Wetenschap - 17 januari 2013

‘Wageningen kan meer EU-geld binnenhalen’

Nederlandse kennisregio’s als Food Valley Wageningen kunnen veel meer Europese subsidies binnenhalen. Dat betoogt Europarlementariër Lambert van Nistelrooij deze week in het Algemeen Dagblad.

Lambert-van-nistelrooij-1307361962.jpg
De Europese instellingen praten nu over de besteding van ruim 300 miljard euro aan EU-subsidies voor de periode 2014-2020. Daartoe behoort ook een nieuw kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. Om extra geld binnen te halen, moeten de Nederlandse kennisregio's meer gaan samenwerken met sterke Europese partners en minder ontwikkelde regio's in Europa en hun kennis met hen delen, stelt Van Nistelrooij, Europees woordvoerder voor het CDA op het gebied van onderzoek en innovatie.
Hij ziet met name kansen voor de hightechcampus in Eindhoven en het agrofoodcluster rond Wageningen. Door slim te specialiseren, zoals met de topsectoren, kunnen Nederlandse kenniscentra een goede positie innemen bij de aanstaande Europese krachtenbundeling van hoogwaardige research and development, voorziet de Europarlementariër. Kenniscentra in Midden- en Oost-Europese landen, vaak nog in een achterstandspositie, kunnen straks met 1 tot 10 procent van hun budget kennis ‘inkopen' in West-Europa. ‘Geld dat voor Roemenië of Polen in de boeken staat, kan op die manier bij ons terechtkomen. Samen met topspelers uit andere Europese regio's moeten we het kunnen redden.' Later dit jaar moet Nederland in contracten met Brussel aangeven welke kennisregio's Nederland in gedachten heeft.
Ondertussen is er ook kritiek op de innovatieclusters die Nederland in de etalage zet als topsector. Het geselecteerde topsectoronderzoek beschermt de winnaars, zoals DSM en Philips, en geeft de uitdagers onvoldoende kans, zegt de Tilburgse econoom Sylvester Eijffinger tegen het Financieel Dagblad. Zijn Groningse collega Harry Garretsen vindt de topsectoren achterhaald in de gemondialiseerde economie. ‘Onderzoek en ontwikkeling gebeurt in het ene land, productie van onderdelen in een andere regio en assemblage weer op een andere plek.' Volgens hem onderscheiden landen zich in de taken die ze in de keten vervullen. ‘De vraag is of je moet kiezen voor het eindproduct, zoals het kabinet doet met de keuze voor sectoren.'

Re:ageer