Wetenschap - 14 maart 2002

Wageningen krijgt allergieconsortium

Wageningen krijgt allergieconsortium

Wageningse groepen leggen de laatste hand aan het consortium Allergy Matters. Daarin gaan onderzoekers methoden ontwikkelen die allergiesymptomen door stoffen in de voeding en uit de leefomgeving verminderen. De deelnemers werken nu aan het businessplan en overleggen met de overheid en bedrijven.

"Verleden jaar was er een bijeenkomst over allergie in Veneti?", zegt dr Harry Wichers van onderzoeksinstituut ATO. "En daar kwamen we onze collega's van Rikilt en Plant Research International tegen. Het was een vruchtbare ontmoeting, hoor. Maar we vonden wel dat er een effici?nter manier moest zijn om samen iets met allergie?n te doen." Die was er. Na een jaar van voorbereidingen is de offici?le oprichting van het consortium nog maar een formaliteit.

Voor mensen met een voedselallergie wil het consortium voedingsmiddelen met minder allergenen gaan ontwikkelen. "Dan kun je denken aan bewerkingen die de allergenen uit het product halen", zegt Wichers. "Of aan gewassen waarin geen allergenen meer zitten."

In de eerste gesprekken met kwekers heeft het consortium al gemerkt dat kwekers moeite hebben met zulke gewassen. Kwekers 'willen voedsel verbouwen voor consumenten, niet voor pati?nten'. Wichers kan zich die reactie wel indenken. "Je hebt veel soorten allergie?n, dus is de markt voor allergeenvrije producten versnipperd."

Dat hoeft geen bezwaar te zijn, verwacht het consortium. De totale markt voor allergeenvrije producten is waarschijnlijk vrij groot. Ongeveer vijf procent van de Nederlanders is allergisch voor voedingsmiddelen, zeggen artsen. Onderzoekers denken echter dat het percentage in werkelijkheid wel eens hoger zou kunnen liggen.

Het consortium is niet van plan om alle allergene stoffen uit onze voeding te verwijderen. Dat zou onverantwoord zijn, zegt Wichers. "Misschien hebben allergene stoffen wel een functie die we nu nog niet kennen. Volgens sommige theorie?n hebben we de huidige toename van het aantal mensen met een voedselallergie juist te danken aan het ontbreken van allergenen in onze voeding."

Het consortium wil ook onderzoeken of het de beplantingen rond bijvoorbeeld scholen of kinderdagverblijven kan aanpassen. "Bij het ontwikkelen van een allergie speelt ook vroegtijdige blootstelling aan allergenen een rol", zegt Wichers. "Dat moeten we nog verder onderzoeken. Maar door blootstelling, of juist het uitblijven van blootstelling, krijgen allergische aandoeningen meer kans om zich te ontwikkelen. Door soorten struiken en bomen rond scholen te weren, of ze juist w?l aan te planten, zou het aantal kinderen dat een allergie ontwikkelt kunnen afnemen."

Behalve ATO, Rikilt en Plant Research International doen ook de leerstoelgroep Celbiologie en Immunologie, het LEI en Alterra aan het consortium mee. | W.K.

Meer over het Wagenings allergeenonderzoek op bladzijde 7.

Re:ageer