Wetenschap - 1 januari 1970

Wagenings bedrijfsonderzoek naar FIR-boeren gestart

1

Wagenings bedrijfsonderzoek naar FIR-boeren gestart

Wagenings bedrijfsonderzoek naar FIR-boeren gestart

Wageningen doet geen bedrijfsonderzoek naar boeren die middelen aan hun mest toevoegen om het bodemleven te stimuleren, meldde Wb vorige maand. Heel Wageningen? Nee, in oon project werken een socioloog, een dierwetenschapper, een bodembioloog en een microbioloog van de LUW samen om dit onderzoek gestalte te geven


De samenwerking tussen de onderzoekers is min of meer toevallig ontstaan. Jaren geleden was sociologiehoogleraar Jan Douwe van der Ploeg betrokken bij de oprichting van twee Friese milieucoöperaties van melkveehouders. De boeren waren tegen de mestinjector en wilden hun mest bovengronds blijven uitrijden. Ze toonden aan dat ze het milieu minder verzuurden dan andere boeren in de regio en kregen van minister Van Aartsen de ruimte om op hun eigen manier de milieudoeleinden - minder stikstof, fosfaat en ammoniak - te realiseren

Op een dag kwam dierwetenschapper dr Jaap van Bruchem langs bij Van der Ploeg met een ingewikkeld zoötechnisch verhaal, dat de socioloog toetste bij oon van de boeren. Toen bleek dat diens manier van voeren overeen kwam met de ideeën van Van Bruchem, was de samenwerking geboren. Omdat Van Bruchem tot de conclusie was gekomen dat de bodembiologie de mogelijke sleutel was voor duurzame veehouderij, raakte de hoogleraar bodembiologie, Lijbert Brussaard, vorig jaar bij het onderzoek betrokken. En omdat Brussaard op zijn beurt nauw samenwerkt met microbioloog dr Antoon Akkermans bij het onderzoek naar bodembacteriën, maakt ook hij deel uit van dit interdisciplinaire, vraaggestuurde onderzoeksteam

De Wageningers onderzoeken de wijze van veehouderij, het gebruik van diervoer, het mestgebruik en het onderhoud van het grasland op de boerderij. Boeren brengen die praktische processen samen in hun bedrijfsvoering en de onderzoekers gaan kijken of die bedrijfsvoering optimaal is en welke rol de toevoegmiddelen aan mest daarbij spelen

Vorig jaar vormden ze drie groepen: boeren die het middel Euro Mestmix aan de mest toevoegen, boeren die nuttige micro-organismen gebruiken en een controlegroep zonder toevoegmiddelen. Brussaard: We hebben bij drie keer vier bedrijven gekeken of we verschillen konden zien in het bodemleven. We zagen dat de boeren met Euro Mestmix een andere samenstelling van onschadelijke aaltjes - een indicator voor de bodemkwaliteit - in de bodem hadden dan de andere twee groepen.

Brussaard en Van der Ploeg betaalden het vooronderzoek uit eigen middelen, omdat de financiering nog niet rond was. De microbioloog had geen potje met geld; zijn monsters liggen nog in de vrieskist. Dit jaar kunnen ze het onderzoek onder drie keer twintig boeren voortzetten met geld van de provincie Friesland en de ministeries van LNV en VROM

Eenvoudig was dat niet, meldt Van der Ploeg. De Directie Wetenschapsbeleid en Kennisoverdracht (DWK) van het ministerie van LNV wilde het onderzoek afkeuren, omdat de toevoegmiddelen aan de mest theoretisch gesproken niet zouden werken. Die hindernis is genomen. Bovendien moest het Praktijkonderzoek voor de Rundveehouderij (PR) bij het onderzoek worden betrokken en diende het onderzoek door de praktijk te worden aangestuurd. Daarvan hebben we gezegd: da's prima. Het onderzoek loopt nu.

Brussaard heeft inmiddels een hypothese waarom Euro Mestmix tot betere resultaten leidt: Dit toevoegmiddel bevat kleimineralen. Die adsorberen organisch materiaal in de bodem, waardoor het gehalte organische stof toeneemt. De praktijkproef die onlangs is gestart, heeft al geleid tot een interessante waarneming: het aantal dode, vergiftigde wormen op het land is lager bij toediening van bewerkte mest dan bij onbewerkte mest. Bij de nuttige micro-organismen kunnen de onderzoekers zich nog weinig voorstellen

De Wageningers proberen nu een brug te slaan tussen wetenschap en praktijk. Van der Ploeg: We hebben te maken met een combinatie van omstreden praktijkinzichten en deelinzichten van de wetenschap. We zien iets gebeuren, maar de grote vraag is of dit leidt tot een nieuwe benadering voor het onderzoek en de praktijk.

Brussaard: Zo'n praktische context roept fundamentele vragen op. Ik was laatst bij een tuinder in het Westland. Die produceert schoon, met gewasrotatieschema's en toevoegmiddelen aan de mest. Het water verlaat zijn bedrijf schoner dan het binnenkomt. Maar hij voldoet niet aan de wettelijke richtlijnen; hem hangen flinke dwangsommen van de overheid boven het hoofd. Dat komt omdat de milieuwetgeving is gericht op het voorschrijven van middelen, en niet van doelen.

Van der Ploeg: Dat de overheid middelen voorschrijft, is onvermijdelijk gezien de recente geschiedenis: de landbouw heeft het doel - een gezond milieu - stelselmatig ontkend. Tegelijkertijd is dat middelenbeleid een grote sta-in-de-weg voor vernieuwing. Daarom moet de overheid vrijplaatsen creëren op basis van de milieudoeleinden. Het heersende productieregime, waarop de regelgeving is gebaseerd, bemoeilijkt die vernieuwing. Zo is de verdere ontwikkeling van de milieucoöperaties door topambtenaren in het ministerie op slot gegooid. Ze verdommen het om adequaat beleid te maken, ondanks de steun voor dit soort initiatieven van de minister en de Tweede Kamer.

Brussaard: Ambtenaren mogen arrogant zijn, maar dat geldt ook voor de wetenschappers. Er is ook zending in de eigen parochie nodig om doorbraken te forceren. Wat wij doen is vrij zeldzaam; Wageningen vervreemdt van de vragen van de boeren. Van Bruchem: Wageningen doet voortreffelijk onderzoek op een laag integratieniveau. Ze vertaalt die resultaten naar een hoger integratieniveau, maar dat kan niet. Zo krijg je alleen een optimalisatie van deeloplossingen.


Foto Guy Ackermans

Re:acties 1

  • marco roosendaal

    Is dit echte een artikel van 1970?

    Reageer
    • Nerd

      Dat (01-01-1970) is de begindatum van het Linuxsysteem, dus waarschijnlijk een foutje bij het invoeren van de datum.


Re:ageer