Wetenschap - 1 januari 1970

Wageningen, c‘est moi

Wageningen, c‘est moi

Wageningen, c‘est moi


Wageningen UR, dat zijn we allemaal. Dijkhuizen heeft het maar weer eens
prachtig onder woorden gebracht. Samen voor Wageningen. Schouders eronder!
Probleem met onze bestuurders is echter dat ze dit soort praat wel erg
serieus nemen. Natuurlijk, het is mooi als we ons goed verkopen. Prima ook,
om daar eens goed over na te denken. Allemaal een paraplu? Leuk: Wageningen
wateruniversiteit. Maar het moet niet te gek worden. Want hij meent echt
wat hij zegt. Allen voor één, en één voor allen. Wageningen zijn we immers
allemaal.

Dijkhuizen vergeet er wel bij te zeggen dat sommigen van ons blijkmaar méér
Wageningen zijn dan anderen. Er is sprake van een heuse dictatuur, al is
het van een kleine groep die geheel de UR in zijn greep houdt met een
uitgekiende pr-strategie. En wie het waagt uit de gelederen te breken wordt
gestraft. Pieter Vereijken, die het telkens weer lukt de landelijke pers te
halen (al is het door te roepen dat de landbouw ten dode is opgeschreven)
moet zijn mond houden. En dat is niet omdat hij ongelijk heeft, of omdat
hij tegen de schenen van de directie trapt. Neeee hoooor… Het is omdat hij
incorrect gebruik maakt van statistieken. En dat is zo erg, dat George
Beers (die als opdracht heeft na te denken hoe we de pers kunnen halen)
last krijgt van plaatsvervangende schaamte als hij zich bedenkt wat anderen
buiten Wageningen (economen nog wel) hiervan zullen vinden. Over een
Calimerohouding gesproken. Laat Beers zelf eens, op statistisch correcte
wijze, de pers halen. Hier trapt geen hond in: het is censuur van de
bovenste plank. En we weten waartoe dat leidt: incompetentie en incestueuze
praktijken. Op een gegeven moment praat iedereen elkaar alleen maar naar de
mond. Een eigen mening hebben is maar gevaarlijk. Die zou immers gehoord
kunnen worden buiten ons eigen keuteluniversiteitje. Of – erger nog – door
het bestuurscentrum. Daar moet je niet aan denken; dan kun je het immers
wel schudden hier.

Voor alle duidelijkheid: ik ben het oneens met Vereijken. Maar ik vind wel
dat hij zijn zegje moet kunnen doen. Zonder dissidenten wordt het namelijk
wel heel erg eentonig. Zie bijvoorbeeld het mestbeleid. Op een enkele
uitzondering na lijkt iedereen zich in te spannen om ons aller LNV stroop
om de mond te smeren. (En waarom toch? Ik kan me niet voorstellen dat we nu
minder worden gekort op ons budget omdat we zo loyaal zijn geweest.) Het
valt me nog mee dat de Europese Commissie Den Haag heeft gedagvaard vanwege
het in gebreke blijven van het Nederlandse mestbeleid. Ze hadden zich ook
rechtstreeks tot Wageningen kunnen wenden. Was veel efficiënter geweest.
Dan had de UR weer een woordvoerder kunnen aanwijzen; net als tijdens de
vogelpestcrisis. En deze woordvoerder had vervolgens kunnen wijzen op de
tekortkomingen in het Brusselse beleid. Niet Wageningen was hier in
gebreke, zo zouden we beweren, maar Brussel! Hadden ze ons onderzoek wel
voldoende bestudeerd? Waarschijnlijk niet, anders zouden ze hier nu niet
zitten. Foei toch. En dan had Beers zichzelf in het bijzijn van Dijkhuizen
nog maar eens op de schouder geslagen. Wageningen weerde zich immers
kranig. Daar hadden we helemaal geen dwarse denkers voor nodig? Allen voor
één, en de woordvoerder voor ons allen. Misschien zou het toch nog wat
worden. Immers, Wageningen, dat was toch tegenwoordig ‘c’est moi’?! En
Beers en Dijkhuizen gingen tevreden naar huis.

Egbert Lev

Re:ageer