Wetenschap - 28 september 1995

Wageningers bouwen computermodel voor landgebruik Costa Rica

Wageningers bouwen computermodel voor landgebruik Costa Rica

Al bijna tien jaar lang doorkruisen Wageningers de Atlantische zone van Costa Rica. Minutieus brengen ze de neergang van het regenwoud in kaart en analyseren ze het landgebruik, waarna een eigenhandig ontwikkeld computermodel duurzame toekomstscenario's doorrekent. Het model is een handig instrument voor planners, maar de vraag is of het mogelijk is te plannen in het Costaricaanse decor van een landbouwcrisis, met een warrige rolbezetting van machtige bananenexporteurs, een kwijnend landbouwministerie en desperate landbezetters.


In de rommelige straten van Guapiles hangt een onrustige wild west-sfeer. Paarden ontbreken, maar ze hebben een moderne pendant in de grote trucks die met donderend geweld door de straten scheuren, richting Limon of San Jose. Dwars door het stadje lopen vervallen spoorrails, op sommige plaatsen weggehaald of bedekt met beton en verheven tot trottoir. Het toch al krakkemikkige spoorlijntje raakte na de aardbeving van 1991 voorgoed in onbruik. Inmiddels heeft het snelle wegtransport definitief het vervoer overgenomen. In Guapiles zetelt het Costaricaanse steunpunt van de Landbouwuniversiteit. Sinds 1986 verspijkert de LUW jaarlijks zo'n miljoen gulden aan onderzoek in de Atlantische zone.

Met de aanleg van de spoorlijn begon in 1884 de ontginning van het gebied. De spooraanleg was in handen van de Amerikaan Minor Keith, die tevens de rechten verkreeg van 333.333 hectare grond. Hij interesseerde Noord-Amerikaanse bedrijven voor de teelt van bananen, die prima groeien op de vruchtbare vulkaangrond. Al snel ontstonden de eerste plantages.

De ontwikkeling van het gebied trok avonturiers en kolonisten, die langs zelfgebaande paadjes het gebied in trokken. Ze hakten bomen om, verkochten het hout en eigenden zich de zo gecreeerde weilanden toe. Vervolgens verbouwden ze voedselgewassen of trokken ze verder naar de volgende lading boomstammen, op de voet gevolgd door veehouders en plantage-eigenaars die aasden op vlakke, goed gedraineerde gronden.

Dit goeddeels ongecontroleerde proces gaat nog steeds door, al doet de overheid verwoede pogingen het resterende bosareaal te beschermen met wettelijke maatregelen en via de instelling van nationale parken en reservaten.

Het snel wisselende landgebruik en de scherpe belangentegenstellingen maakten de Atlantische zone voor de LUW tot een interessante onderzoekslocatie. Het internationale onderzoeks- en onderwijsinstituut Catie was er al actief en wilde wel samenwerken. Het Costaricaanse landbouwministerie MAG had behoefte aan meer gedetailleerde informatie over het gebied en het ontwikkelingspotentieel. Dus tekenden de drie een overeenkomst. In 1986 was de geboorte van het tropensteunpunt een feit. Het MAG stelde zijn gebouwen op proefstation Los Diamantes in Guapiles beschikbaar. De LUW betaalde het onderhoud, de inventaris, drie onderzoekers en het lokale ondersteunende personeel. Geinteresseerde vakgroepen konden studenten sturen, de faciliteiten gebruiken en onderzoek doen met eigen fondsen. Wageningers, vooral van de vakgroep Bodemkunde, begonnen met enquetes, grondboringen, luchtfoto's en laptopcomputers een enorme stroom van gegevens te produceren.

Speeltuin

Op deze manier draaide het steunpunt jarenlang op volle toeren. Noodzakelijke disciplinaire verkenningen, riepen voorstanders. Nee, nee, oordeelde een toenemend aantal critici binnen de LUW. Mooi dat het steunpunt veel studenten herbergt, maar het is een speeltuin voor wetenschappers. De onderzoekers opereerden zonder binding met elkaar, het Catie of het MAG. En Costaricaanse boeren werden er nauwelijks beter van, vonden de critici.

In 1990 viel het besluit dat de basis van het steunpunt een goedgekeurd multi-disciplinair voorwaardelijk gefinancierd onderzoeksvoorstel moest zijn van de betrokken vakgroepen. Uitvoering van zo'n voorstel zou de kerntaak van het steunpunt moeten zijn. Uiteindelijk ging de universiteitsraad akkoord met dit voorstel, waarin het steunpunt zich explicieter zou richten op de ontwikkeling van een computermodel voor het analyseren en bepalen van duurzaam landgebruik.

Nederland heeft onderzoeksgroepen als het Centraal Plan Bureau, die met enorme economische modellen werken. Zoiets kent Costa Rica niet. Ons model Usted kan die leegte niet opvullen, maar wel bijvoorbeeld de mogelijke gevolgen van een hogere kunstmestprijs aangeven", zegt Ph.D. Hans Jansen, onderzoeksleider van het Wageningse steunpunt.

Usted staat voor Uso sostenible de tierras en el desarrollo, duurzaam gebruik van land in het ontwikkelingsproces. Van dat computermodel maakt het steunpunt nu serieus werk, vertelt ir Jetse Stoorvogel op zijn werkkamer in Guapiles. De steunpuntmedewerker was de afgelopen jaren druk met het digitaliseren en geschikt maken van informatie voor het Geografische Informatie Systeem van Usted. Het computermodel berekent bijvoorbeeld de vermoedelijke effecten van economische beslissingen op het gebruik van land, biociden en kunstmest, koppelt vervolgens bodemtypes en vormen van landgebruik en geeft ze weer in fraaie kaartjes.

Dit lukt alleen als de informatie voldoet aan bepaalde eisen. Zo is een exacte plaatsbepaling vereist. Daar mankeerde het voorheen nogal eens aan, meldt Stoorvogel. Oude gegevens waren daardoor waardeloos of behoefden aanpassing.

Groene muren

Het model omvat zeven vormen van landgebruik: cassave, mais, ananas, palmhart, bakbanaan, weidegrond met vee en boomaanplant. Deze zijn ondergebracht in zogenaamde LUST's, beschrijvingen van landgebruik met gedetailleerde informatie over combinaties van bodems, landbouwinputs en corresponderende opbrengsten. De LUST's beschrijven actuele en potentiele teelten; andere uitgangspunten zorgen voor een andere potentiele opbrengst. Deze relaties zijn ontleend aan groeisimulatie-modellen, literatuuronderzoek, gesprekken met experts en veldproefjes.

Het model telt al zo'n 130 LUST's en het aantal groeit nog steeds. Onder meer de bananenteelt ontbreekt nog. Opmerkelijk, want rijdend door de zone waant de reiziger zich soms ingeklemd tussen groene muren van schier oneindige plantages. De bananenteelt is echter goed bekend en kan zo worden toegevoegd, verzekeren de modellenbouwers. De veehouderij vraagt meer zorg. Door gebrek aan onderzoeksresultaten kent deze belangrijke vorm van grondgebruik slechts enkele LUST's. En dat terwijl de weiden varieren van welhaast verwilderde bossen tot kaarsrechte gladde gazons.

De LUST's zijn tevens de sleutel voor de analyse van duurzaam landgebruik. Ze bevatten gebruikte hoeveelheden stikstof, fosfaat, kalium en biociden, zodat de computer kan berekenen welke landgebruiksvormen leiden tot nutrientenverlies en uitstoot van bestrijdingsmiddelen in het milieu. Stoorvogel erkent dat dit een eenzijdige technische vertaling is van duurzaamheid. Maar nu zijn tenminste twee aspecten goed gekwantificeerd, stelt hij. Een lange lijst criteria leidt slechts tot algemene conclusies.

Naast LUST's op gewasniveau omvat Usted ook andere niveaus. Zo worden bedrijfstypen onderscheiden op basis van bodemtype en bedrijfsgrootte. Usted put daarnaast uit een aparte dataset met prijzen voor produkten, kapitaal en arbeid, giftigheid van stoffen, typen kunstmest en dergelijke.

Het speciaal geschreven computerprogramma Modus rekent al deze gegevens door. Modus bepaalt welk landgebruik het grootste inkomen zal genereren in een regio. De resultaten worden weergegeven in mooie kaartjes. De eerste versie van Usted gaf een beeld van de Neguev-nederzetting van 4.675 hectare. Inmiddels is de weergave opgekrikt tot het niveau van het kanton Guacimo a 58 duizend hectare; de volgende upscaling betreft het noordelijke deel van de Atlantische zone, zo'n 530 duizend hectare.

Vergelijking van Usted-scenario's voor de Neguev en Guacimo leert dat in beide gebieden de palmito-teelt het lucratiefst is. Van deze jonge uitlopers van de Pejibayepalm wordt het palmhart gebruikt, het binnenste deel van de stam. Gekookt en op zuur gezet is het een gewild produkt in Franse en Amerikaanse keukens. Als de prijs voor palmito 25 procent daalt, kan de Neguev volgens het Usted-scenario blijven grossieren in palmito, terwijl Guacimo er beter aan doet grotendeels over te schakelen op mais, cassave en bomen. Steunpuntmedewerker ir Donatus Jansen schrijft dit verschil toe aan de betere bodems in Guacimo. Hierdoor hebben boeren meer alternatieven. Dit lijkt een open deur, erkent de agronoom, maar een andere teelt moet wel passen bij de hoeveelheid beschikbare arbeid; juist dat wordt doorgerekend met de LUST's.

Usted is een wetenschappelijk novum, menen de makers. Nimmer waren zoveel niveau's en disciplines zo gedetailleerd verenigd in een model.

Proefveldjes

Ph.D.-onderzoeker Sergio Abarca van het landbouwministerie is goed bekend met het harde dagelijkse leven van de boeren wier bedrijf in de data van Usted is vervat. Hij schetst een somber scenario. Kleine boeren hebben nauwelijks perspectieven. Als ze meer willen dan alleen overleven, kunnen ze beter hun bedrijf verkopen en het geld op de bank zetten of overstappen op de illegale hout- of cocainehandel." Abarca wandelt langs zijn proefveldjes op Los Diamantes, waar hij experimenteert met grassoorten, bodembedekkers en hagen, in een zoektocht naar een intensiever beweidingssysteem.

Vijf jaar geleden was Abarca MAG-directeur voor de Atlantische zone. Hij verhaalt hoe boeren forse klappen opliepen toen de overheid subsidies op de mais afkapte. Het areaal liep abrupt terug van achttienduizend naar vijfhonderd hectare.

Het gepropageerde alternatief, tropische gewassen voor de exportmarkt, was voor velen onbereikbaar. Het ontbrak aan voldoende kapitaal, kennis en technische ondersteuning. De buikriem moest nog strakker toen de internationale veeprijzen daalden en de prijzen voor de inputs jaarlijks vijftien tot twintig procent stegen. Dat komt hard aan in een gebied dat veel vlees exporteert, weet Abarca. De gevolgen zijn overal te zien aan de overvloedige bordjes Te koop. De vraagprijzen lopen soms hoog op door speculaties over de aanleg van een weg of waterleiding, of de komst van een bananenplantage.

Abarca heeft grote twijfels bij palmito als alternatief voor de maisteelt. Voor je kunt oogsten, moet je pootgoed en arbeid financieren. Door krapte op de geldmarkt bedraagt de rente op kredieten bijna veertig procent. Het is de vraag welke boer zo'n rendement kan realiseren.

Projectcoordinator Hans Jansen erkent dat de behoefte aan kapitaal nog onvoldoende in Usted is verwerkt. Bovendien streeft Usted naar een maximaal inkomen, terwijl veel boeren voedselzekerheid prefereren en risicovolle investeringen mijden. Om het realiteitsgehalte van Usted te verhogen, is toevoeging van selfsufficiency als doelstelling vereist. Een lastige opgave, maar de beschikbare literatuur geeft voldoende aanknopingspunten, meent econoom Jansen.

Besognes

Binnenkort kan de projectcoordinator ook putten uit het proefschrift van Rodrigo Alfaro. Deze medewerker van het landbouwministerie onderzocht voor de vakgroep Rurale ontwikkelingssociologie boerengezinnen in de nederzetting Agrimaga. De overheid had deze boeren grond toegewezen. Alfaro bemerkte dat menig gezin niet rondkomt van de oogst. Noodgedwongen werken gezinsleden op bananenplantages. Ik vind het niet juist dat de staat vijftienduizend mensen grond toewijst maar ze niet in staat stelt daar voldoende inkomen uit te halen, zodat ze gedwongen zijn als arbeider bij te verdienen. Kleine boeren staan op het punt te verdwijnen." Concrete actie is absoluut noodzakelijk, stelt Alfaro, maar het steunpunt geeft prioriteit aan zijn wetenschappelijke doel. Wel heeft het steunpunt enkele jaren terug aangedrongen op een praktische toepassing van de onderzoeksgegevens in een door Nederland te financieren ontwikkelingsproject. Ook Alfaro heeft hier stevig aan getrokken. Het voorstel waa
rt echter rond in de ondoorgrondelijke bureaucratische molens van Costa Rica.

De modellenbouwers hebben intussen hun eigen besognes. De schaalvergroting van het model noopt tot introductie van prijselasticiteiten. Hoe reageren consumenten en producenten op veranderende prijzen? Een complicerende factor is de ondoorzichtige afzetstructuur: de prijzen verschillen per gebied, per boer, per gewas, per handelaar en per periode. De modellenbouwers brengen het complex terug tot een kilometer/prijs-ratio waarbij de kwaliteit van de wegen meeweegt. Een boer die verder verwijderd is van het verkooppunt, krijgt een lagere prijs.

Is dat niet een al te grove versimpeling van de werkelijkheid? Agronoom Donatus Jansen van het steunpunt vindt van niet. Er zijn modellen, zoals van de Wereldbank, met veel grovere aannames. Elke stap naar een meer realistische weergave is mooi meegenomen", stelt hij. Je moet het doel terugbrengen tot zaken die je kunt behappen. Daarbij verlies je details uit het oog, maar je wint aan overzicht. Wij zetten die aannames tenminste expliciet op papier. De meeste planners doen dat niet, terwijl die net zo goed een model in hun hoofd hebben."

Handleiding

De projectmedewerkers brengen hun tijd vooral door achter de computer, zeker nu de tijd gaat dringen. In 1998 stopt de financiering. Voor die tijd moeten ze het model perfectioneren en voorzien van een overzichtelijke Spaanstalige handleiding, zodat een ander instituut het model kan overnemen, onderhouden en gebruiken. Het internationale onderzoeks- en onderwijsinstituut Catie lijkt een logische opvolger, maar hier wreekt zich het verleden. Het steunpunt had geen geld voor een vaste Catie-counterpart, kon niet aan alle onderwijsvragen voldoen en had geen concreet produkt in de aanbieding. Het Catie ontpopte zich bovendien als een verzameling van losse, onzekere projecten. Er was wel een overeenkomst, maar geen samenwerking", luidt Stoorvogels krachtige samenvatting.

De samenwerking met het landbouwministerie komt evenmin goed uit de verf, vindt coordinator Hans Jansen. De ontwikkeling van Usted blijft een Wageningse aangelegenheid. De inbreng van het MAG is voornamelijk beperkt tot het beschikbaar stellen van gebouwen en enkele Ph.D.-onderzoekers. Zelfs deze inbreng staat nu op losse schroeven door stevige bezuinigingen binnen het MAG. Het ministerie loopt leeg, raakt gepolitiseerd en verliest aan slagkracht. Dus het MAG lijkt niet de benodigde betrouwbare, nauwgezette toekomstige beheerder van Usted. Wie dan wel? Misschien het ministerie van Planning; dat moet duidelijker worden in toekomstige workshops en presentaties. Steunpuntmedewerker Stoorvogel besteedt inmiddels tien procent van zijn tijd aan publiciteit voor Usted en bespeurt in elk geval een groeiende belangstelling.

Zelf bepleit Stoorvogel het gebruik van Usted door scenario-groepen, bestaande uit onder meer wetenschappers, politici en boerenorganisaties. Zij moeten Usted-scenario's draaien en doorspreken. Juist vanwege alle aannames is interpretatie en relativering van de resultaten door experts noodzakelijk. Woordvoerder Ilse Acosta van Upagra, de bond van kleine boeren, reageert positief. De crisis dwingt tot samenwerking; we moeten alle initiatieven aangrijpen."

Landbezetting

Een vraag blijft knagen. Valt er in de Atlantische zone eigenlijk wel te plannen? De grondverkoop bijvoorbeeld verloopt uiterst ondoorzichtig, mede door speculatie, gebrek aan officiele eigendomsrechten en een slecht functionerend kadaster.

Voormalig MAG-directeur Sergio Abarca tempert al te grote verwachtingen. Het zijn bananenmaatschappijen als Dole en Chiquita die in de zone de dienst uitmaken, vindt hij. Dat bleek toen een oplettende MAG-medewerker het lossen van een schip met bestrijdingsmiddelen, bestemd voor de bananenteelt, verbood wegens gebrekkige etikettering. 's Avonds laat belde de president van Costa Rica op: Abarca moest maar snel de medewerker ontslaan en alsnog toestemming geven. De zaak werd weliswaar gesust, maar het voorval illustreert de machtige oncontroleerbare hand achter de schermen.

Een dag na het bezoek aan zijn proefveldjes wordt Abarca slachtoffer van de onvoorspelbaar gebeurtenissen die de Atlantische zone kenmerken. Het verwaarloosde MAG-terrein is ten prooi gevallen aan een heuse landbezetting. De runderen, die de vereiste graasdruk moeten simuleren, hangen aan het spit. De proefveldjes zijn niet langer toegankelijk en het onderzoek is ontwricht.

Agronoom Donatus Jansen onderkent het roerige karakter van de zone, maar hij verwijst nadrukkelijk naar de toekomst. Als het gebied tot rust komt en de boeren meer samenwerken, zal Usted zijn waarde bewijzen, voorspelt hij.

Tot die tijd lijkt de waarde van Usted vooral gelegen in de knappe wetenschappelijke exercitie. Usted is tegen wil en dank een geisoleerde creatie. Weliswaar geinspireerd door relevante plaatselijke problemen, maar vooral gestuurd door wetenschappelijke aspiraties van Wageningse vakgroepen die moeten voldoen aan de criteria van de universiteitsraad.

Inmiddels wordt in het westen van Costa Rica, in Guanacaste, gewerkt aan een onderzoekmethodiek voor een Usted-variant die sneller betrouwbare gegevens moet opleveren. Coordinator Hans Jansen heeft er alle vertrouwen in. Het succes hangt af van de skills van de modellenbouwers; qua onderzoek staan we ijzersterk."

Re:ageer