Wetenschap - 23 mei 2002

Wageningers adviseren naoorlogs Bosnië-Herzegovina

Wageningers adviseren naoorlogs Bosnië-Herzegovina

Een Wageningse delegatie heeft na een bezoek aan Bosni?-Herzegovina geadviseerd over actie om de landbouw in het door oorlog verscheurde land snel op gang te brengen. Radio en televisie moeten teruggekeerde vluchtelingen aanzetten boer te worden.

De helft van de Bosnische bevolking is gevlucht. Deze displaced persons moeten zo snel mogelijk terugkeren naar het gebied waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Dat vindt de OHR, de feitelijke regering van het land, waarin VN, de Verenigde Staten en West-Europese regeringen de dienst uitmaken. Maar dat is niet eenvoudig, want in het thuisgebied van de vluchtelingen wonen in veel gevallen alweer andere mensen van andere etnische groepen. En de haat tussen Servi?rs, Kroaten en Moslims is nog lang niet altijd uit de lucht.

Prof. Wim Heijman, dr Henk Moll en dr Arjen Wals zijn onder de indruk van de schade die de oorlog het land toebracht. Ze toerden op verzoek van de OHR half april een week door Bosni?-Herzegovina. In een strak programma bezochten ze bedrijven, instellingen en boeren, en ook de twee landbouwministers van het land.

De landbouw is voornamelijk kleinschalig met boeren met gemiddeld drie hectare land. Veel landbouwgrond wordt niet gebruikt vanwege eigendomskwesties. Bosni? moet voedsel importeren, want zelf produceert het maar de helft van de vraag. Tegelijkertijd is de werkloosheid hoog. Conclusie van de Wageningse onderzoekers is dat vooral de teelt van intensieve producten als groenten, fruit en bloemen de op drift geslagen plattelandsbevolking aan werk kan helpen.

Probleem is dat boeren niet georganiseerd zijn, juist doordat velen een vluchtverleden achter de rug hebben, of doordat de samenwerking met andere etnische groepen niet goed gaat. Ten tijde van communist Tito waren boeren verenigd in co?peraties. Die zijn nu vervallen en hebben een slecht imago. Heijman: "Bosni? is niet alleen kapot door de oorlog, maar ook door het communisme." De onderzoekers hebben daarom voorgesteld de landbouwproductie op korte termijn te stimuleren via contractteelt. Daarbij bieden voedselverwerkende fabrieken, die in Bosni? nog redelijk intact zijn, een pakket aan boeren aan, met de afspraak dat ze leveren aan het bedrijf. In dat pakket zitten niet alleen kunstmest en zaden, maar ook landbouwvoorlichting, krediet en hulp bij de organisatie. Want alleen boeren die samenwerken halen een redelijke productie en kunnen door fabrieken bereikt worden. Vooral Wals ziet mogelijkheden voor Europese nichemarkten, bijvoorbeeld in het wild verzamelde paddestoelen.

Om de plattelandsbevolking en in het bijzonder displaced persons te werven voor dergelijke contracten, kan de OHR de lokale radio en televisie inzetten. Speciaal op hen gerichte programma's moeten informatie geven. Mensen die de landbouw wel zien zitten, kunnen dan bellen naar een helpdesk voor meer informatie. Maar daarnaast moet er volgens de onderzoekers ook een nieuw te vormen kennisinfrastructuur komen.

Moll denkt dat samenwerking tussen boeren ook de onderlinge rivaliteit kan bestrijden. "Door een functionele samenwerking zijn mensen bereid over verschillen heen te stappen." De onderzoekers denken dat de regie van landbouwprogramma's bij de OHR in goede handen is. Maar over een paar jaar vertrekt de tijdelijke OHR. "Als dan de economie niet opgeleefd is en mensen niet bij elkaar gekomen zijn, krijgt nationalisme weer een kans", vreest Heijman. | J.T.

Re:ageer