Wetenschap - 1 februari 2007

Wageningers relativeren uitspraken FAO over veeteelt

De consumptie van vlees, melk en eieren draagt sterker bij aan het broeikaseffect dan de uitlaatgassen van auto’s en vliegtuigen. Die conclusie trekt de FAO uit een zeer uitvoerige studie. Veeteelt heeft ook grote gevolgen op de beschikbaarheid van water en biodiversiteit. Wageningse onderzoekers relativeerden de studie bij de presentatie van het rapport.

Dr. Henning Steinfeld van de FAO, de Voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, presenteerde vrijdag 26 januari in Wageningen de studie Livestock’s long shadow, naar de wereldwijde milieueffecten van veeteelt. Niet alleen zijn de gevolgen voor het klimaat groter dan die van de transportsector, ook vervuiling van water, landdegradatie en verlies van biodiversiteit kunnen voor een groot gedeelte op het conto van de veestapel geschreven worden.
De FAO bracht in het uitgebreide rapport alle veehouderij en haar toeleveranciers in de hele wereld in kaart. De organisatie komt tot de vergaande conclusies over de milieueffecten van de veeteelt doordat de hele productieketen van vlees in de analyse wordt betrokken. Zo produceert de sector negen procent van de door mensen veroorzaakte CO2-uitstoot, en die emissie is dan vooral gebaseerd op de ontbossing door uitbreiding van weidegronden en akkers om veevoer te verbouwen.
Vee produceert ook andere broeikasgassen: 37 procent van alle methaan wordt uitgestoten door vee, vooral door fermentatie in de maag van herkauwers. Van alle door de mens veroorzaakte lachgas komt 65 procent uit de mest van vee. Omdat lachgas en methaan sterker bijdragen aan het broeikaseffect dan kooldioxide is de uitstoot van deze gassen omgezet naar equivalenten CO2. Zo wordt duidelijk dat de veehouderij voor 18 procent bijdraagt aan de emissie van broeikasgassen, en dat is meer dan de transportsector. Tweederde komt uit de extensieve veehouderij, eenderde uit de intensieve veehouderij. Dat komt vooral omdat herkauwers meer methaan uitstoten, en die zijn veelal in extensieve systemen te vinden. Uit mest komt verder ammonia, dat niet aan het broeikaseffect bijdraagt maar wel zure regen veroorzaakt.
Bovenop deze zware conclusie is de FAO niet optimistisch over de oplossing van het probleem, vooral omdat de consumptie van vlees wereldwijd snel toeneemt. Kern van het probleem zit volgens de FAO in de te lage prijs van veevoer en land, waardoor daar te kwistig mee omgesprongen wordt.
De reacties van Wageningse onderzoekers op de presentatie waren minder zwartgallig. Universiteitshoogleraar prof. Rudy Rabbinge bevestigde de ijzeren wet dat mensen die meer gaan verdienen ook meer vlees gaan eten. En hij onderschreef de huidige gevolgen voor het milieu van de veehouderij. Maar door beter gebruik van technologie om emissie in stallen te voorkomen kan volgens Rabbinge de uitstoot van broeikasgas worden verminderd. Intensivering en concentratie van de veeteelt zag hij dan ook als oplossing.
Prof. Akke van der Zijpp, hoogleraar Dierlijke productiesystemen, benadrukte, overigens net als de FAO, dat vee voor veel arme boeren in de wereld van levensbelang is. Het levert armen niet alleen vlees of melk, maar ook tractie, mest en financiële of sociale zekerheid. Om de milieubelasting te verminderen zou de mensheid over moeten gaan op een andere soort vlees, zei Van der Zijpp. Want er zit veel verschil in conversie van veevoer bij verschillende diersoorten. Runderen produceren minder vlees met dezelfde hoeveelheid veevoer als varkens en pluimvee. Bovendien ademen runderen en andere herkauwers veel meer methaan uit, wat een belangrijk broeikasgas is.

Re:ageer