Wetenschap - 11 oktober 2001

Wageningen UR krijgt ateliers voor landbouwvernieuwing

Wageningen UR krijgt ateliers voor landbouwvernieuwing

Wageningen UR stelt 11 oktober twee 'Wageningen ateliers' in. Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen onderzoekers en diverse mensen uit de samenleving die samen een actueel probleem proberen op te lossen. Aanwezigen bij de presentatie van het rapport van de taskforce WaardeNvolle landbouw kiezen de thema's.

De instelling van de ateliers is het eerste concrete resultaat van de taskforce WaardeNvolle landbouw. Drie maanden lang hebben acht jonge wetenschappers gewerkt aan een rapport over vernieuwing van de landbouw. De raad van bestuur had hier 1 miljoen gulden voor ter beschikking gesteld. Vandaag, 11 oktober, vindt de offici?le presentatie van het rapport plaats.

Het rapport bestaat uit twee delen. Het eerste deel gaat over de toekomst van de landbouw. Het tweede deel beschrijft minutieus hoe de groep gewerkt heeft. In het inhoudelijke deel beveelt de taskforce Wageningen UR aan een platform in het leven te roepen waarbij mensen uit verschillende hoeken van de samenleving zich gedurende korte tijd over een actueel vraagstuk buigen, de 'Wageningen ateliers'.

Wetenschappers en maatschappelijke organisaties, boeren of andere betrokkenen moeten zo met elkaar komen tot oplossingen die maatschappelijk aanvaardbaar zijn. De raad van bestuur heeft dit direct ter harte genomen en heeft een budget beschikbaar gesteld voor twee van dergelijke ateliers.

Naast de aanbevelingen voor Wageningen heeft de taskforce ook voorstellen gedaan om discussie over de toekomst van de landbouw vlot te trekken. De 'waarden' van de betrokken partijen moeten daarbij volgens de taskforce centraal staan. Betrokkenen moeten gaan praten over wat zij zelf van waarde vinden in de veranderende landbouw. Leren zij van elkaar wat de ander belangrijk vindt dan zullen zij eerder tot vernieuwende oplossingen komen.

Hieraan heeft de taskforce vier voorwaarden verbonden. Er moeten nieuwe samenwerkingsverbanden komen, tussen onder andere boeren, onderzoekers, consumentenorganisaties, natuurorganisaties en overheden. Daarnaast moeten de vernieuwingsgezinde groepen meer ruimte krijgen om te experimenteren. Verder moeten de vernieuwingen goed zichtbaar gemaakt worden en ze moeten gestimuleerd en beschermd worden.

De taskforce wil zelf geen blauwdruk geven van de toekomstige Nederlandse landbouw. Wel komt ze met een aantal uitgewerkte voorbeelden. Zo ziet ze omgevingsgroepen ontstaan. Dit zijn groepen waar inwoners en betrokkenen uit een regio met elkaar beslissen over de invulling van de groene ruimte. Dat kan gaan van het gezamenlijk opzetten en exploiteren van een windmolenpark tot het beheer en de winning van water in het gebied. Een ander voorbeeld is het Worldwide Innovation Network for Agricultural Stewardship (WINAS). Dit zou een samenwerkingsverband kunnen zijn tussen Nederlandse onderzoekers en producenten gericht op internationale duurzaamheid en rechtvaardigheid. Participanten wisselen kennis en ervaring uit voor bijvoorbeeld een duurzame katoenteelt. | L.N.

Zie ook pag 3, 8 en 9

Re:ageer