Wetenschap - 5 september 2012

Wageningers zijn verdeeld over Dijkhuizens pleidooi

Acht inhoudelijke Wageningse reacties op het betoog van Aalt Dijkhuizen in Trouw. Waarop Dijkhuizen vervolgens weer reageert.

Dijkhuizen-nos.jpg
Edith Lammerts van Bueren, bijzonder hoogleraar Biologische Plantenveredeling:
‘Ik onderschrijf dat we straks negen miljard monden moeten voeden en dat het een enorme opgave is om aan die groei te voldoen. En ja, daarvoor moet de landbouw productiever worden. Maar dat betekent niet dat Nederland de veeteelt moet intensiveren in megastallen en dat we voedsel moeten exporteren naar China. Dat is geen duurzame oplossing, het is beter om het daar te produceren waar het geconsumeerd wordt. Wat veel meer helpt is dat we boeren in ontwikkelingslanden, die nu een halve ton tarwe per hectare realiseren, ondersteunen om daar drie of vier ton van te maken, met lokale resources en verbeterde rassen. Er is nog veel ruimte voor verbetering van de productiviteit, bijvoorbeeld door de bodems te verbeteren met organisch materiaal. Dijkhuizen kiest voor de blauwdruk van intensief en kijkt selectief naar de milieuwinst van dat model. Jammer.'
Hans van Trijp, hoogleraar Marktkunde:
‘In grote lijnen ben ik het met Dijkhuizen eens. Als je twee miljard mensen meer wilt voeden, moet je ofwel de vraag per inwoner verminderen ofwel het aanbod vergroten. Je kunt de vraag beïnvloeden door vleesvervangers te promoten. Moet je zeker doen, maar is lastig hoor. En bij het vergroten van het aanbod stuit je op de beperkte hoeveelheid land en milieu- en welzijnseisen. Je wilt dus veel voedsel per hectare met weinig milieu-impact.
Ik merk dat mensen bij de intensieve landbouw gelijk in contrast schieten, zo van: intensief is slecht en lelijk, of juist goed. Zolang je die tegenstelling tussen intensief en duurzaam gebruikt, zit je op een doodlopende weg. We moeten juist een nieuwe balans vinden voor een duurzame hoogproductieve landbouw. We kunnen niet de hele wereld voeden, maar wel een deel en je wilt je landbouwexport niet opgeven. En je kunt je kennis exporteren, in andere delen van de wereld is veel winst te halen met een intensieve landbouwproductie. ‘
David Kleijn, onderzoeker Alterra:
‘Ik heb Aalt op het NOS Journaal gezien en zat me toen behoorlijk op te vreten. Hij heeft namelijk een heel eendimensionale benadering van een complex probleem. Kijk, ik onderschrijf zijn pleidooi dat de intensieve landbouw op andere plekken beter kan, zoals grote delen van Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Daar hebben boeren nog veel last van ziektes, plagen en onkruiden. Maar in Nederland zitten we aan de top van wat mogelijk is, we springen er wereldwijd echt uit. De landbouw hier is uiterst efficiënt, maar dat gaat ten koste van de biodiversiteit. Je moet in Noordwest-Europa niet domweg meer pesticiden en kunstmest op het land gooien, maar zoeken naar slimme oplossingen.'
‘Ik zal twee voorbeelden noemen. Als je het gehalte organische stof in de bodem met slechts een paar procent verhoogt, hoef je per hectare 50 kilo minder stikstof aan kunstmest op te brengen. En als je naast een veld blauwe bessen stroken met bloemen aanlegt, krijg je meer bestuivers en een fors hogere opbrengst. Dit soort slimme oplossingen zijn de toekomst voor de Nederlandse landbouw. Dat hoor ik zelfs de agrochemische industrie zeggen. Opmerkelijk, want deze industrie verdient juist aan kunstmest.'
Thomas Slinkert, tweedejaars Agrotechnologie, woont in vegetarisch studentenhuis Witte Wilma:
‘Ik heb alle standpunten bekeken en probeer te bepalen wat ik er zelf van vind. Dijkhuizen heeft gelijk als hij zegt dat de intensieve landbouw minder land en grondstoffen verbruikt. Maar duurzaamheid is meer, het behelst bijvoorbeeld ook dierenwelzijn en biodiversiteit. Ik ben het met hem eens dat je op wereldniveau de landbouw moet intensiveren om de wereldbevolking te kunnen voeden. Maar als je het Nederlandse systeem als voorbeeld neemt, zou het goed zijn om ook regelgeving voor dierenwelzijn en biodiversiteit mee te nemen.'
Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar Rurale Sociologie:
‘Ik zie opnieuw dat hij een morele dwangbuis hanteert: of je bent het met me eens, of je bent verantwoordelijk voor honger in de wereld. Ik merk om me heen dat het bij veel mensen in het verkeerde keelgat schiet. Dit is vreselijk beneden de maat, dit hoort de voorzitter van het bestuur van een universiteit niet te doen.'
Stichting Boerengroep:
‘Jammer dat Aalt Dijkhuizen voorbijgaat aan de diversiteit aan meningen in Wageningen. De veelzijdigheid van de WUR vind je niet alleen in de essaybundel Zorgvuldige Veehouderij, maar ook in de vele creatieve oplossingen, lezingen en vakken waaraan door velen wordt gewerkt. We werken gezamenlijk aan de kritische vorming van studenten en het vinden van oplossingen voor de voedselcrisis; er is niet één waarheid of één oplossing. Ook de opening van het academisch jaar moet die boodschap uitdragen. Van ons mag het voortaan meer kritisch, divers en inspirerend.‘
Wijnand Sukkel, onderzoeker duurzame voedselsystemen bij PPO:
‘Ik vind de vergelijking van Aalt Dijkhuizen met Usain Bolt wel mooi. De huidige gangbare landbouw is inderdaad als Usain Bolt, een sprinter met een superprestatie op de korte afstand die na een paar honderd meter is uitgeput. Net als de gangbare landbouw: nu hoogproductief, maar over 50 jaar zijn mondiaal de bodems en de voorraden uitgeput. Ik kies liever voor een tienkamper met een groot duurvermogen.'
‘In een groot deel van de wereld kan de productie van biologisch voedsel wel degelijk hoger liggen dan met de huidige aanpak. We zien ook in een aantal experimenten in Nederland dat de productieverschillen tussen de gangbare en biologische aanpak kleiner worden. Dat komt vooral door een veel duurzamer beheer van de bodem. Biologische landbouw, of een moderne vorm daarvan, kan ook voorzien in de wereldvoedselbehoefte. Die focust ook op economie, voedselproductie en terugbrengen van de milieuvervuiling, maar let daarnaast op de duurzaamheid op lange termijn, eerlijke handel en gezondheid. Veel biologische principes, zoals bodembeheer, kunnen worden toegepast binnen de gangbare landbouw. En de biologische sector kan leren van de modernste technieken die gebruikt worden in de intensieve landbouw. Ik ben dus voor de dialoog.'
Martin van Ittersum, persoonlijk hoogleraar Plantaardige productiesystemen:
‘Intensivering van de productie is de belangrijkste voorwaarde om de komende jaren meer voedsel te produceren in de wereld. Maar dit moet je gelijk nuanceren per gebied. In Nederland moet de landbouw niet per se intensiever, maar vooral schoner en acceptabeler voor de maatschappij. In Afrika zijn bijvoorbeeld meer inputs als goed zaad en kunstmest nodig om de productie per hectare te verhogen. Daar moet de landbouw intensiever om meer mensen te kunnen voeden, daar kunnen we niet omheen. In die landen is sprake van enorme yield gaps - het verschil tussen de technisch mogelijke productie en de feitelijke productie. Daar valt nog veel te winnen dus. Beschikbaarheid van water en meststoffen - ook kunstmest - zijn daarbij de eerste vereisten, maar krijg het maar eens op die plekken. Dat vergt veel randvoorwaarden, zoals een goede economie en infrastructuur. Er is dus geen blauwdruk, je moet op maat gesneden oplossingen bedenken.'
‘Maar mondiaal gezien klopt de stelling: we moeten meer opbrengst per hectare realiseren. Dat betekent een intensieve landbouw, maar wat verstaan we daaronder? In Nederland roept de intensieve veehouderij negatieve associaties op, maar voor de intensieve akkerbouw en tuinbouw ligt dat genuanceerder. En intensieve landbouw scoort beter op een paar milieucriteria, maar niet op alle - die landbouw ken ik niet. Gangbare landbouw kan bijvoorbeeld relatief lage broeikasgasemissies hebben, maar meer pesticiden gebruiken en een lage biodiversiteit hebben binnen de landbouw. Biologische landbouw scoort beter op die laatste indicatoren, maar is weer minder efficiënt omdat het meer grond nodig heeft, wat ten koste van biodiversiteit elders kan gaan. Helaas, het is complex.'
Reactie Aalt Dijkhuizen:
Ik maak me zorgen hoe we straks al die mensen in de wereld te eten kunnen geven. Voedsel is niet alleen een eerste levensbehoefte, maar ook een uiting van welvaart (mensen met meer geld stappen over van plantaardige naar dierlijke eiwitten) en zelfs een bron van onrust (de opstand in Egypte ontstond na gestegen voedselprijzen). En wanneer je 75% van je inkomen uitgeeft aan eten, dan is voedsel voor jou een bron van zorg. Elke dag weer. Goed, beschikbaar en betaalbaar voedsel valt binnen het domein van Wageningen UR. Wij behoren tot een select gezelschap van organisaties in de wereld die hier wat van kan zeggen.
Hoogproductieve landbouw kent vele aspecten, bijvoorbeeld de mate van duurzaamheid die je realiseert terwijl je hoogproductief bent. Ik heb gemerkt dat in de reacties op het artikel in Trouw het desondanks vooral gaat om het gebrek aan pluriformiteit in mijn betoog. Dat is mijn betoog juist wel. Je kunt het wereldvoedselprobleem niet eenzijdig benaderen. Ik heb gemerkt dat de heersende opvatting dreigde om te slaan naar alleen extensieve landbouw. En dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling, zeker wanneer het betekent dat we ons huidige systeem van hoogproductieve landbouw niet meer willen steunen. Dat zou niet goed zijn voor de Nederlandse agro-food sector, niet goed voor Wageningen UR en ook niet goed voor Nederland. Wij hebben in ons land de afgelopen eeuw geleerd hoe we op een klein oppervlakte voedsel van goede kwaliteit kunnen produceren. De Nederlandse boeren zijn de beste boeren ter wereld. En dat komt door de kennis die ze in ons agrarisch onderwijssysteem hebben opgedaan. Die kennis vormt een exportproduct van heb ik jou daar. Daardoor zijn we ook in staat om de kennis van deze productietechnieken in andere landen over te brengen en voedselproductie en -afzet bij elkaar te houden. Het is dus een geweldige kans om op wereldschaal voedselproductie hierdoor te verduurzamen. Bovendien is uit ons eigen onderzoek gebleken dat hoogproductieve landbouw kansen biedt voor betere biodiversiteit. We doen dan echt meer, met minder. En dat is precies wat ik wil bepleiten.
Daar mag je het trouwens mee oneens zijn. Het past juist bij een academische organisatie als de onze dat we hierover in debat gaan met elkaar. Met de publicatie in Trouw heb ik beoogd het onderwerp opnieuw op de kaart te zetten en daardoor het debat te stimuleren.

Laat ik duidelijk zijn. We hoeven niet voor één systeem te kiezen. De uitdaging zit juist in een hybride aanpak waarbij elementen vanuit diverse systemen versterkend kunnen werken. Maar wel met als doel dat we in staat zijn om meer voedsel van goede kwaliteit tegen een betaalbare prijs te kunnen produceren. Dat is nu al een uitdaging (kijk naar de stijgende voedselprijzen) en zal dus een uitdaging blijven. Wij hebben in Nederland en Wageningen een geweldige kans om hier een bijdrage aan te leveren. En dat kan, vooral wanneer we dat samen met elkaar doen, vanuit allerlei invalshoeken. In een open verstandhouding met elkaar.
 
 

Re:ageer