Wetenschap - 1 januari 1970

Wageningen verklaart allergenen de oorlog

Stel je voor: we verlossen miljoenen mensen van hun hooikoorts doordat we de grassoorten die de aandoening veroorzaken vervangen door een hypoallergene gentechvariant. De dag waarop dat misschien gebeurt is niet ver meer verwijderd. Dat werd duidelijk op het symposium waarop het Wageningse allergieconsortium officieel van start ging.

,,Australische onderzoekers hebben nu twee soorten raaigras ontwikkeld die geen hooikoorts meer veroorzaken’’, zegt prof. Huub Savelkoul, trekker van het Allergie Consortium Wageningen. ,,Met gentechnologie hebben de Australiërs het gen uitgeschakeld dat het eiwit laat aanmaken waarvoor hooikoortspatiënten allergisch zijn.’’ De grassen hebben het eiwit kennelijk niet per se nodig, want in proeven bleken de hypoallergene gewassen net zo goed te groeien als niet-gemodificeerde grassen. ,,De Australiërs werken nu aan klinische tests om te zien of de nieuwe grassen werkelijk geen reacties oproepen. Als die klaar zijn weten we meer.’’
Het Wageningse allergieconsortium, dat gefinancierd wordt door het bestuur van de vijf kenniseenheden en het bestuur van Wageningen UR, is vooralsnog niet van plan de planeet te ontdoen van allergene plantensoorten. De onderzoekers werken wel aan soortgelijke projecten als hun Australische collega’s. ,,Plant Research International heeft hypoallergene appels ontwikkeld’’, zegt Savelkoul. ,,Zowel met gentechnologie als zonder, door veredeling. Onderzoekers hebben ontdekt dat veredelaars in de loop van de jaren appels zijn gaan maken met steeds hogere concentraties allergenen. Dat was onbedoeld. De consument wil grote, ronde, gave en glimmende appels, en die blijken achteraf ook meer allergene eiwitten te bevatten dan de kleine wormstekige sterappeltjes van vroeger.’’
De vraag naar voedingsmiddelen die geen allergische reacties oproepen groeit snel. ,,Eén op de vier kinderen heeft inmiddels een allergie’’, zegt Savelkoul. ,,Daar is niet echt één duidelijke reden voor aan te wijzen. We weten wel dat blootstelling aan allergene stoffen bij zeer jonge kinderen op latere leeftijd voedselallergie veroorzaakt.’’ De klimaatverandering draagt daar waarschijnlijk aan bij. Vroeger was jaarlijks de concentratie berkenpollen drie maanden lang hoog genoeg om allergische reacties op te lopen. Omdat berken nu langer bloeien is dat vier maanden. ,,Word je als kind allergisch voor berken, dan ontwikkel je vaak later een allergie voor appels, wortels of andere voedingsmiddelen’’, zegt Savelkoul. ,,Daarom kijken we in het centrum niet alleen naar voeding, maar ook naar omgevingsfactoren.’’

Huisstofmijt
De bijdrage van de maatschappijwetenschappers in het consortium richt zich op het ontwikkelen van voorlichtingsstrategieën. Gerichte voorlichting kan allergie voorkomen, stelt Savelkoul. ,,Je wordt allergisch door een combinatie van genetische gevoeligheid en plotselinge blootstelling aan hoge concentraties allergene stoffen. Vermijd je die extreme blootstelling, dan blijft de allergie uit. In huishoudens komt blootstelling aan bijvoorbeeld de huisstofmijt veel voor. Als je bijvoorbeeld een hoofdkussen vier jaar lang gebruikt, dan bestaat de helft van het gewicht van dat kussen uit huisstofmijt. Maar als je je slaapkamer dagelijks een uur lucht, dan schakel je veel huismijten uit. Huismijten kunnen slecht tegen tocht. Als je zulke dingen weet, kun je voorkomen dat je kinderen allergisch worden voor de huisstofmijt.’’
Een lijn die het Allergie Consortium Wageningen niet zal overschrijden, benadrukt Savelkoul, is die van het Wageningse expertiseveld. ,,We gaan geen medische tests maken. Dan komen we ergens waar we niet horen. Doordat we ons op de Wageningse disciplines concentreren zijn we ook een interessanter partner voor de industrie.’’ Details over samenwerking kan Savelkoul nog niet geven, maar hij wil wel kwijt dat de voedingsindustrie interesse heeft. Die dreigt in een spagaat te komen, omdat er aan de ene kant steeds meer exotische producten op de markt komen terwijl aan de andere kant steeds meer mensen allergieën hebben.

Ondanks het toegepaste karakter wil het consortium ook fundamenteel onderzoek doen naar het ontstaan van allergie. ,,We wisten al dat mensen met een allergie een verkeerde balans in hun immuunsysteem hebben’’, zegt Savelkoul. ,,Het probleem zit in een klasse immuuncellen, de T-helpercellen. Daarvan heb je twee soorten, de T-helper-1 en de T-helper-2-cellen, die met elkaar in evenwicht moeten zijn. Allergiepatiënten hebben verhoudingsgewijs te veel T-helper-2-cellen. Bij ziekten als artritis, de ziekte van Crohn en diabetes-1 zie je het tegenovergestelde. Die patiënten hebben juist te veel T-helper-1-cellen. Dat is interessant, want de toename van het aantal mensen met een allergie is gelijk opgegaan met de toename van het aantal mensen met artritis en diabetes-1.’’
De sleutel van het probleem is misschien een recent ontdekt type immuuncel: de T-regulator. Die cel waakt over de balans van het immuunsysteem. Door dat celtype te bestuderen kunnen de fundamentele onderzoekers van het consortium misschien meer begrijpen over het ontstaan van allergie.
Het zijn grootse plannen. Maar het consortium is dan ook de grootste speler op het Nederlandse allergiegebied. ,,We hebben vijf aio’s, die in december allemaal van start zijn gegaan’’, zegt Savelkoul. ,,We kunnen dus ook echt nieuwe kennis gaan ontwikkelen. We hebben hier in Wageningen een schat aan kennis en expertise, en bovendien goede connecties. We hebben ons in de persoon van dr Harry Wichers van Agrotechnology & Food Innovations aangesloten bij een Brits initiatief, en dat is door Brussel erkend als een integrated project. Onze vooruitzichten zijn prima.’’ | W.K.

Re:ageer