Wetenschap - 24 oktober 2002

Wagenings paar roeit op wereldniveau

Wagenings paar roeit op wereldniveau

"Met doorzettingsvermogen en hard trainen kun je veel bereiken"

De Wageningse ingenieurs Mariel Pikkemaat (30) en Michiel van Eupen (31) begonnen hun internationale roeicarri?re bij studentenroeivereniging Argo. Toch gingen ze na hun afstuderen in 1996 beiden het onderzoek in. Ze zouden niet alleen maar willen roeien. "Het is geestdodend om de hele dag met een stuk hout in je handen te zitten", aldus Van Eupen.

In september kwamen ze beiden uit voor Nederland op de wereldkampioenschappen roeien in Sevilla, Spanje. Pikkemaat keerde terug met een zilveren medaille, behaald op de lichtgewicht dubbelvier. Vorig jaar won ze op hetzelfde onderdeel brons. Haar vriend Van Eupen deed al vier keer mee, zonder medailles te veroveren. Pikkemaat: "Hij roeit beter, maar ik haal de medailles." Van Eupen: "Dit jaar was wel mijn beste jaar tot nu toe."

Van Eupen combineert het roeien met een baan bij Alterra. "Ik train zeker tien keer per week en ik werk in principe 32 uur, al vari?ren mijn werktijden nogal. Zeker de maanden voorafgaand aan een WK is de combinatie sport en werk best moeilijk. Je bent dan de hele dag bezig met roeien komt vaak niet verder dan een half dagje ernaast werken. Maar zolang de projecten goed draaien heb ik veel vrijheid", aldus de landschapsinrichter.

Pikkemaat werkt sinds begin dit jaar als onderzoeker bij de leerstoelgroep Levensmiddelenhygi?ne en ?microbiologie voor het Wageningen Centre for Food Science (WCFS). Na haar studie Bioprocestechnologie woonde ze een paar jaar in Groningen voor een promotieonderzoek. "Ik ben blij terug te zijn in Wageningen. Groningen ligt overal ver vandaan en is nog net niet deprimerend kaal. Ik hou onwijs van fietsen en ben blij dat ik nu weer vanuit mijn huis zo de bossen in kan en de heide op. Mijn proefschrift is nog niet af. Met trainen erbij lukt dat gewoon niet", bekent ze. Toch bevalt de combinatie van topsport en werk haar wel. "Roeien was ook goed te combineren met studeren. Maar met een baan kun je je een eigen boot en een auto met trekhaak veroorloven." Het paar krijgt ook een onkostenvergoeding van het NOC-NSF, al weten ze zo gauw even niet hoeveel. "Het rare van het systeem is wel dat je geen vergoeding krijgt als je hem het hardst nodig hebt. Nu ik een baan heb, heb ik niet echt een vergoeding meer nodig", aldus Pikkemaat. Van Eupen zegt tijdens het roeien aan zijn pezen te kunnen merken of hij te veel achter de computer heeft gezeten. "Toch wil ik naast het roeien blijven werken. Het is geestdodend om de hele dag alleen maar met een stuk hout in je handen te zitten." Pikkemaat herkent dit. "Na twee weken alleen maar roeien mis je gewoon iets."

Studio Sport

Bijkomend voordeel van erbij werken is volgens Van Eupen dat roeien op die manier niet te belangrijk wordt. "Bij mensen voor wie roeien het belangrijkst in het leven is, zie je dat ze crashen als iets niet lukt. Voor mij is het een hobby. Roeien doe je voor jezelf en een beetje voor je club." Pikkemaat zou er ook nooit alles voor opgeven. "Mensen die alleen maar roeien kunnen niet meer terug naar het normale leven. Dan wordt het ook heel moeilijk om te stoppen." Ze wijst nog even op het idee dat bij sommigen leeft, dat ondersteuning vanuit NOC-NSF een roeier status zou geven. "Mensen realiseren zich niet dat niemand op roeiers zit te wachten. Je roeit echt voor je eigen plezier." Van Eupen: "Als roeien op Studio Sport wordt uitgezonden zapt iedereen weg."

Van Eupen zat pas in 1990 voor het eerst in een boot. Voordat hij in Wageningen kwam studeren deed hij aan wedstrijdzwemmen. "Toen ik hier kwam studeren ben ik op zoek gegaan naar een leuke studentensport waarmee ik ook nog wat kon bereiken. Door het wedstrijdzwemmen was ik wel gewend aan zes, zeven keer per week trainen en wist dat ik dat lichamelijk aan kon. Bij Argo merkte ik al snel dat je, als je wilt, in een jaar of vijf bij de Nederlandse top kunt roeien." Pikkemaat had vroeger een eigen paard en werd pas in haar derde studiejaar lid van Argo. "Met een paar vriendinnen ben ik in 1992 gaan roeien en dat was zo leuk dat ik lid werd. Binnen een paar weken werd ik overgehaald om te gaan wedstrijdroeien." Een jaar later kregen Pikkemaat en Van Eupen een relatie. Pikkemaat: "We woonden sinds 1991 al op dezelfde afdeling op Dijkgraaf, maar hij was er nooit." "Nee, ik moest ook altijd roeien", zegt Van Eupen lachend.

Athene

Het koppel heeft niet van kind af aan in een boot gezeten, zoals bij veel toproeiers het geval is. Maar als student kun je volgens hen ver komen. Van Eupen: "Je moet talent hebben, maar met doorzettingsvermogen en hard trainen kun je veel bereiken. Techniek is uiteindelijk wel doorslaggevend." "De beweging kun je leren door lang te trainen", vult Pikkemaat aan. Het verwondert hen dat Wageningen UR sportieve prestaties van studenten en medewerkers niet publicitair uitbuit. "Terwijl Wageningen voor studenten hele goede topsportregelingen heeft", aldus Van Eupen.

Hoelang ze nog doorgaan weten ze niet, al beginnen ze zo langzamerhand wel te merken dat ze wat ouder worden. Daarnaast lijken blessures meer voor te komen bij hun gewichtsklasse van lichte roeiers, waarbij vrouwen gemiddeld 57 en mannen 70 kilo wegen. Pikkemaat: "Eigenlijk is dat ondergewicht. Ook je vetpercentage is ongezond laag. Je wordt te sterk voor je lichaam, je hormonen raken in de war en je herstelt minder snel.? Door een rugblessure zag dit jaar er voor haar anders uit dan verwacht. Ook Van Eupen heeft last van wat terugkerende pijntjes, maar hij weet dat je daar niet als een dolle mee moet doortrainen. "Je zit constant tegen je grens aan wat betreft belasting en minimumgewicht. Maar ook dat is topsport." Pikkemaat denkt in ieder geval te willen stoppen na de Olympische Spelen in Athene over twee jaar. "Mensen om me heen beginnen zo langzamerhand ook kinderen te krijgen."

Yvonne de Hilster

Re:ageer