Bovee bouwde in de gistcel de oestrogeenreceptor in - het
eiwit waaraan oestrogene stoffen zich moeten vastmaken om effect te hebben.
Koppelt het hormoon estradiol - of een andere stof met een oestrogene
werking - aan dat eiwit, dan lichten de gistcellen groen op onder de
microscoop. Of de hormoonmaffia nu het echte estradiol gebruikt, een
synthetische versie daarvan of een schimmelgif dat in de verste verte niet
op estradiol lijkt, maar wel kan hechten aan het receptoreiwit, detectie is
onvermijdelijk.

Ontsnappen
,,Dit is niet het eerste assay voor oestrogenen’’, zegt Bovee. ,,De
leerstoelgroep Toxicologie en het Hubrecht Laboratorium hebben al eens een
menselijke cel gemaakt die oestrogenen opspoort. Maar die test is niet
geschikt voor onderzoek van veevoer of urine, omdat de cellen dan snel
doodgaan.’’
Assays als die van Bovee zijn de toekomst van de jacht op illegale
groeibevorderaars, zegt Hoogenboom. ,,Er zijn nu dus assays voor
clenbuterol en oestrogenen. We werken aan assays voor andere
groeibevorderaars. Als we met een assay een groeibevorderaar vinden, zullen
we nog altijd met andere methoden moeten uitzoeken om welke stof het
precies gaat. Zoals Michel dat heeft gedaan met de nieuwe
clenbuterolvariant. Maar de kans dat er allerlei stoffen aan onze aandacht
ontsnappen wordt stukken kleiner.’’

Willem Koert

De hormonenjagers van het Rikilt, v.l.n.r. Michel Nielen, Toine Bovee en
Ron Hoogenboom, moeten alle zeilen bijzetten om de hormoonmaffia de loef af
te steken. | foto Guy Ackermans

Re:ageer