Organisatie - 6 september 2007

Wageningen wilde de Aula niet

Forum, het nieuwe vlaggenschip van Wageningen UR, is deze week feestelijk geopend. Bijna een jaar later dan gepland. Maar dat is niets vergeleken bij de vertraging die de bouw van de Aula begin vorige eeuw opliep. Over dit geschenk van oud-studenten werd bijna tien jaar gebakkeleid.

Het oorspronkelijke ontwerp voor de Aula. De gemeente Wageningen vond het ‘niet representatief’. / illustratie uit <em>Het Schip van Blaauw – Bouwen voor de Landbouwuniversiteit Wageningen</em>, Tijs Tummers, 1990
Het oorspronkelijke ontwerp voor de Aula. De gemeente Wageningen vond het ‘niet representatief’. / illustratie uit Het Schip van Blaauw – Bouwen voor de Landbouwuniversiteit Wageningen, Tijs Tummers, 1990

Foto: .

De Aula – ooit gelegen aan de Rijksstraatweg, nu de Generaal Foulkesweg - is bedoeld als ‘monument van dankbaarheid der oud-studenten’. Als in 1926 het landbouwonderwijs 50 jaar bestaat wordt een herdenkingscomité in het leven geroepen, met Prins Hendrik als erevoorzitter en oud-landbouwminister Posthuma als echte voorzitter. De laatste roept ‘allen die hun welvaart aan het landbouwonderwijs te danken hebben’ op om bij te dragen aan een duurzaam monument: een aula. Die ontbreekt nog in Wageningen.
Al op 15 september 1926 heeft het comité - mede dankzij ruimhartige toezeggingen van enkele Indische cultuurmaatschappijen - zoveel geld binnen dat de nog te bouwen Aula formeel wordt aangeboden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw. Als locatie kiest het comité voor een perceel tussen hotel De Wereld en studentensociëteit Ceres.
Het is vooral deze keuze die al snel voor problemen zorgt. Zo laat de administrateur van de Landbouwhogeschool (LH) eind 1926 weten ‘dat de aangewezen plaats voor een Aula toch te midden van andere hogeschoolgebouwen is’. Het Arboretum (De Dreijen) of Duivendaal hebben zijn voorkeur. De schenkers zetten echter door en kopen het omstreden perceel in 1927.
Voor het ontwerp schrijft het comité in 1928 een prijsvraag uit, met een hoofdprijs van duizend gulden en een fors eisenpakket. Zo moet het voorterrein ruimte bieden aan het beeld De Zaaier en mag de bouw maximaal 55 duizend gulden kosten. Winnaar wordt de Haarlemse bouwkundige H.T. Zwiers. De jury is te spreken over zijn oplossing voor een ‘zeer fraai en goed omlijst’ voorterrein met een pergola als ingang. ‘Dit ontwerp leent zich bij uitstek voor een eenvoudige uitvoering’, aldus de jury.
De geschiedenis leert echter dat ze met die woorden de plank flink misslaan. Burgermeester en wethouders van Wageningen wijzen de aanvraag voor een bouwvergunning in de zomer van 1929 resoluut af. Ze vinden dat het ontwerp niet representatief is, te ver naar achteren springt en ‘alle organische samenhang met het uitbreidingsplan der gemeente volkomen mist’. Ook de senaat van de LH vindt de locatie en het gebouw ongeschikt.
Het Aulafonds verbreekt het contact en twee jaar gebeurt er niets. Dan zoekt het comité eind 1931 de media op en verschijnt in het Handelsblad een artikel onder de veelzeggende titel ‘Wel geld, maar geen Aula’. Het ingezamelde bedrag heeft inmiddels de 110.000 gulden overschreden en voorzichtig wordt gesuggereerd dat het geld een andere bestemming moet krijgen. Tegelijkertijd vraagt het Aulafonds Zwiers om een aangepast ontwerp dat tegemoet komt aan de bezwaren van B&W. Door de zaal boven de andere ruimten te projecteren wordt het terrein minder volgebouwd en krijgt het gebouw een ‘rijziger’ en ‘monumentaler’ karakter.
Dankzij dit compromis komt er weer schot in de zaak. In 1933 begint de bouw en op 5 april 1935 volgt de officiële opening, ook dan in aanwezigheid van Hare Majesteit de Koningin. Opmerkelijk is dat de frustraties van het Aulafonds fijntjes in het openingsprogramma zijn verwerkt. Zo wordt de toespraak van Posthuma over de totstandkoming begeleid door het Oudejaarslied van Rhijnvis Feith (‘Uren, dagen, maanden, jaren/ vliegen als een schaduw heen’). En op de achterkant van de menukaart van het afsluitende feestmaal staat een plaatje van een geblinddoekte vrouw die het gebit van een paard keurt. Het bijschrift luidt: Een gegeven paard…

Re:ageer