Wetenschap - 15 juni 1995

Wageningse bioloog is kampioen vogelkijken

Wageningse bioloog is kampioen vogelkijken

Dwaalgasten en broedvogels. Kuifkoekoek en rode rotslijster. Woestijngrasmus en isabelklauwier. Noordwest negen en veel regen. Twitchers in Nederland.


Afgestudeerd bioloog Aat Schaftenaar haalde er zelfs het dagblad Trouw mee: 314 vogelsoorten in een jaar aanschouwde deze twitcher, de Engelse benaming voor de soortenjagers onder de vogelaars. Wellicht worden het er nog 315. Althans wanneer de Commissie dwaalgasten en avifauna Nederland de Siberische wintertaling meetelt, die Aat in de Limburgse Maas gesignaleerde. Daar gaat hij echter niet van uit. Die taling zag er verdacht uit. Hij zat tussen allemaal witte eenden en een aantal soorten waarvan ik zeker wist dat ze ontsnapt moesten zijn uit een voliere. Zit-ie in het Lauwersmeer tussen andere talingen, dan is het geen probleem."

Maar 315 of 314, het blijft ruim voldoende voor een nieuw Nederlands record. De jaarlijst van zijn voorganger bleef steken onder de driehonderd. Ja, ik heb vorig jaar veel gevogeld", beaamt Aat, die woont in een barak op Droevendaal. Bijna iedere dag. Je moet toch ook aandacht besteden aan de niet zo heel bijzondere soorten, zoals de reuzestern." Voorlopig is de recordpoging voor Aat dan ook eens en nooit weer. Het is leuk voor een jaartje, maar 't kost wel erg veel tijd."

Ik heb het geluk dat er vaak jongens meerijden, anders wordt het veel te duur, gezien de benzine." Gelode benzine, maar daar kan hij wel mee leven. Evenals met het feit dat de poezen van de barak zich ruim aan gevogelte tegoed doen. Oke, een zeldzame vogel zou Aat wel proberen af te pakken. Dan kan ik hem tenminste opzetten", lacht hij.

De ruggegraat van zijn lijst vormt het zeldzame gevogelte: dwaalgasten, die eens in zoveel jaar of zelfs voor het eerst in Nederland verzeild raken. Voor de kenners: in het voorjaar waren voor Aat een kuifkoekoek, die een maand lang zijn bivak had opgeslagen in de buurt van Assen, en de rode rotslijster het interessantst; in het najaar de woestijngrasmus en de witkopgors.

Voor de geinteresseerde leek: veruit het grootste percentage zeldzame soorten is te vinden binnen een afstand van tien kilometer van de kust. Mei, september en oktober zijn de beste perioden om te vogelen. Het weer is zeer belangrijk. In het voorjaar liefst hogedrukgebieden met zuidoostenwind." De meest interessante vogels komen dan volgens Aat uit Oost-Azie en het Middellandse-Zeegebied aangewaaid. Voor aparte zeevogels is noordwest negen met veel regen ideaal.

Het vogelkijken zat er bij Aat al vroeg in. Reeds toen hij vier was, boeiden beestjes hem meer dan autootjes. Op z'n elfde ging hij bij wat toen de Algemene Christelijke Bond voor Natuurstudie heette.

Sinds anderhalf jaar is Aat, net als 130 andere vogelaars, in het bezit van een pieper. Ze laten elkaar via het apparaat weten wanneer ergens in den lande een zeldzaam vogeltje is gesignaleerd. Op het display van de pieper verschijnt een code, waaruit tot op vijfhonderd meter nauwkeurig is af te lezen waar de vogel zit, wie hem heeft gezien, en of 'ie stilzit dan wel is overgevlogen. Hoewel de onderlinge competitie groot is, probeert iedereen zo goed mogelijk de anderen in staat te stellen het zeldzame beest te zien. Maar een vogel kan natuurlijk wegvliegen", weet Aat uit ervaring. Een enkeling onder de 130 pieperbezitters staat te boek als twijfelachtig. Die zijn te snel met hun conclusies. Meestal wacht ik dan wel even voor ik tot actie overga." Soms maken echter de besten fouten. Zoals de keer dat er grauwe fitissen op Texel waren gemeld. Het bleek te gaan om gewone fitissen met afwijkend zanggedrag. De melders boden de in groten getale opgekomen twitchers schaam
tevol aan de bootovertocht te vergoeden.

Zo treft de creme de la creme van de hoofdzakelijk door mannen gedomineerde ornithologenwereld elkaar regelmatig in de buurt van een kleinst waterhoen of vorkstaartplevier. Laatst nog was er een meeting bij de Philipsdam rond een bruinkopgors. Na eerst 's ochtends voor een Perzische roodborst naar Katwijk te zijn gereden, trof Aat in Zeeland ruim vijftig vogelaars aan, onder wie zowaar vier vrouwen. Twee rijen dik, loerend naar de gors. Dat was wel lachen; veel vogelaars hebben geen conditie en je moest kilometers lopen. Die kwamen aan met rooie koppen."

Omdat dit jaar geen plannen op stapel staan voor nieuwe recordpogingen, is het voor Aat een rustig vogeljaar. Pas een keer of zes is hij op stel en sprong in de auto gestapt na een melding op zijn pieper. Bijvoorbeeld voor de isabelklauwier en de daurische kauw. Beide zijn uit Noord-Mongolie afkomstig; de daurische kauw was zelfs voor het eerst in Nederland.

Ook vorig jaar lag het niet in zijn bedoeling zijn tijd bijna louter te besteden aan het verbeteren van de jaarlijst. Maar toen hij in mei met het aantal soorten boven het schema van de vorige recordhouder lag, besloot hij ervoor te gaan. Al moest hij dat jaar afstuderen en had hij bijbaantjes. Een kwestie van af en toe de pieper zacht zetten", aldus een laconieke Aat. Eind september bereikte hij de magische grens van driehonderd soorten. Uiteindelijk werden het er dus 314. Ik heb een mooi speldje gekregen", lacht Aat. En eeuwige roem, die niet lang zal duren. Hoewel... momenteel is niemand bezig met de lijst. Ze zullen wel geschrokken zijn."

Twitchers zijn geen monomane gekken, vindt Aat. De vorige recordhouder had ook gewoon een baan en een vrouw." Al gaan sommige vogelaars wel heel ver. Aat is bijvoorbeeld geen voorstander van zeetrips waarbij veertig vogelaars een boot huren, om vervolgens op het continentaal plat visafval over boord te kieperen en te wachten op wat erop afkomt.

Het soortenjaaggebeuren nam zijn vlucht rond 1980, met de oprichting van de Dutch Birding Association. In eerste instantie was er grote wrijving tussen de reguliere vogelaars, voorstanders van rustige bosinventarisaties, en de nieuwe generatie, die als een gek het land doorkruiste en soms ongedisciplineerd natuurgebieden binnenstormde.

De kick is het vinden van een nieuwe soort, liefst ook nieuw voor Nederland, aldus Aat. In zijn hele leven heeft hij nu 342 verschillen soorten gezien. De nummer een op deze levensranglijst zag er 396; dat terwijl in Nederland totaal - inclusief de vorige eeuw - iets meer dan vierhonderd soorten zijn gesignaleerd. Ik word nooit nummer een", weet Aat. Dan moet je heel oud worden en bijna niet uit Nederland weggaan. Ik houd nu eenmaal van reizen."

Re:ageer