Wetenschap - 1 januari 1970

Wageningen debatteert over vlees dat geen naam mag hebben

Wageningen debatteert over vlees dat geen naam mag hebben

Wageningen debatteert over vlees dat geen naam mag hebben


,,Buiten regent het’’, zei prof. Wim Jongen van de Animal Sciences Group.
,,De Champions League is begonnen. Het doet me dan ook deugd dat er nog
zoveel van jullie zijn komen opdagen voor dit debat over de intensieve
veehouderij. Als jullie straks thuiskomen en horen dat Ajax met 6-1 heeft
gewonnen, dan hoop ik dat jullie nog steeds geen spijt hebben van jullie
beslissing.’’

Met die woorden opende Jongen op de avond van 1 oktober het Wagenings debat
over de toekomst van de intensieve veehouderij, waartoe landbouwminister
Cees Veerman had opgeroepen. Die was op dat moment, zo zouden de kranten de
volgende dag melden, aanwezig op een soortgelijke bijeenkomst in Deventer.
De opkomst was verrassend hoog. Voorspellingen van sceptici dat er hooguit
twintig Wageningers zouden komen opdagen kwamen niet uit. De Hofsteezaal
van de Leeuwenborch was halfvol. Prof. Gerrit Meester, topambtenaar van LNV
schetste van tevoren het belang van het debat.
,,Wat er de afgelopen jaren in de veehouderij is gebeurd kunnen we ons niet
meer permitteren’’, zei de beleidsmaker. ,,Bij de uitbraak van de vogelpest
stonden houders van hobbydieren en professionele kippenhouders lijnrecht
tegenover elkaar. Dan spreken we over vierduizend bedrijven en naar
schatting tachtigduizend burgers. Die tachtigduizend burgers zijn goed voor
twee kamerzetels. Die spanning kunnen we niet nog een keer hebben.’’
Niet alleen sociaal, maar ook economisch is de intensieve veehouderij in
een crisis, aldus Meester. ,,Om even bij de pluimveehouderij te blijven, de
Europese markt is nog steeds beschermd en de internationale druk om de
markt te openen groeit. Maar nu al komt er kipvlees uit Brazilië de markt
op, dwars over onze tariefmuren heen. En dat terwijl de tariefmuren hun
langste tijd hebben gehad.’’
Een andere inleider van die avond was prof. Leo den Hartog van de
leerstoelgroep Dierlijke productiesystemen. De eveneens aan Nutreco
verbonden onderzoeker was het roerend met Meester eens. ,,Nu al komt er
meer kip uit Brazilië Europa binnen dan Nederland produceert. Hier is de
sector aan handen en voeten gebonden, terwijl daar de optimalisatie nog
nauwelijks is begonnen. En nu al produceren kippenhouders in Brazilië
veertig procent goedkoper dan in Nederland.’’
De meest realistische overlevingsstrategie voor de sector lag dan ook in de
nicheproducten, vond Den Hartog: in wat deelnemers aan de avond even later
in de wandelgangen ‘ethische eitjes’ zouden noemen. ,,Volière-eieren,
graseieren, vier-graneneieren’’, zei Den Hartog. ,,In producten met zo’n
toegevoegde waarde zit de toekomst.’’
Daarom was de discussie over de intensieve veehouderij belangrijk voor de
sector, vond Den Hartog. Als de samenleving vertelde hoe boeren zouden
moeten werken, dan kon dat de overleving van de sector betekenen – maar dan
moet er wel een systeem komen waardoor consumenten het ‘ethische’ product
kunnen onderscheiden van de goedkope bulk. ,,Steeds meer van ons voedsel is
voorbewerkt’’, zei Den Hartog. ,,De fabrikanten van die producten moeten
met keurmerken duidelijk maken aan de consument met wat voor ingrediënten
ze hebben gewerkt.’’
Prof. Cees van Woerkum, hoogleraar Communicatiemanagement, betwijfelde
echter of de consument wel duidelijk kon en wilde maken hoe boeren met
dieren moesten omgaan. ,,Consumenten weten niet meer hoe hun voedsel wordt
geproduceerd, en als ze ermee worden geconfronteerd voelen ze zich er
ongemakkelijk bij.’’
Zo is de paradoxale situatie ontstaan dat de consument zich aan de ene kant
verzet tegen de onpersoonlijke manier waarop de intensieve veehouderij om
zou gaan met dieren, terwijl dezelfde consument liever helemaal niks wil
weten over het dier dat nu op zijn bord ligt. ,,Consumenten vinden het
verschrikkelijk als ze weten hoe het dier waar hun karbonades vandaan komen
heeft geheten’’, zegt Van Woerkum. ,,Daarom hebben ze hun
verantwoordelijkheden gedelegeerd naar de supermarkten. Die kloof maakt dat
we bitter weinig weten over wat de consument precies wil.’’
De uitkomsten van het Wageningse debat gaan in uitgekristalliseerde vorm
naar Den Haag, meldt Simon Vink, woordvoerder van de raad van bestuur.
,,Los van het Wageningse debat zijn er vier discussies geweest. Minister
Veerman zal aan de hand daarvan bepalen hoe het nu verder moet. Op 10
november komt er in ieder geval een brief aan de Tweede Kamer.’’ Wageningen
UR zal zich nu gaan beraden op wat Wageningen door onderzoek kan bijdragen
aan de oplossing van de dilemma’s rond de intensieve veehouderij. | W.K.

Re:ageer