Wetenschap - 14 juni 2001

Wadlopen voor de wetenschap

Wadlopen voor de wetenschap

Op zoek naar de effecten van de kokkelvisserij

Heeft kokkelvisserij nu wel of geen effect op het wad? Om dat te achterhalen, doen onderzoekers van Alterra Texel drie weken lang grootscheeps onderzoek op het wad. Wb liep een dagje mee.

"De schipper heeft haast", zegt drs. Mardik Leopold van Alterra Texel als we naar de haven van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel rijden. En inderdaad, Jaap Laan heeft de oude loodsboot de Stormvogel op stoom, en machinist en matroos Loek Visser staat al klaar om de trossen los te gooien. Het is ??n uur in de middag, en het tij keert: het water zakt.

De Waddenzee is rimpelig maar golfloos en de lucht is on-Nederlands blauw als we langs een stel zonnende zeehonden varen. "Jullie treffen het", zegt Leopold. "Dit is de mooiste dag die we in drie weken hebben gehad."

Leopold is co?rdinator van een onderzoek dat tekenen heeft van een militaire operatie. Drie weken lang zijn zeven schepen het wad op gevaren met vier man die monsters namen voor een grootschalige evaluatie van de effecten van de kokkelvisserij op de wadplaten. 143 wadplaten zijn zo afgelopen - regelmatig in veel nattere, slijkerige en winderige omstandigheden. "Dat is ongeveer wat je met deze vloot en middelen aankan, zonder dat je overuren loopt te tellen."

De schipper zet koers naar twee wadplaten tussen het Balgzand en de Breehorn, even ten noorden van Hippolytushoef. Als de Waddenzee te ondiep wordt voor de Stormvogel wordt de stalen vlet te water gelaten. Vier onderzoekers worden in twee teams naar de rand van twee wadplaten gebracht.

Leopold en zijn collega Harold van der Valk waden met ons door het kniehoge zeewater naar de zanderige wadplaat. De lieslaarzen zuigen zich vast in de zeebodem.

Leopold heeft voor het project overal mensen moeten ronselen. Van der Valk is een bioloog die net terug is uit Afrika, en het onderzoek op het wad een goede invulling vindt van zijn vakantie. Het andere team op de Stormvogel bestaat uit Alterra-onderzoeker dr. Kees Kersting en student milieutechnologie Jeroen Grondman van Hogeschool IJsselland. De mkz-crisis zorgde dat veel studenten bij Leopold terecht konden. Op het wad mochten ze wel het veld in.

Met een Global Positioning System (GPS) zoekt Leopold naar het eerste van de minimaal tien meetpunten op de wadplaat. Een paar kilometer oostwaarts zien we de hekgolf van de vlet die Kersting en Grondman op de andere wadplaat afzet.

Bij het meetpunt - 'drie, twee, een', roept Leopold met de GPS in zijn hand - gooit Van der Valk achteloos een metalen vierkant van vijftig bij vijftig centimeter op het zand en plaatst hij een plastic buis van tien centimeter doorsnede dertig centimeter diep in het wad. "Het is de kunst om hem zonder te kijken in het zand te steken als de GPS op nul staat", legt Leopold deze poging om at random monsterpunten te nemen uit.

Leopold kijkt ondertussen naar de hardheid van de wadplaat, of er algen en wormen zitten, en wat de algemene indruk van de plaat is. Voetafdrukken kunnen bijvoorbeeld wijzen op handkokkelaars, die met een kokkelbeugel kokkels vangen, maar de merkwaardige bandsporen op deze bank kan Leopold niet thuisbrengen.

Kokkelvissen gebeurt grotendeels mechanisch. Zo'n veertig schepen vissen met zuigkorren de kokkels uit de bovenste bodemlaag. In een periode van tien weken rond augustus moeten ongeveer vierhonderd kokkelvissers hun jaarsalaris vangen. De voor de paella ge?xporteerde kokkel levert jaarlijks tussen de honderd- en honderdvijftig miljoen gulden op.

We vinden opvallend veel oostzeezagers, een soort worm. "Typische zoetwaterinvloed", zegt Leopold wijzend op de spuisluizen bij Den Oever, een paar kilometer naar het westen. Van der Valk proeft het Waddenzeewater. "Het water is zoet", bevestigt hij. Dat is ook de reden voor de vele dode kokkels en nonnetjes en de vele aasetende garnaaltjes die daarop afkomen.

Uit de kwart vierkante meter van het metalen vierkant halen de onderzoekers kokkels met drie groeiringen op de schelp, de wadpieren en de kokerwormen. Levende kokkels zijn op de plaat moeilijk te vinden, maar Leopold wil er op elk meetpunt toch minimaal drie hebben. Dat wordt zoeken met zijn allen. "Dit is een hele relaxte plaat", vindt hij. "Soms vind je vijftig kokkels per vierkant. Dan moet je al die ringetjes tellen."

Het is niet toevallig dat Leopold zoekt naar kokkels van het jaar 1998. Toen was de eerste grote broedval van kokkels na twee strenge winters. Daardoor is het wad een groot biologisch experiment, vindt Leopold, waarin heel mooi de ontwikkeling van een broedval kokkels kan worden gevolgd. En Leopold kan volgen hoe de visserij die broedval be?nvloedt, onder meer dankzij het werk van de kokkelvissers. Die moeten voor hun korte visseizoen tot op de kokkel weten hoe kokkelbanken er bij liggen, en registreren bovendien waar, wanneer en hoeveel ze hebben gevist.

De steekbuis wordt afgesloten met een stop, en met zijn twee?n wrikken Leopold en Van der Valk de buis uit het zand. Uit de bovenste tien centimeter sediment zeeft Van der Valk met het zeewater alle schelpen, gruis, schelpdieren en wormen - de tarra. Dat wordt samen met de diep in het zand gegraven wormen en strandgapers in een pot gedaan.

Het is rugzak op, rugzak af. "Je kunt hem nergens neerzetten", zegt Van der Valk. "Dat is hartstikke lastig."

We krijgen telefoon van de schipper: het water wast al een uur. Het begint altijd langzamerhand, vertelt Leopold, maar als de vloed komt, stijgt het donders snel. "Een vogelzwerm betekent dat het hoog water opkomt." Vogels zijn ook de eigenlijke liefde van bioloog Leopold. Telkens blijft hij even staan om naar een zwerm rosse grutto's te wijzen of naar de voetafdruk van een eidereend in het wad.

We turen naar de twee stipjes ten oosten van de kerk van Hippolytushoef en concluderen dat ook Kersting en Grondman bijna klaar zijn met hun ronde over de wadplaat.

Het project waar we nu monsters voor nemen heet 'Verworming', vertelt Leopold. Het maakt deel uit van de grootschalige evaluatie van de kokkelvisserij EVA II, die in 2003 moet zijn afgerond. De hypothese luidt dat het wad verzandt. Kokkelvissers woelen de wadplaten om, en wadpieren en andere wormen zorgen dat de bodem zodanig omgewoeld blijft dat kokkelbroed zich niet op het wad kan vestigen.

Daarom nemen de onderzoekers naast monsters van schelpdieren en wormen op het centrale punt van elke bank ook een monster van het broedsel en van de wadplak waarop broedsel zich eventueel kan vestigen. Het eerste monster is door Leopold vernoemd naar zijn vrouw, NIOZ-onderzoeker dr. ir. Katja Phillipart, die het onderzoek naar het broedsel doet. Hiervoor steken ze drie steekbuisjes drie centimeter diep in het wad en mengen het sediment en het daarin aanwezig broedsel in een potje met formaline.

De wadplak is het laatste monster van de plaat. Het gaat hierbij om suikerafzetting op het wad door kiezelalgen. De vier buisjes waarin dit wordt opgenomen mogen in geen geval schudden of omvallen, anders is de suikerlaag, de wadplak verdwenen. "Het zou spectaculair zijn als we een correlatie vinden tussen wadplak en broedsel", mijmert Leopold als we teruglopen naar de vlet die ons op komt pikken. "Dan moeten we een artikel voor Nature schrijven."

We waden door het water naar de vlet, die Visser voorzichtig in onze richting manoeuvreert. Op de vlet is er even rust. Terwijl de boeggolf zeewater op ons spat, verheugen we ons op het moment dat de zwetende lieslaarzen uit kunnen.

Terug op de Stormvogel is het eerst boterhammen eten. Kersting en Grondman waren al begonnen om de door hen meegenomen wormen uit het vierkant te identificeren en te tellen. Daarna komen de wormen in een plastic zakje en worden diepgevroren, zodat later het gemiddelde gewicht kan worden vastgesteld.

Terwijl de Stormvogel terugvaart naar Texel, voeren de onderzoekers de gegevens in de computer in. Alle schelpdieren uit de bovenste tien centimeter van de steekbuis uitgezocht en opgemeten. "Een strandgaper, Mya voor vrienden, 7,2 centimeter", klinkt het.

Het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) zal aan de hand van het tarra via een laser vaststellen hoeveel deeltjes het sediment bevat. Dat wordt vergeleken met de ruim driehonderdduizend gegevens sinds 1929 die het RIZA in een database heeft over het sediment van wadplaten. Dit kan licht werpen op de historische ontwikkeling van de platen.

Het zijn de laatste dagen van een drie weken durende militaire operatie. Leopold, Van der Valk, Kersting en Grondman zijn ondertussen gepokt en gemazeld door de lange dagen die ze hebben moeten maken en de nachten die ze op zee doorbrachten.

De rest van het jaar 2001 zal doorgebracht worden met het opschonen van de database. Checken met papieren gegevens bijvoorbeeld. "'Nonnetje' kan met n en N geschreven worden, en dat pikt een computer anders op", legt Leopold uit. "En een nonnetje is kleiner dan 2,5 cm, dus als je er eentje vindt van 25 centimeter weet je dat het fout is." In 2002 gaan statistici bezig om correlaties te vinden.

Als we om acht uur 's avonds de laatste boot nemen, is het team nog druk bezig met het invoeren van gegevens. Morgen om vijf uur is het weer vroeg dag. Leopold kan zijn geluk niet op, want in deze periode is het twee keer per dag laag water, rond zes uur 's ochtends en rond vier uur 's middags. Twee banken bemonsteren per dag. Leopold zei het al: overuren tellen niet.

Martin Woestenburg, foto's Guy Ackermans

Stevig in de lieslaarzen

Onderzoek naar de Waddenzee is politiek beladen, zo bleek in 1999 bij het onderzoek naar de bodemdaling door gaswinning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Doordat de NAM de resultaten presenteerde, kregen de wadonderzoekers van natuurorganisatie, pers en politici te horen dat ze niet onafhankelijk waren.

"Met een van de partijen krijg je slaande ruzie", vertelt drs. Mardik Leopold gelaten. "Dat weet je gewoon, daar kun je op rekenen." Leopold rekent nu al op een grote publiciteitsgolf als het onderzoek af is. "Wat je vooraf weet, is dat je er niets aan kunt doen. Het komt als een vloedgolf over je heen."

Een wadonderzoeker moet dan ook stevig in zijn lieslaarzen staan. "Het kan mij niet schelen of de kokkelvisserij verdwijnt of dat de Waddenzeevereniging gelijk krijgt of niet. Dat is een houding die je jezelf oplegt", vertelt Leopold. "Ik wil nog niet eens weten wat er uitkomt. En die vraag komt vaak genoeg, van beide kanten. Het moet duidelijk zijn en het moet onomstreden zijn. Dat laatste is het moeilijkst, bleek al bij de NAM. Je kunt het wetenschappelijk nog zo dichttimmeren, maar als de emoties gaan meespelen, ben je weg."

Parasieten jeuken

Een nonnetje dat last heeft van een parasiet. "Dat gaat jeuken als een gek", legt drs. Mardik Leopold uit. "Daardoor trekken ze een heel spoor en dan denkt de scholekster: ha, eten!" Op een vergelijkbare manier zorgen parasieten dat eidereenden geparasiteerde krabben eten. "De parasieten tasten het zenuwstelsel aan en die krabben gaan zich dan idioot gedragen, zodat ze opvallen."

Parasieten worden genoemd als een van de verklaringen voor de opvallend grote sterfte onder eidereenden vorig jaar. "Maar die eidereenden zijn ook niet gek. Die weten op een gegeven moment wel dat die krab niet koosjer is. Dan krijg je een soort psychologische oorlogsvoering tussen krab en eidereend. Het wordt pas een probleem als er niets anders is te eten. Eidereenden hebben allemaal die parasiet, maar als ze niets anders eten dan krab dan wordt het teveel."

Re:ageer