Wetenschap - 1 januari 1970

Wageningen en LNV helpen Indonesische hoge ambtenaren met handelspolitiek

Wageningen en LNV helpen Indonesische hoge ambtenaren met handelspolitiek

Wageningen en LNV helpen Indonesische hoge ambtenaren met handelspolitiek

en WTO

Wageningen UR en het ministerie van LNV helpen samen hoge ambtenaren van
het Indonesische ministerie van landbouw bij het maken van landbouwbeleid
en het bepalen van een standpunt in de wereldhandelsorganisatie WTO.

Het Internationaal Agrarisch Centrum (IAC) en het Landbouw Economisch
Instituut (LEI) werken met het ministerie van LNV in een langdurig project
waarin ze Indonesische beleidsambtenaren trainen in landbouwbeleid en
landbouwhandelspolitiek.
Het gaat, vertelt coördinator ir Jan Helder van het IAC, om vertaling van
het Indonesische binnenlandse beleid in een standpunt binnen de WTO.
De Wageningers ondersteunen de ambtenaren bij het maken van een gedegen
analyse van de rijst- en suikersectoren in Indonesië. Daarbij leren de
ambtenaren boeren en verwerkers in de sector beter te betrekken bij het
maken van beleid. Uit de analyse volgt een strategie die op feiten
gebaseerd is. Vervolgens worden de ambtenaren wegwijs gemaakt in de
onderhandelingen die binnen de WTO spelen, waadoor ze de binnenlandse
strategieën beter kunnen vertalen in standpunten om binnen de WTO te
verdedigen.
Helder: ,,In de WTO groeperen landen zich rond overeenkomende belangen. Op
dit moment is Indonesië nog aangesloten bij de Cairns group, die minder
beperkingen voor export wil, maar het is de vraag of Indonesië daarbij
gebaat is.’’ Een zekere bescherming van hun markt voor bepaalde producten
zou wel eens beter voor hen kunnen zijn, zegt Helder. Als de ambtenaren
meer bekwaamheid hebben in het maken van beleid, kan Indonesië een beter
geïnformeerd standpunt innemen, is het idee.
In het project worden ruim twintig Indonesiërs getraind. Deskundigen van
het ministerie van LNV nemen actief deel, benadrukt Helder. Inhoudelijk
dragen handelsdeskundigen van het LEI bij en het IAC faciliteert de
leerprocessen en coördineert het project, dat anderhalf jaar duurt. Het
project wordt op verzoek van het Indonesische landbouwministerie
uitgevoerd, en wordt gefinancierd door het Nederlandse ministerie van
Buitenlandse Zaken. Mogelijk volgen in de toekomst meer van dergelijke
projecten, bijvoorbeeld over voedselveiligheid. | J.T.

Re:ageer