Organisatie - 1 januari 1970

Waarom staan paarden kop aan kont?

Welk zoogdier heeft het langste geslachtsdeel? ‘De blauwe vinvis’, weet de Wageningse biologiestudent Ronald met zekerheid te zeggen, want daarover heeft hij het toevallig pas nog met zijn begeleider gehad. Het was een van de weinige vragen van de Nationale Studenten Wetenschapsquiz 2005 op vrijdag 18 november waarop de meeste van de 68 studententeams het antwoord wisten.

‘Welke symboliek gaat er schuil in de stand van het paard in een ruiterstandbeeld?’, is een van de volgende vragen die VPRO-presentator Rob van Hattum de ruim tweehonderd studenten stelt. Daarmee is de sfeer gezet: veel studenten vinden de vragen vandaag anekdotisch en slecht gesteld. Na een korte stilte schroomt ook de presentator niet zijn verbazing te tonen over wat hij zojuist oplas. ‘Jéézus wat een vraag’, laat hij zich ontschieten.
Hein Meijers van de organisatie voor wetenschappelijk onderzoek NWO is bedenker van de vragen en coördineert met het landelijke Studium Generale en de VPRO deze tweede editie van de studentenversie van de televisiequiz. Dat de vragen anekdotisch van aard zijn en niet gericht op de academische vorming kan Meijers slechts beamen. ‘We willen de algemene kennis van de studenten aanspreken en niet het vaktechnisch redeneren. De quiz moet voor alle student toegankelijk zijn.’
Na de eerste ronde met 45 open vragen volgt de tweede ronde met tien multiple-choicevragen. Die zijn bedacht door gastuniversiteit VU en zijn duidelijk beter te beantwoorden met logisch nadenken. Het team van Ronald is zichtbaar opgelucht. Vragen over de chemische elementen van de aardkorst, de afstand tussen hemellichamen, de kromming van de aarde en de oriëntatie van de goudplevier doen het duidelijk beter bij het team van de Wageningers. Er doen negen Wageningse teams mee, die elk bestaan uit drie personen. Uit de tien beste teams zullen de vier origineelste worden geselecteerd om een interuniversitair team te vormen bij de ‘echte’ VPRO-wetenschapsquiz 2005 op kerstavond.
Het Wageningse team Hard en Droog II heeft duidelijk zin in ronde twee. Jaap, Evert en Simon doen dit jaar voor de tweede keer mee en ondanks dat de bar pas opengaat na afloop van de quiz, vloeit het zelf meegebrachte bier aan hun tafel al rijkelijk. ‘Waarom paarden altijd kop aan kont gaan staan, ja eh…, ik ben econoom’, zucht Simon. Ze zitten naar eigen zeggen de hele dag al aan het bier, maar gaan vanavond zeker hun plaats van vorig jaar, achter in het wetenschappelijk wedstrijdveld, veranderen in podiumplaats. De vragen vinden ze beter dan vorig jaar, toen de quiz erg op fundamentele theorieën inging, en ze vertrouwen op de kracht van hun originele antwoorden.
Na twee rondes lijken de meeste teams niet meer te weten hoeveel punten ze hebben gehaald, en of ze enige kans maken op de overwinning. Wanneer na een wat duistere puntentelling de uitslagen van ronde één bekend worden gemaakt is Meijers niet van mening dat het gemiddelde van tien goed beantwoorde vragen uit 45 ook maar iets zegt over het mogelijke afnemende intellect van studenten. Of het iets zegt over hun kennis van wetenschap? ‘Ach ja, we testen op kennis en dat verandert wel. Tegenwoordig leer je opzoeken, is dat kennis? Je kunt er wel een goede wetenschapper mee zijn.’
Het Wageningse team ‘Die zoeken we even op…’ eindigt op een tiende plaats en mag in een aparte knutselruimte met beperkte middelen een eigen proef in elkaar fröbelen en zo meedingen naar een tv-optreden. Hard en Droog II verdwijnt naar de kroeg. Uiteindelijk wint een team van een bioloog, een politicoloog en een kunstenaar uit Groningen de eerste prijs. / MV

Re:ageer