Wetenschap - 1 januari 1970

Wageningen en ID-Lelystad

Wageningen en ID-Lelystad


'Op een feestje ga ik niet trots over Wageningen UR praten.'

,,Of ik wát heb? Een Wageningen-gevoel?''
,,Nou, ik bedoel eigenlijk of u zich, als medewerker van ID-Lelystad,
betrokken voelt bij Wageningen UR.''
,,Pfffff, daar wil ik niet over praten, dat zou een veel te negatief
verhaal worden.''
Twee uur boemelen in de trein om de sfeer bij ID-Lelystad op te snuiven en
de eerste reactie is een vertrokken gezicht en een afwijzend 'pfffff'. In
de polder klinkt het dan ook een beetje raar: Wageningen-gevoel. Maar
ondanks de vele kilometers tussen 'hier en daar' is ID-Lelystad onderdeel
van Wageningen Universiteit en Researchcentrum, en de raad van bestuur zou
graag zien dat medewerkers op feestjes met trots over die organisatie
praten.
Ik maak een rondje langs de medewerkers om te kijken of dat er in zit.

Het is voor DLO-medewerkers natuurlijk een verwarrend decennium geweest en
dat is in Lelystad te proeven. Na de fusie van vier instituten in 1994 tot
het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid ID-DLO volgde een fusie
van álle DLO-instituten, en vervolgens een privatisering. De afstand tot
LNV werd groter en er moest ook in Lelystad commerciëler gedacht worden.
Vervolgens leidde het samengaan met Wageningen Universiteit in 1999 tot de
zoveelste structuurverandering. ID-Lelystad werd onderdeel van
Kenniseenheid Dier. Binnenkort staat, tot slot, de naam Animal Sciences
Group boven het briefpapier.
Het lijkt me dus niet zo vreemd dat de term 'Wageningen-gevoel' geen
jubelstemming oproept. Wandelend door de gangen van de locatie aan de
Edelhertweg bekruipt me het gevoel dat het noemen van Wageningen vooral een
wrange smaak achterlaat. Maar het ligt genuanceerder dan de eerste reactie
doet vermoeden. Vooral medewerkers die in hun werk ver van Wageningen
afstaan klagen over de naamsveranderingen, de onduidelijke organisatie en
de onzichtbaarheid van het bestuur. Zij zijn degenen met de minst positieve
gevoelens ten opzichte van het managent. Medewerkers die wel met Wageningen
te maken hebben kunnen meer begrip opbrengen voor de organisatie.

Ivoren toren
Archiefmedewerkster Hermien van Tol komt bijvoorbeeld regelmatig in
Wageningen en heeft dan ook weinig moeite met de organisatiestructuur. Dat
medewerkers van ID-Lelystad klagen begrijpt ze echter wel, want vooral door
de fysieke afstand zijn er nog een hoop onduidelijkheden. Van Tol heeft het
idee dat haar collega's in Wageningen veel meer weten over de organisatie
dan de medewerkers van ID-Lelystad.
Op de afdeling Infectieziekten en ketenkwaliteit werkt onderzoeker ing.
Nico Bolder. Hij is al dertig jaar in dienst bij DLO en heeft daardoor
nogal wat naams- en structuurveranderingen meegemaakt. Hij wil best met me
praten, maar waarschuwt voor zijn negatieve gevoelens voor Wageningen. Dat
zijn instituut nu onderdeel is van Wageningen UR zegt hem niet veel, want
voor zijn werk heeft hij er nauwelijks mee te maken. Van de aanwezigheid
van een overkoepelende raad van bestuur ervaart Bolder weinig, maar wat hij
er wel van merkt wordt niet als positief ervaren. ,,Indirect hoor je er wel
dingen over en die zijn niet positief. Hun betrokkenheid met de werkvloer
bijvoorbeeld is nul komma nul.''
Drs Adriaan Antonis werkt sinds drie jaar als onderzoeker bij de
onderzoeksgroep Infectiebiologie. Zoals veel medewerkers van ID-Lelystad
studeerde hij in Utrecht. Hij heeft dan ook niks met Wageningen. Affiniteit
met het bestuurscentrum en wat daar gebeurt heeft hij niet en wat de
directie van de kenniseenheid voor het instituut doet zou hij ook niet
weten. Antonis: ,,Onze directeur komt nooit in ID. Hij heeft waarschijnlijk
geen idee wie ik ben en waar ik werk.''
De afstand tussen de directie en de werkvloer was in het verleden minder
groot, vertelt Edith Goedvriend-Bakker. Tegenwoordig spreekt ze over de
'ivoren toren' aan de Runderweg als ze het heeft over de directie van de
kenniseenheid Dier. Ze hoopt maar dat de directie wat zichtbaarder wordt
als het administratief centrum, waar ze werkt als coördinator debiteuren,
ook naar die locatie verhuist. Goedvriend-Bakker: ,,Wij waren het hier in
het verleden anders gewend.’’ Het gebrek aan transparantie wijt ze deels
aan de slechte communicatie binnen de kenniseenheid en binnen ID-Lelystad,
maar ook aan de gebrekkige informatie vanuit Wageningen. Betrokkenheid bij
Wageningen UR kan volgens haar mogelijk groeien als ID-Lelystad als
kenniseenheid Dier verdergaat, of liever gezegd: als Animal Sciences Group.

Naamsbekendheid
Of er nu wel of geen betrokkenheid is met Wageningen UR of met de
kenniseenheid, de nieuwe naam zal door iedereen in Lelystad gebruikt moeten
worden. Met gemengde gevoelens kijkt men er tegenaan. Net nu 'ID-Lelystad'
begint in te burgeren wordt overgeschakeld op een Engelse naam en krijgt
bovendien de naam 'Wageningen Universiteit en Researchcentrum' een
prominente plaats op poststukken. Weer hebben vooral de medewerkers die
weinig in contact staan met Wageningen de grootste moeite met de naam.
Bolder klaagt bijvoorbeeld dat veel van zijn klanten de omslag van ID-DLO
naar ID-Lelystad al niet konden volgen en nu worden geconfronteerd met de
nieuwe naam Animal Sciences Group. Hij kan hierdoor geen pijl meer trekken
op de naamsbekendheid. De naam wekt bij Bolder weerzin op, omdat hij denkt
dat de Nederlandse bedrijven waar hij mee werkt niet zullen begrijpen
waarom de naam in het Engels moet. Wel vindt hij dat Animal Sciences Group
de lading beter dekt dan ‘Kenniseenheid’ en hij vindt het goed dat de
verschillende onderdelen als geheel een herkenbare eenheid gaan vormen.
Maar er zal flink aan naamsbekendheid moeten worden gewerkt, vindt hij.
,,Want de naam van een instituut is heel belangrijk'', zegt Bolder. ,,In de
loop van de jaren wordt die door je groep uitgedragen en als dat iedere
keer verandert werkt dat heel verwarrend. Als het voor mensen binnen de
organisatie al niet duidelijk is, hoe moet dat dan bij klanten overkomen?’’
Over een ander aspect van de naamsverandering kan Bolder zich ook druk
maken: het kostenplaatje. Want realiseert men zich wel dat briefpapier,
visitekaartjes, relatiegeschenken en ‘god mag weten wat allemaal’ weer
moeten worden veranderd? Bolder: ,, Dat zijn zaken waar achteloos overheen
wordt gestapt, maar we moeten het wel opbrengen.’’

Trots
Statisticus drs Joop de Bree heeft voor zijn werk regelmatig contact met
Wageningen, bijvoorbeeld als hij samenwerkt met promovendi van de
universiteit. Hij is niet ontevreden over de nieuwe naam, omdat in Animal
Sciences Group in ieder geval iets van dieren en wetenschap is terug te
vinden. En dat in de briefhoofden de naam Wageningen komt te staan kan hij
best begrijpen want ‘dat is toch wel de naam waar het om draait in de
wereld'.
Dat is zeker waar, denkt ook Gerard Teunis, tot voor kort werkzaam op het
bestuurscentrum in Wageningen, bij de afdeling Communicatie en marketing.
Volgens hem wordt vanuit het buitenland behoorlijk opgekeken tegen
Wageningen UR dat 'alle aspecten van het landbouwkundig onderzoek in huis
heeft' en ook richting het ministerie krijgt de organisatie een steeds
sterkere positie.
Ook Antonis begrijpt het belang van één naam, maar hij voelt geen enkele
betrokkenheid met de organisatie die erbij hoort. Antonis: ,,Er is niemand
die ooit zegt: ik werk bij Wageningen UR. En op een feestje ga ik niet
trots over Wageningen UR praten, want ik heb niks met die organisatie. Ik
zou niet weten wat er binnen WUR gebeurt, of daar mensen rondlopen die met
hetzelfde als ik bezig zijn, bijvoorbeeld.'' Antonis ziet de meerwaarde van
de fusie niet, maar moet toegeven dat dit deels aan zijn eigen opstelling
ligt. Hij kan zich best voorstellen dat de fusie ook voor onderzoekers
nieuwe mogelijkheden biedt. ,,Maar dan moeten ze wel van bovenaf duidelijk
maken waar een ingang zou kunnen zijn. Ik wil best geloven in de
organisatie, maar volgens mij moet er nog wel wat gebeuren. Op dit moment
zie ik er niks in.''

Meerwaarde
Joop de Bree heeft wel een ingang gevonden. Hij vindt dat de fusie met
Wageningen voor hem persoonlijk vooral positieve gevolgen heeft. Als
statisticus werkt hij voortdurend samen met onderzoekers en ziet daardoor
verschillende takken van wetenschap. Het samenwerken met promovendi van de
universiteitskant maakt het werk voor hem aantrekkelijk, omdat de aio's
over het algemeen erg gemotiveerd zijn. Meerwaarde heeft voor hem ook de
samenwerking tussen de Universiteit Utrecht en Wageningen UR, waar de
afdeling van De Bree bij betrokken is. De verbreding die dit met zich
meebrengt vindt hij een positieve ontwikkeling. ,,Het is nog pril, maar het
komt al voor dat vanuit die verschillende groepen vragen komen. En volgende
week lever ik een bijdrage aan een cursus voor Wageningse studenten. Ik
vind het goed dat mensen vanaf de werkvloer bij het onderwijs betrokken
worden, zo lopen taken in elkaar over. Of dat nou Wageningen-gevoel is weet
ik niet, maar het is goed dat die contacten er zijn.''
Het uitwisselen van informatie en mensen ziet ook Teunis als een groot
voordeel. Tot vier jaar terug werkte hij voor ID-Lelystad en hij kent het
cultuurverschil tussen Wageningen en Lelystad. Hij vindt het niet vreemd
dat medewerkers in Lelystad Wageningen UR zien als een overkoepelende
organisatie die vooral geld kost, want de fysieke afstand veroorzaakt
onbekendheid en 'onbekend maakt onbemind'. ,,Een deel van de medewerkers
zit alleen maar op zijn afdeling en voelt zich dus niet zo verwant met
Wageningen.''
Onderzoeker Bolder voelt zich inderdaad niet verwant met Wageningen. Hij
denkt dat het ‘Wageningen-gevoel’ op de werkvloer vooral leeft in negatieve
zin: als het bestuur van een organisatie waar niemand affiniteit mee heeft
besluiten doorvoert, wekt dat afkeer op.
Bolder: ,,Ik vind de sturing vanuit Wageningen niet echt relevant. Het werk
is leuk, de rest is ballast. Het gedoe eromheen geeft wel een negatieve
impuls. Je hoort uitspraken als: ‘als het werk niet zo leuk was, was ik
allang weggeweest’. Het gevolg kan zijn dat men zich steeds meer gaat
afzetten tegen dat soort overheden.’’ |
Leonie Mossink

Re:ageer