Organisatie - 18 mei 2016

‘Wageningse docent niet ondermaats’

tekst:
Linda van der Nat

Wageningen is de ‘prettige uitzondering’ als het gaat om onderwijs- en docentkwaliteit. Dit zegt Noëlle Aarts, persoonlijk hoogleraar Communicatie en verandering in Life Science contexten.

De alarmerende onderwijssituatie die een rapport van Goudsteen en Company eerder deze week beschreef is volgens haar dan ook niet van toepassing op Wageningen. Aarts werd, als Teacher of the Year 2015, geïnterviewd voor dit rapport.

Aarts was een van de veertien topdocenten waarmee onderzoeksbureau Goudsteen & Company sprak over de onderwijskwaliteiten van docenten op de universiteit. Op basis van hun antwoorden concludeerde het bureau dat 30 procent van de docenten slecht lesgeeft. Het onderzoek stamt uit 2015, maar werd deze week weer onder de aandacht gebracht. NOS en het Algemeen Dagblad berichtten erover.

Volgens Aarts is de kritiek uit het rapport niet van toepassing op Wageningen. ‘Wageningen heeft niet voor niets zoveel topopleidingen en scoort jaarlijks hoog in de Keuzegids. In mijn omgeving, hier in Wageningen én aan de UvA, doen docenten echt hun stinkende best. Goed onderwijs geven vinden ze enorm belangrijk, want het raakt aan hun identiteit. Dat heb ik ook tijdens het gesprek met het onderzoeksbureau gezegd.’

Dat ze hier percentages aan hebben gehangen, ondergraaft hun geloofwaardigheid
Noëlle Aarts, oud-Teacher of the Year

Een van de kritiekpunten uit het rapport was dat universiteiten te weinig prikkels geven om goed onderwijs te geven. In Wageningen zijn die prikkels er wel degelijk, aldus Aarts. ‘Er wordt veel gemopperd over tenure track, maar wat ik goed vind is dat onderwijskwaliteiten er nadrukkelijk onderdeel van  uitmaken. Ik heb vaak genoeg in benoemingsadviescommissies gezeten om dat te weten.’ Bovendien zorgen prijzen als de Teacher of the Year Award en de jaarlijkse onderwijsprijzen voor erkenning, zegt Aarts. 'Dat rector magnificus Arthur Mol die prijzen persoonlijk uitreikt, onderstreept dat de universiteit goed onderwijs belangrijk vindt.’

Aarts vindt het jammer dat het onderzoeksbureau heeft gekozen om percentages te gebruiken in het verslag. ‘Het is kwalitatief onderzoek, want je interviewt maar veertien mensen en dan ook nog een specifieke categorie. Dat ze hier percentages aan hebben gehangen, ondergraaft hun geloofwaardigheid.’ Op basis van kwalitatief onderzoek is het mogelijk om uitzonderingen te verklaren vanuit de specifieke omstandigheden. Aarts had dan ook liever gezien dat de onderzoekers Wageningen als uitzondering eruit hadden gelicht zodat andere universiteiten kunnen leren van de Wageningse aanpak.


Re:ageer