Wetenschap - 18 april 2002

Wageningen gaat met de Nederlandse boer ten onder

Wageningen gaat met de Nederlandse boer ten onder

Pieter Vereijken: 'Ommezwaai nodig van onderzoek productie naar consument'

Wageningen UR gaat samen met de Nederlandse boer ten onder als het zich blijft gedragen als zijn trouwe supporter. Dat voorziet bioloog dr Pieter Vereijken van Plant Research International. Volgens hem kan Wageningen UR alleen maar overleven als het de consument centraal stelt.

Vorige week publiceerde Wb een brief van Vereijken waarin hij een kleine zelftest had opgenomen. Via vragen als 'waartoe dient het platteland', en 'moet Europa voedselimporten blijven beperken' kan de lezer zelf bepalen of hij boer is of wetenschapper. En de kwalificatie 'Wageningse boer' is voor Vereijken geen compliment: "er zit niets anders op dan met je lotgenoten een klasje te vormen en elkaar met peptalk te beschermen tegen de boze feiten die je bestaan bedreigen", schrijft hij.

Vereijken ziet met lede ogen aan dat er meer boeren in Wageningen rondlopen dan wetenschappers, legt hij uit in zijn werkkamer. Niet dat hij persoonlijk iets tegen de boeren heeft - zijn eigen vader was boer - maar de Nederlandse boer is een uitstervende diersoort, de 'panda van de Lage Landen'. Alleen in leven te houden door strenge beschermingsmaatregelen. Daar moet je je lot niet meer verbinden. Dan voer je een achterhoedegevecht.

"Kijk maar" zegt hij, terwijl zijn vingers over een dalende lijn in een grafiek glijden. "Er komen steeds minder jonge boeren. De helft van de boeren is al ouder dan 55 en heeft geen opvolger. Als bioloog zeg ik: die populatie staat op uitsterven."

En juist aan die uitstervende soort klampt Wageningen UR zich vast volgens Vereijken, die faam verwierf als een van de eerste onderzoekers naar biologische en multifunctionele landbouw. Te veel Wageningse wetenschappers spreiden volgens hem geen kritische en onafhankelijke geest ten toon, maar tonen zich vooral verbonden met de Nederlandse boer.

Bedevaart

"Neem nou bijvoorbeeld het Landbouw-Economisch Instituut. Ieder jaar komt de directeur, Vinus Zachariasse, met een groot bericht over de economische toestand van 'onze boeren'. Het praatje staat steevast bol van het chauvinisme. Onze jongens doen het goed, of hebben in ieder geval alle kansen zich te herstellen. Het lijkt wel of Oranje voetbalt. Relevanter zou het zijn, als hij niet rapporteerde over de productie van 80.000 Nederlandse boeren, maar over de consumptie van 16 miljoen Nederlanders."

Nog een voorbeeld, de casting van de topmensen van Wageningen UR. Na de akkerbouwer prof. Cees Veerman is nu oud-Nutreco-topman prof. Aalt Dijkhuizen aangesteld. "Veerman koketteerde graag met zijn achtergrond als akkerbouwer. Het liefst stond hij op de foto als hij op de trekker de suikerbieten aan het rooien was. Dat is toch funest voor het imago van Wageningen. En dat beeld is weer bevestigd door de aanstelling van Dijkhuizen. Ook weer iemand uit de agro-foodsector, een echte productieman. Het spreekt boekdelen dat vanuit het varkenscentrum Boxmeer de wereldwijde zalmkweek wordt gecontroleerd. Het productie-imago van Wageningen krijgt weer een enorme impuls door zijn komst."

En zo kan hij nog wel even doorgaan, zijn oud-directeur Huub Spiertz bijvoorbeeld, die ervoor pleitte om niet te streng te zijn met de mestwetgeving, of hoogleraar Jan Douwe van der Ploeg die met zijn romantische verhalen over de boer de hoofden van veel wetenschappers op hol heeft gebracht. "Een toenemend aantal hoogleraren gaat de laatste tijd met hem op bedevaart naar de Friese Wouden. Dat is geen wetenschap, maar nostalgie."

Consument centraal

In plaats van de agro-foodsector wil Vereijken de consument als brandpunt van de Wageningse wetenschappelijke aandacht. Wat heeft de Nederlander het afgelopen jaar aan rurale producten en diensten geconsumeerd en wat heeft dit ecologisch en economisch betekend? Niet uitzoeken hoe de aardappelboeren in de polders en de veenkoloni?n het hoofd boven water kunnen houden, maar kijken hoe de consument op de ecologisch en sociaal-economisch meest effici?nte manier aan zijn aardappelen komt. "De vraag moet zijn, waar kunnen wij aardappelen telen met de minste milieukosten en met de grootste bijdrage aan de regionale welvaart? De vraag 'hoe houden we de Nederlandse aardappelboeren in stand' is achterhaald, zeker gelet op het feit dat Wageningen vooral wordt gefinancierd met collectieve middelen."

"Als je de consument centraal stelt, zie je dat die helemaal niet maalt om de vraag waar zijn voedsel wordt gemaakt. Vijftig procent van ons voedsel komt nu al uit het buitenland. De supermarkten halen hun producten steeds meer uit het zuiden, daar zijn ze goedkoper en vaak ook lekkerder. De Nederlander eet nu al de helft van het jaar aardappelen uit het Middellandse-Zeegebied. Waarom niet het hele jaar? Grond en arbeid zijn daar minder schaars dus veel goedkoper dan hier, wellicht hoeven ze daar ook niet zoveel te spuiten tegen schimmels als hier."

De trend van verplaatsing van de voedselproductie naar ontwikkelingslanden zal zich onomkeerbaar doorzetten, voorziet Vereijken. Zo zal de voedselproductie door veranderend gedrag van supermarkten, cateraars en consumenten geleidelijk verdwijnen uit het verstedelijkte Nederland.

Titanic-scenario

Maar als de boer uit Nederland verdwijnt, wat doen we dan met de ruimte die vrijkomt? "Dat lijkt me geen enkel probleem. Als je de grond van de Nederlandse boeren vandaag te koop aanbiedt en je haalt de agrarische bestemming eraf, is alle grond binnen een paar weken weg. Nederland schreeuwt om ruimte voor wonen, recreatie en natuur. En we hebben ruimte nodig voor de opvang van water."

"Zeventig procent van het land is nu in handen van twee procent van de bevolking die er bovendien activiteiten op uitvoert die de omgeving vervuilen en verdrogen. In Zuid-Amerika zou zo'n ongelijke verdeling een revolutie veroorzaken. Wanneer zal de honger naar groene ruimte in Nederland tot een fluwelen revolutie leiden, dat zouden de rurale sociologen eens moeten uitzoeken"

"Ik weet dat je dit soort dingen in ons Wagenings wereldje niet hoort te zeggen, dan ben je harteloos. Ik zeg het omdat het boerenchauvinisme veel Wageningse onderzoekers verhindert om de omslag te maken naar consumptie van producten en diensten van de groene ruimte. Door je te binden aan de Nederlandse boer, beperk je je blikveld en je creativiteit en uiteindelijk je maatschappelijke relevantie."

"Als Wageningen de productie centraal blijft stellen, voorzie ik een Titanic-scenario. Als kapitein ten onder gaan met het schip. Mooi voor een film, maar niet voor een toekomstscenario voor Wageningen." De keuze voor Wageningen UR is dan ook simpel, volgens Vereijken. "Of we accepteren onze geleidelijke ondergang samen met onze boeren, of we zoeken aansluiting bij de mondialiserende consumptiepatronen van producten en diensten van de groene ruimte: voedsel en vezels, maar ook natuur, landschap, water, wonen, recreatie en klimaatbeheersing."

Korn? Versluis, foto Guy Ackermans

Re:ageer