Wetenschap - 28 maart 2013

‘Wageningen is een stabiele groeier’

Utrechts onderzoek: ‘Wageningen tweede biotechstad ter wereld’.
Meer nationale dan internationale samenwerking.

Wageningen is de op een na belangrijkste stad ter wereld voor de productie van nieuwe biotechnologische kennis. Dat stellen twee Utrechtse onderzoekers, die de publicaties in drie belangrijke biotechtijdschriften telden tussen 1986 en 2008. Daarmee stelden ze de concurrentiekracht van kennisregio’s vast.
‘Ik was wel verrast dat Wage­ningen zo’n dominante stad is op het gebied van biotechnologie’, zegt onderzoeker Gaston Heimeriks, een van de twee onderzoekers. Hij telde de publicaties in de tijdschriften Biotechnology and Bioengineering, Biotechnology Progress en Journal of Biotechnology. Van de Wageningse publicatie neemt de universiteit het grootste deel van de publicaties voor haar rekening, weet Heimeriks. Maar ook DLO en het bedrijf Keygene droegen bij aan de score van 353 Wageningse publicaties tussen 1986 en 2008. Alleen het Amerikaanse Cambridge, waar het MIT zetelt, produceerde de afgelopen 20 jaar meer nieuwe biotechnologische kennis. Die scoort 431 publicaties.
Heimeriks’ onderzoek laat zien dat de kennisproductie verschuift van de ene naar de andere stad. Zo verliezen verschillende Amerikaanse en Europese steden terrein en zien ze een sterke opkomst van Aziatische steden bij de ontwikkeling van biotechnologische kennis. Wageningen blijkt een stabiele groeier. ‘Wageningse onderzoekers zitten op onderwerpen die veel mogelijkheden bieden om op door te werken’, verklaart Heimeriks.
Amsterdam
‘Nieuwe kennis komt voort uit een voortdurende recombinatie van ideeën’, verklaart de onderzoeker. ‘Daarom hebben steden met een brede en diverse kennisbasis veel perspectief. Verder zien we dat samenwerking met andere steden heel belangrijk is. Veel samenwerking gaat samen met meer groei.’ Ondanks het internationale profiel van Wageningen, bleken Wageningse wetenschappers het meest samen te werken met Amsterdammers, gevolgd door onderzoekers uit Enschede, Zeist, Bilthoven, Delft en Ede. Pas daarna volgden wetenschappers uit Grenoble en Galway.
Dat de Wageningse biotechnologen vooral samenwerken met andere Nederlandse onderzoekers, is niet bijzonder, zegt Heimeriks. ‘De samenwerking is altijd lokaal geconcentreerd, dat is een universeel gegeven. Voor een goede samenwerking moeten onderzoekers elkaar echt face to face  kunnen spreken en persoonlijk contact hebben, om ook de tacit knowledge te kunnen overbrengen.’

Re:ageer